Varkenshouderij

Achtergrond 335 x bekeken

Financieel management

Een krachtige, maar vooral duidelijke inleiding van Rabobank Nederland. Zo kan het verhaal van Jeroen Verver, sectormanager veehouderij, omschreven worden.

“Vleesvarkenshouders konden 2007 zonder kleerscheuren doorkomen. Zeugenhouders verloren geld, maar niet zoveel als ze in 2006 verdiend hebben. Stabiele bedrijven hebben nog niet ingeteerd op het vermogen. Wanneer dat wel zo is, doen ze het blijkbaar niet goed genoeg.”

‘Financiering is vaak eenvoudig’

Al vrij snel werd de aanval vanuit de 35 aanwezige varkenshouders ingezet. Door met heldere antwoorden en sheets te komen, kon Verver de discussie echter goed aan. Zelfs voor leken was de uiteenzetting goed te volgen. Kenmerkend voor zijn betoog was de stelling dat financiering vaak eenvoudig is, afbetalen is veel moeilijker! “

Basiseis: excellent vakmanschap

We houden varkens in een land met hoge mestafzetkosten en varkensrechten. Hierdoor zijn we flink in het nadeel. Alleen door zeer goed ondernemerschap kun je het bedrijf laten renderen. Vroeger werd gekeken naar vakmanschap, tegenwoordig moet dit als basisvoorwaarde excellent zijn. Ondernemerschap, daar draait het om. Beheersing van kosten, maximaliseren van resultaten en opbrengsten. Alleen dan is er in Nederland bestaansrecht voor varkenshouders.

Gemiddeld bedrijf kan niet groeien

Een eenvoudig voorbeeld toont aan dat er bovengemiddeld geproduceerd moet worden om te overleven. Enkele gemiddeldes:

  • voerwinst zeugen: + €500,00

  • toegerekende kosten: €155,00

  • afschrijvingen: €130,00

  • arbeid: €125,00

  • mestafzet: €90,00

Al snel is te zien dat een gemiddeld bedrijf geen ruimte heeft om kapitaal aan te trekken, laat staan zijn bedrijf verder te ontwikkelen. Stel je financiert €2.000,00 per zeug met 5 % rente, dan is dat €100,00. Alleen hiervoor moet je dus al 20 % beter dan gemiddeld draaien.

Beknibbelen

Kleinere bedrijven kunnen nog wel eens wat beknibbelen op genoemde kosten. Stel je doet alleen 400 zeugen (Verver: “Je koopt een stel nieuwe gympies en loopt nog harder”); hiervoor staat 400 x €125,00 arbeid = € 50.000. Wanneer je maar de helft nodig bent voor privé, dan is hier een besparing mogelijk.

Grotere bedrijven met vreemd personeel zal dit niet lukken. In navolging van de inleiding van ABAB, twee weken terug, beaamde ook Jeroen Verver dat grote bedrijven beslist niet altijd beter draaien. Goed opletten dus dat het aangetrokken geld ooit nog eens terugbetaald kan worden.

Rabobank niet pessimistisch

Is de Rabobank nu pessimistisch gestemd? Deze vraag kwam natuurlijk na afloop. Een optimistische toon had het verhaal immers niet. Toch gaf de inleider aan dat dit absoluut niet het geval is. De Rabobank ziet financiering van varkenshouderij in Nederland zitten, maar fungeert als geldmachine en niet als beleidmaker. Zij wijst er enkel op dat overlevingskansen alleen weggelegd zijn voor de betere ondernemers.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.