Varkenshouderij

Achtergrond 101 x bekeken 2 reacties

De laatste big is niet heilig

De biggensterfte kan alleen omlaag als daar een economische basis voor is.

Wat betreft biggensterfte in Nederland is er weinig verschil van mening: die is te hoog en moet omlaag. Het dispuut spitst zich toe op hoever en ten koste van wat de sterfte omlaag moet. Minister Gerda Verburg van LNV, om met haar te beginnen, is behoorlijk geschrokken van de grote aantallen biggen die voortijdig sterven. Ze wil weten hoe het Ierse zeugenhouders lukt om op een sterftepercentage van 9,9 te komen. In Nederland is dat percentage 12,8.

De varkenshouder vindt ook dat de sterfte omlaag moet. Ook zonder praten over de intrinsieke waarde van iedere big telt voor hem dat elke gespeende big winst is. Zijn handel is gezonde, levenslustige biggen afleveren. Hoe meer dat er zijn, hoe liever het hem is.
Ook Varkens in Nood, de Partij voor de Dieren et cetera vinden dat varkens zodanig moeten worden gehouden dat er veel minder doodgaan tussen geboorte en spenen.

Alleen tekent zich hier een onoverbrugbare kloof af. De miljoenen doodgeboren en vroegtijdig gestorven biggen blijven er miljoenen, ook als daar door fokkerij of beter management één of twee procentjes afgaan. Echt tevreden zal de dierenwelzijnlobby zomaar niet zijn. Op dit punt al helemaal niet, al werden alle Nederlandse varkens biologisch gehouden. De biggensterfte in de biologische varkenhouderij ligt namelijk op zo’n 20 procent, één op de vijf haalt de mesterij niet.

Voor de varkenshouderij rest niet veel anders dan doorgaan op de ingeslagen weg. Zoveel mogelijk goede biggen tegen een zo laag mogelijke kostprijs aanbieden aan de mesterij. Maar de uitval kan niet ten koste van alles beperkt worden. Wie veel uren uittrekt om een big van €40 te redden, houdt het niet lang vol in een sector met kleine marges. Dat gaat nog meer spelen, naarmate varkensbedrijven groter worden en meer eigen arbeid vervangen door vreemde, betaalde arbeid.

De laatste big is niet heilig.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    john

    subsidieregeling voor balansvloeren is een goede manier om de biggensterfte te verlagen. verder blijft het vakamanschap zorgen dat er voldoende melk onder de zeugen zit om de grote tomen groot te brengen. Die uitval in ierland klinkt leuk maar wat is de uitval per afgelverde big i.p.v. per aanwezige zeug. De prouctie per zeug ligt hier hoger dan in ierland. Met het gezondheidsdenken maken we momenteel in nederland een grote sprong. weinig ziektes in de zeugenstapel betekent gezonde vitale biggen bij werpen. Door daar aandacht aan te besteden landelijk en betere kraamhokken is het mogelijk om weer een grote slag te maken ome uitval per afgeleverde big te verlagen. Maar dan moet de prijs wel stijgen.. bij slechte prijzen is elke big die we redden er een te veel.

  • no-profile-image

    Jeroen

    Wie veel uren uittrekt om een big van €40 te redden, houdt het niet lang vol in een sector met kleine marges. Dat gaat nog meer spelen, naarmate varkensbedrijven groter worden en meer eigen arbeid vervangen door vreemde, betaalde arbeid.

    Hier had ik toch iets anders verwacht van een journalist.
    Je EIGEN uren dienen ook betaald te worden, ik weet dat niet wordt gedaan, maar moet men toch gaan doen.
    Ik ga ook niet boxen vegen, als mijn medewerker het ook kan, waardoor ik werk kan doen waar ik meer mee kan verdienen!

Of registreer je om te kunnen reageren.