Varkenshouderij

Achtergrond 125 x bekeken

Pak eerst de makkelijke winst

Tussen de beste en de slechtste bedrijven liggen ’n paar inkomens. Het kan veel beter.

De nieuwste cijfers van Agrovision zijn er weer. Ook deze keer leveren ze aanknopingspunten voor interessante bespiegelingen en ook fantasieën. ‘Als ik het toch eens net zo goed zou doen als de allerbeste...’

Want de verschillen tussen de best en slechtst presterende bedrijven zijn weer enorm. De verschillen zijn spectaculair. De cijfers:

- De groep 20 procent beste zeugenbedrijven in het Agrovision-bestand haalt een saldo van €325 per zeug. De 20 procent slechtste bedrijven halen gemiddeld min €24. Dit verschil, vermenigvuldigd met het gemiddelde aantal zeugen van 329, levert een saldovoordeel per jaar van €114.821 voor de groep beste bedrijven.

- Het saldo per varkensplaats op de groep beste vleesvarkensbedrijven ligt op €100; dat is €64 meer dan het saldo op de slechtste bedrijven. Bij gemiddeld 1.475 plaatsen leidt dat tot een saldoverschil van €94.400 per jaar.

Op de cijfers is iets af te dingen, namelijk dat de beste resultaten gehaald worden in de beste, en meestal zwaarst gefinancierde stallen. Maar dan nog blijven de verschillen enorm groot.

De Agrovision-cijfers sluiten aan bij de afrekeningen van slachterijen, die aangeven dat in extreme gevallen de ene mester tot soms 14 cent minder per kilo beurt dan een ander. Vion gaf 2 weken geleden een inkijkje in slachtbonnen in een poging het gemor van boeren over tienden van centen in het juiste perspectief te plaatsen. Penny wise, pound foolish was zo’n beetje wat Vion wilde zeggen. Elders is wel meer te halen.

Dat is ook zo. Laat daarom de individuele varkenshouder ook studeren op zijn cijfers, waaronder ook die op de slachtbonnen, en met zijn adviseurs een verbeterplan met harde doelen opstellen. Het vergelijkingsmateriaal uit deze verzamelde boekhoudingen geeft daarvoor veel aanknopingspunten.

En vervolgens ook op de kleintjes blijven letten.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.