Varkenshouderij

Achtergrond 74 x bekeken 1 reactie

Dieren spreken niet voor zichzelf in debat over welzijn

Goed dierenwelzijn is meer is dan wat we via ethologie en fysiologie kunnen vaststellen.

Opvattingen verschillen. Kennis speelt zeker een rol in het debat, maar kan geen uitsluitsel geven over wat wel en wat niet acceptabel is, oordelen drie ASG-onderzoekers (Bram Bos, Ferry Leenstra en Karel de Greef; wetenschappelijk onderzoekers bij de Animal Sciences Group van Wageningen UR).

'Als het aan de kat lag, kocht ze Whiskas', is een bekend reclamespotje. Maar het ligt niet aan de kat. Dus spreken mensen voor de kat: de voerfabrikant, het baasje, dierwetenschappers en andere al dan niet zelfbenoemde deskundigen.

In het debat over het welzijn van dieren is het niet anders. Wat boeren, dierenbeschermers, regelgevers, marketeers, consumenten en dierwetenschappers zeggen over dierenwelzijn, blijft menselijke interpretatie. Geen mens kan vaststellen of een dier gelukkig is. Mensen verschillen in hun interpretatie van een goed dierenleven. Bij de één betekent dat een goede verzorging, bij de ander juist natuurlijke omstandigheden – inclusief de risico’s die daaraan verbonden zijn. Dierwetenschappers kunnen deels meten hoe dieren de kwaliteit van leven ervaren: ongerief en plezier.

Het debat over dierenwelzijn gaat echter ook over kwaliteiten van het leven van dieren, waar dierwetenschappers geen speciale zeggenschap over hebben. Er zijn mensen die vinden dat een modderbad een voorwaarde is voor een goed welzijn van varkens, omdat hun soortgenoten dat in de wilde natuur ook nemen. Al zouden wetenschappers meten dat het voor het dier niet uitmaakt, het blijft een respectabel standpunt. Omdat mensen vinden dat dit bij dieren hoort. Uit respect voor hun eigenheid, hun intrinsieke waarde. Of omdat ze het dieren gewoon gunnen.

Er zijn ons inziens twee perspectieven op dierenwelzijn:
- Kennis over en observaties aan het dier: alle vormen van ongerief en plezier bij dieren die met dierwetenschappelijke kennis vastgesteld en onderbouwd kunnen worden.
- Menselijke perspectieven op wat dieren toekomt en schaadt: alles wat er voor mensen toe doet als het om zorgvuldig omgaan met dieren gaat.

Menselijke overtuigingen over dierenwelzijn komen mede voort uit het feit dat de mens zich kan verplaatsen in de positie van dieren. Die kennis is niet objectief, maar wel relevant. Mensen kunnen dieren daarnaast meer gunnen dan wat meetbaar nodig blijkt voor het dier. Bijvoorbeeld omdat dieren een waarde in zichzelf hebben: ze zijn meer dan dingen.

Door dit onderscheid in twee perspectieven, die elkaar aanvullen, krijgt dierwetenschappelijke kennis een goede plek in het maatschappelijk debat over dierenwelzijn, zonder het alleenrecht te claimen te spreken namens dieren. Niet alleen ongerief en dierplezier, maar ook wat mensen raakt doet er toe. Dieren spreken niet voor zichzelf, maar ze hebben ook niet één woordvoerder aangesteld.

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    Martijn Steenaert

    Dierenwelzijn is een complex geheel waarvan gezondheid in mijn ogen de belangrijkste factor is. Naar mijn mening wordt er in het maatschappelijke debat ten aanzien van de leefomgeving van het dier door een aantal partijen te veel gezinspeeld op de emotie van de mens en niet naar de behoefte van het dier. Sluit niet uit dat een en ander voor verbetering vatbaar is.
    In ieder geval moeten we blij zijn met waar we nu staan in Nederland in vergelijking met de meeste concurrende landen op wereldmarkt waar het dierenwelzijn op een veel lager pitje staat.
    Als de consument behoefte heeft aan een product met meer dierenwelzijn (nader in te vullen) ontstaat een markt die door de producent wordt ingevuld. Ik roep in deze de retail op om marktsturend te zijn in plaats van telkens alleen maar naar de omzet per schapoppervlakte te kijken.

Of registreer je om te kunnen reageren.