Varkenshouderij

Achtergrond 350 x bekeken 1 reactie

Groepshuisvesting

Groepshuisvesting is goed voor mens, dier en financieel rendement. Dat valt gemakkelijk met cijfers te onderbouwen.

Afgelopen week mocht ik in de Varkens-Showroom het onderwerp groepshuisvesting behandelen. Na 20 jaar ervaring is er in ieder geval een duidelijke visie ontstaan. Zo zijn wij er al jaren van overtuigd dat het goed is voor mens, dier en financieel rendement. Argumenten om zeugen na dekken gelijk in groepen te plaatsen, kunnen we makkelijk met cijfers onderbouwen. Tegenstanders van met name voerstations leven in het verleden, toen het systeem inderdaad technisch niet deugde. Momenteel bouwen we een kopie van de bestaande stal en gaan daarmee naar 31 stations.

Dier individueel benaderen

Niets ten nadele van boxen met uitloop, ook hier hebben we als pionier 15 jaar succesvol mee gewerkt. Aanvankelijk eind jaren tachtig ook met de nodige kinderziekten, later naar behoren. Toch gingen we meer en meer het individuele voeren van zeugen missen. Onze zeugen kunnen genetisch makkelijk 35 biggen grootbrengen, het gaat er om of we in de praktijk hier 65, 75 of 85 procent uit weten te halen. Dat laatste is een stuk makkelijker wanneer je een individuele benadering van het dier verkiest. Door de toegenomen aantallen per arbeidskracht moet dit dan wel geautomatiseerd gebeuren.

Vergaande automatisering

Het veelgehoorde argument voor boxen met uitloop is het overzicht en het werkgemak voor laag geschoolden, waarmee vaak buitenlanders worden bedoeld. Of, zoals een Brabantse dierenarts onlangs opmerkte: er wordt veel met Polen geautomatiseerd. Maar wat zegt overzicht als laaggeschoolden dit moeten uitvoeren? Ik denk dat we in de varkenshouderij nog veel kunnen leren van de tuinbouw. Die sector haalt de kracht uit de combinatie van een groot aandeel laaggeschoolde medewerkers naast een hoge automatiseringsgraad. Een varkenshouder met 5.000 zeugen in Oost-Duitsland bevestigde dit onlangs, vergaande automatisering had de prestaties van de autochtone medewerkers fors vergroot.

Individuele voercurve

Terug naar de individuele voedering met voerstations. Iedereen kan van een zeug de spekdikte bepalen. Nu veelal handmatig, in de toekomst automatisch. Dit kenmerk in combinatie met het cyclusnummer bepaalt de individuele voercurve. Eenmaal (laten) vaststellen, nooit weer corrigeren. De Heus heeft uitgebreid onderzoek verricht naar individuele spekdiktes en technische prestaties. De uitkomsten die ik tijdens de presentatie mocht gebruiken, spreken voor zich. In de toekomst bepalen we ook het gewicht aan het begin en het einde van de dracht. Automatisering gaat hierbij helpen. Het houdt immers vandaag met 27 biggen niet op, over 5 jaar behoor je daarmee tot de laagste 25 procent.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Douwe Hiemstra

    Beste Johnny,

    Ik ben het 100% met je eens dat je met groepshuisvesting met voerstations zeer goede resultaten kunt halen. Een ding ben ik niet met je eens en dat is dat je direkt na het dekken de zeugen zonder problemen in de groep kan doen bij ieder bedrijf.
    Ik zie onderweg tijdens mijn werk (scannen) zeer veel bedrijven weer boxen plaatsen om zo de zeugen 3 á 4 weken in de boxen te laten na het dekken voordat ze de groep in gaan.
    Dit heeft veel problemen opgelost m.b.t het verwerpen en herdekkingen.
    Vooral weekgroepen in groepshuisvesting geeft in periodes (najaar) van verwerpers nog meer problemen want ze besmetten elkaar in de groepen of ze beinvloeden elkaar.

Of registreer je om te kunnen reageren.