Varkenshouderij

Achtergrond 112 x bekeken

Machtsvertoon wordt krachtenbundeling

De geschiedenis herhaalt zich. Kleine coöperaties vormden een machtsblok tegen particulieren. Ze werden zelf een machtsblok, waartegen nu producentenintegraties zich afzetten.

Veel grote veranderingen zijn klein begonnen. De allereerste coöperaties begonnen klein maar met grote idealen. Inmiddels zijn ze na vele fusies megagroot en tot ver buiten de landsgrenzen actief. De oorspronkelijke gedachte achter de coöperatie is vaak alleen nog in de statuten te vinden. Dat neemt niet weg dat de meeste bedrijfsmatig succesvol zijn en daarmee voldoende bestaansrecht verworven hebben.

Grote afstand tussen directie en coöperatieleden

De afstand tot de leden is lineair meegegroeid en wijkt nauwelijks meer af van de afstand tussen particulieren en hun klanten. Vanuit de traditie zijn er ledenraden; maar de directie staat hier vaak ver boven en wordt ook capabel genoeg geacht om zelfstandig de strategie te bepalen. Leden worden uitgenodigd op voorgekookte bijeenkomsten, met over het algemeen een hoger vertier- dan nutgehalte.

Geen verschil particuliere bedrijven en coöperaties

Zelf werken we op ons bedrijf samen met zowel coöperatieve als particuliere bedrijven. We beoordelen ze op prijs-kwaliteitverhouding en op betrouwbaarheid. Hoe hun bedrijfsvorm is maakt daarbij geen verschil. Het feit dat particulieren en coöperaties in vrijwel elke schakel van landbouw goed kunnen concurreren, levert het bewijs dat hierin geen verschil zit.

Boer krijgt tekort doorgesluisd

De oorspronkelijke gedachte achter samenwerkingsvormen is vandaag de dag nog springlevend. Boeren beseffen dat ze individueel zwak staan in het krachtenveld van grote leveranciers en afnemers. Het lijkt een natuurwet dat iedereen zijn marge neemt en het resterend tekort doorsluist naar de boer. Deze weet zich enkel staande te houden door bovengemiddeld vakmanschap en een lage arbeidsvergoeding.

De oplossing: producentenintegraties

Producentenintegraties bieden oplossingen. Deze mogen klein zijn en bestaan uit groepen boeren, samen met vaste partners voor genetica, voer en gezondheidszorg. Bij voorkeur bedienen ze een gelijk afzetkanaal. De groep kent een sterke discipline, opereert als één geheel en streeft het hoogste niveau van ‘win-win’ na. De winst wordt behaald door het vermijden van faalkosten in de keten. Berekeningen tonen aan dat deze faalkosten per doorsnee varkensbedrijf oplopen tot €100.000.

Collega’s, geen concurrenten

Ketenpartners als voerleverancier en slachterij zijn collega’s. Ze worden te vaak als concurrenten beschouwd, wat uiteindelijk de dood in de pot is. Door binnen producentenintegraties elkaar recht in de ogen te kijken, worden faalkosten benoemd en verbannen. Bedrijven, die geen keuzes willen maken, zijn ongeschikt om deel te nemen. Mijn ideaalbeeld is dat er vele producentenintegraties naast elkaar opereren en met elkaar gaan concurreren om leden. Waar de ene integratie regionaal gevormd wordt, zal de ander zich richten op een marktconcept of op wat hen op enigerlei wijze bindt. Machtsvertoon wordt zo omgezet in renderende krachtenbundeling.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.