Varkenshouderij

Achtergrond 406 x bekeken 1 reactie

Tussensegment varkensvlees – Samenvatting discussie

Is het haalbaar om een 'tussensegment' varkensvlees te introduceren? Dat was de vraag in deze discussie. Met tussensegment-vlees wordt bedoeld: vlees dat diervriendelijker is dan gangbaar maar minder duur dan biologisch. Die diervriendelijkheid wordt gerealiseerd door aanpassingen in huisvesting. Een 'Comfort Class-stal' is prettig voor varkens. Maar die productievorm kost per kilo wel wat meer dan gangbare productie.

Bijna de helft zie tussensegment niet zitten

De vraag in de discussie is dan ook: gaat die hogere kostprijs van tussensegment-vlees gecompenseerd worden via een hogere prijs voor het afgeleverde varken, en voor hoelang?
De uitkomst: bij 130 stemmen is 46 procent sceptisch over het tussensegment-vlees. 29 procent wil het tussensegment juist steunen. Kortom, het tussensegment krijgt de handen nog niet op elkaar.

Herkenbaarheid vooral door label, niet smaak

Het is prettig werken in een Comfort Class-stal, zeggen twee varkenshouders die er ervaring mee hebben. De technische resultaten zijn prima. Comfort Class-vlees mag een 'beter leven'-ster van de Dierenbescherming voeren. Het voordeel: Nederlands varkensvlees is te herkennen in de supermarkt. Het nadeel: het vlees smaakt niet anders, de koper moet dus bereid zijn extra te betalen puur voor dierenwelzijn. Inderdaad, bij consumenten spelen de argumenten 'gezondheid' en 'smaak' meer dan 'dierwelzijn'… Dus daar liggen nog méér kansen. Maar Comfort Class is een kans die we niet voorbij moeten laten gaan, volgens LTO-vakgroepvoorzitter Annechien ten Have Mellema, een van de voorvechters van dit systeem. Het project is ook belangrijk om Wakker Dier van repliek te kunnen dienen.

Opkomende markten

In de discussie gaat het ook over de varkenshouderij in Nederland in het algemeen. Om de lage prijzen te verhelpen zouden varkenshouders eensgezind hun productie even moeten inperken, bijvoorbeeld twee weken niet insemineren. Dan krijgen we vanzelf hogere prijzen. Maar de ‘tragedie van de meent’ maakt dat het individuele voordeel toch altijd voorrang krijgt.
Hans-Brasil voorspelt dat bij afbouw van EU-marktbescherming nog wel eens krimp zou kunnen ontstaan. Het is immers logischer om varkens te houden in de buurt van waar voer geteeld wordt (zoals Brazilië). Je hoeft dan alleen het vlees te vervoeren, en niet én voer én mest. Bovendien is wat ruimere huisvesting daar goedkoper te realiseren. Dus hoewel je nu met tussensegment-vlees een herkenbaar Nederlands product kunt neerleggen, bestaat het gevaar dat dat straks ingevuld wordt met Poolse of Braziliaanse Comfort Class.
Is er iets te vinden waarmee Nederlandse varkenshouders zich langduriger zouden kunnen onderscheiden van collega's elders? Zoals het laagste aantal dode biggen, antibioticavrij werken of een superieure smaak?

Ook in EU met varkens toekomst

Varkens houden in de buurt van voedingsindustrie en afzetmarkt blijft interessant. We hebben de structuren. En Robert Bodde vult aan: “Hoewel je op basis van kostprijs zou moeten zeggen dat varkensmesterij uit Noordwest-Europa gaat verdwijnen, gebeurt dat niet. Kijk naar het verleden en trek de lessen. Eind jaren zeventig was Engeland in opkomst. Begin jaren tachtig Frankrijk. Begin jaren negentig zou Oost-Duitsland de boeman worden, en daarna weer Spanje. Rond 2004 zoemde het rond Polen, Tsjechië en Hongarije. Allemaal zouden ze het gaan maken, om verschillende redenen: goedkope arbeid, aanwezigheid van graan, EU-subsidies, aanwezigheid van grootschalige bedrijven. Het liep echter keer op keer anders. Geen enkele opkomende markt brak écht door. Nederland, Denemarken, Duitsland en de VS blijven over. Grootste factor wordt China, maar daar zal het net zo gaan als in de hiervoor genoemde oostbloklanden: de back yard gaat leeg, en tegen het tempo van afbouw daarvan kun je geen nieuwe stallen bouwen. Er blijft vraag naar vlees. Wij, de Denen en de Duitsers blijven belangrijke leveranciers. Enerzijds omdat we de structuur hebben, anderzijds omdat varkens houden bij ons in de genen zit."

Voors en tegens Comfort Class

Het blijft tricky om bewust de kostprijs te verhogen door te investeren in Comfort Class-stallen. Enerzijds is het de uitweg uit de wedloop om de laagste prijs. Sommigen zien een kentering: er is een groep consumenten die wil betalen voor meer kwaliteit, meer kleinschaligheid in productie. De georkestreerde ketenaanpak en de toezeggingen van met name Jumbo Supermarkten zijn heel wat waard. Maar de kostprijsverhoging is structureel en of de meerprijs dat ook is, is twijfelachtig.

In totaal is 120 keer gereageerd op deze discussie. De volgende personen deden mee:
Paul Jansen, Aalten; Robert Bodde, Haaksbergen; Wout Kranenburg, Portugal; Hans, Brazilië; Piet Slingerland, Midden-Europa; ex-boer, Friesland; Annechien ten Have-Mellema, Beerta; ex-varkenshouder, Boekel; W. Geverink, Canada; Han, Meshovsk; Huib Rijk, Biddinghuizen; Boerin, VS; Stan Quinten, Roosendaal; Willem, Best.

Eén reactie

  • no-profile-image

    Han

    Josien je hebt de zak goed samen gevat. helaas lees ik niet in het stuk dat CC vlees een exclusief stukje moeot zijn. Waarom niet eens opperen dat er voor ALLE boeren niet dezelfde oplossing is. We moeten af van de gedachte ik maak DUS ophalen en verkopen dat spul.
    Comfort Class moet voor boer en meewerkende super exclusief blijven. Bescherm je product naam en markt.
    Waarom zijn boeren zo bang voor een beschermde naam en exclusiviteit van hun product. Misschien moeten we af van de grote grauwe bulk massa en terug naar kleinere samenwerkings verbanden om diversiteit in producten te krijgen, met ieder hun eigen markt en prijs. Via de grote massa verwerkers, zitten de boeren in de tang die we vrije markt noemen. Bestaat die echt of is die gemanipuleerd??

Of registreer je om te kunnen reageren.