Varkenshouderij

Achtergrond 157 x bekeken 1 reactie

Geen megastal, maar innovaties nodig

Megastallen voor varkens en pluimvee stuiten op verzet omdat zij niet passen in het landschap.

Dat klopt, vinden Wouter van der Weijden en Frits van der Schans, werkzaam bij het Centrum voor Landbouw en Milieu, maar de intensieve veehouderij kent veel meer problemen die moeten worden aangepakt. Er is grote behoefte aan systeeminnovaties.

In het oosten en noorden van het land is onrust ontstaan over plannen voor megastallen, die plannen stuiten op verzet. Het kabinet en de Tweede Kamer beraden zich op hun positie en laten onderzoek doen. Het kabinet richt zich vooral op landschappelijke aspecten. Maar dat is slechts één van de problemen.

De intensieve veehouderij heeft te kampen met zeker acht problemen: dierenwelzijn, mest, ammoniak, stank, landschap, dierziekten, fijn stof en volksgezondheid. Alarmerend is de MRSA bacterie die al wijd verspreid is onder varkens en varkenshouders en zelfs in ziekenhuizen. Bovendien heeft de sector een aandeel in de kap van tropisch regenwoud (voor veevoer) en de klimaatverandering.

Zo bezien is het dwaas om de discussie louter te voeren over de grootte en landschappelijke inpassing van megastallen. Zelfs al zouden partijen het daar over eens worden, dan nog zal het verzet doorgaan. We moeten dus niet twee of drie problemen aanpakken, maar alle tien. De huidige plannen voor megastallen zijn hooguit een stap vooruit qua mest, ammoniak, stank en fijn stof, maar niet voor de andere zes problemen.

Wat de sector nodig heeft zijn integrale vernieuwingen: systeeminnovaties. De innovatie kan zich richten op stal- en bedrijfssystemen, maar ook op agroproductieparken. Voor stallen hebben LTO, Dierenbescherming en Wageningen een eerste stap gezet met de Comfort Class stal voor varkens.

Voor agroproductieparken zijn plannen ontwikkeld door het Innovatienetwerk. Basisidee daarbij is schaalvergroting en een slimme combinatie van veehouderij en tuinbouw, zodat het afval van het ene bedrijf grondstof is voor het andere en omgekeerd. Zulke ’industriële ecologie’ kan milieu, kosten en transport sparen. Maar ook zulke parken zijn pas duurzaam als ze ook op de andere punten een flinke stap zetten, zoals dierenwelzijn, diergezondheid en klimaat. Dan stijgt de kans op acceptatie, met name als de plannen worden ontwikkeld in dialoog met bewoners en maatschappelijke organisaties.

Het gaat overigens niet alleen om duurzame bedrijven en parken, maar ook om regio’s. De Reconstructiewet was ooit bedoeld om varkensvrije zones te creëren om een uitbraak van varkenspest te kunnen beheersen. Dat doel is ingeruild voor het verminderen van de ammoniakuitstoot. Daartoe moeten bedrijven verhuizen van extensiveringsgebieden naar landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s).

Maar nu dreigen de veedichtheden in sommige LOG’s, zelfs zonder megabedrijven, zo hoog te worden dat dierziekten zoals vogelgriep onbeheersbaar worden, zoals reeds het geval is in de Gelderse Vallei. Dan dreigt de bizarre situatie dat we in de LOG’s na de intensivering weer moeten extensiveren. Daarom moet het kabinet snel een plafond stellen voor de regionale varkens- en pluimveedichtheden.

Los daarvan is het van belang om plaatselijk ervaring op te doen met enkele nieuwe, duurzame systemen. Dat biedt op termijn meer perspectief dan de huidige megabedrijven, die werken als stallen des aanstoots.

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    Han

    De discussie over wel en hoe we de veehouderij in het landschap willen inpassen en hoe we de huisvesting inrichten (dierwelzijn) zijn volgens mij bijzaken. Het echte probleem met betrekking tot ons (zowel mens als dier) leefklimaat is de ongebreidelde groei van de voederproductie ten koste van de ongekontroleerde Oerwoud kap.
    Dit heeft een veel groter inpact op het leven op aarde dan "Hoe we de dieren huisvesten".

Of registreer je om te kunnen reageren.