Varkenshouderij

Achtergrond 142 x bekeken 1 reactie

Groot, groter, grootst

Veel ‘consumenten’ zijn tegen schaalvergroting, maar ze zijn zélf de reden van schaalvergroting.

Op een zondagmiddag, met buiten druilerig weer, tuur ik wat op het internet naar webpages over de varkenshouderij. Er wordt veel geschreven over de (noodzakelijke) schaalvergroting. Had je tot voor kort ‘aan 400 zeugen genoeg’, nu lijkt het wel alsof ‘je onder de 1.000 zeugen niet meer meetelt’. Ik doe géén uitspraken over de gewenstheid van grotere bedrijven. Feit is dat varkensbedrijven groter worden. Een onomkeerbare trend. Overal in de wereld. De supermarkten kopen varkensvlees zo goedkoop mogelijk in, dus moet de kostprijs naar beneden, dus worden de bedrijven groter. Een beetje simplistische voorstelling wellicht, maar in grote lijnen klopt ie wel.

Denen in Centraal-Europa

In Oost-Duitsland zijn enkele tientallen Nederlandse varkenshouders actief, met grofweg 2.000 tot 8.500 zeugen, al dan niet met vleesvarkens. De Denen zijn daar eigenlijk niet aan de bak gekomen, maar timmeren daarentegen hard aan de weg in Centraal-Europa. Veelal doet men dat in groepen van 10 tot 20 mensen: enkele varkenshouders, de toeleverende industrie en de Deense overheid. Zo las ik dat Poldanor, een Deens samenwerkingsverband in Polen, maar liefst 22 bedrijven heeft en in totaal 16.000 zeugen, een eigen voerfabriek en 15.000 hectare grond.

Bedrijven met landbouwgrond

In Slowakije zijn ook vele Deense samenwerkingsverbanden actief. Dan-Slovakia Agrar is zo’n bedrijf: 3.000 zeugen, 3.700 hectare landbouwgrond en 1.300 melkkoeien. Verder schijnen de Denen ook actief te zijn in Oekraïne en de Baltische Staten. Wat opvalt is dat de Denen bedrijven starten met duizenden hectares grond erbij. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat in Denemarken de varkensproductie grondgebonden is. Eigen grond ‘onder’ het varkensbedrijf is natuurlijk super. Slimme jongens die Denen.

Keten in eigen hand

De overtreffende trap in Centraal Europa wordt gevormd door Smithfields. In Polen (Animex) en Roemenië (Comtim) schijnen ze enkele tienduizenden zeugen te houden. Via complete integratie van varkensproductie, voerproductie, slachterij en vleesverwerking zetten ze enorme bedrijven op. Als ik hier varkenshouders op bezoek heb, zijn ze altijd sceptisch over Smithfields. ‘Ze produceren maar krap 20 vleesvarkens per zeug’ is een veelgehoorde opmerking. Mijn wedervraag is dan: ‘Maar is dat zo erg?’ Immers, die Amerikanen hebben de héle keten in eigen hand! Je moet dat eigenlijk als volgt zien: ze verliezen net als u en ik geld in de varkensproductie, maar zíj verdienen vele miljoenen euro’s met voerproductie (kijk eens naar de recordjaarwinsten van Nutreco, Cehave-LBB, ForFarmers), het slachten én de vleesverwerking (kijk naar Vion, Tönnies, Westfleisch) én de afzet van merkartikelen naar supermarkten.

Grootst niet per se het beste

Groot, groter, grootst is gelukkig niet gelijk aan goed, beter, best! Immers het grootste is niet per definitie het beste. Ieder moet kiezen wat bij hem of haar het beste past!! Voor de één is dat 500 zeugen, voor de ander 10.000 zeugen en weer een ander denkt en rekent en komt tot de conclusie om te stoppen.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    een lezer

    Prima weergave van feiten, beter artikel als alle voorgaande.
    Er is in nederland overigens meer produktiecapaciteit van mengvoer dan vraag. In principe zou dit moeten leiden tot een scherpe prijs van mengvoer. De jaarcijfers van de mengvoerleveranciers laten zien dat ze het (te) goed eens zijn met elkaar. Kartelvorming......????
    De meeste mengvoerfabrieken zijn allang afgeschreven en kunnen dus superscherp produceren. Ze hoeven echt hier geen superwinsten te maken om het geld elders over de balk te smijten.

Of registreer je om te kunnen reageren.