Varkenshouderij

Achtergrond 196 x bekeken

Hoge graad van gezondheid

GD meldt dat de gezondheidsstatus bij SPF-bedrijven beter kan. Consequent uitvoeren van regels houdt deze status hoog. Hoever ga je daar in als varkenshouder?

SPF-bedrijven glijden doorgaans af naar een lager niveau van gezondheid dan de bedoeling is. En gangbare bedrijven bereiken met een adequate aanpak een gezondheidstatus die zeker zo hoog is. Dat vertelde Paul Fransen van GD afgelopen week in de Varkens-Showroom. Daar was de eerste managementbijeenkomst, verzorgd door het bedrijfsleven.

Fransen ging in op het belang van een hoge gezondheidstatus op varkensbedrijven. En hoe je dit doel kunt bereiken. Vorig seizoen zijn in de Varkens-Showroom veel bijeenkomsten over dit onderwerp georganiseerd, in samenwerking met Schippers Bladel en Praktijkcentrum Sterksel.

Ook elders in het land zijn veel bijeenkomsten over een hoge gezondheidsgraad gehouden. Toen waren er behoorlijk wat kritische varkenshouders, die veel zaken niet praktisch toepasbaar leken. Nu een jaar later blijkt het toch op veel fronten goed mogelijk. Wij ervaren dat op ons eigen bedrijf ook.

GD gaat nu nog een flinke stap verder. Zij geven aan wat het beste is en gaan daarmee zelfs verder dan wat op menig SPF-bedrijf ingeburgerd is.

Het was dan ook vrij stil onder de 30 aanwezige varkenshouders. Men was duidelijk onder de indruk van het verhaal.

Wat te denken van de volgende uitspraken?

  • Kinderen kunnen mee de stal in, maar dan om mee te helpen, gedoucht en voorzien van bedrijfskleding. Houd ze buiten als het alleen om biggetjes aaien te doen is.

  • Geef nooit iemand van buiten een hand, tenzij je zelf vervolgens weer alle hygiënevoorschriften doorloopt. Alleen mensen die strikt noodzakelijk het bedrijf in moeten, zoals personeel en dierenarts, kun je toelaten, alle overigen beslist weren.

  • Deze bezoekers ontdoen van eigendommen, zoals een mobiele telefoon en horloge, vervolgens verplicht een mondkapje laten dragen om te voorkomen dat hun kiemen de stal worden ingeblazen.

  • Betwijfel het nut van een ziekenboeg. Euthanaseren van behandelde dieren die niet gelijk reageren, is beter.

  • Vanuit de afleverruimte nooit dieren terug de stal in brengen.

Fransen gaf aan dat het hier gaat om een ultieme situatie. De varkenshouder bepaalt hoe ver hij wil gaan en daarmee hoe ver hij de gezondheidstatus van zijn bedrijf op wil krikken.

Hoever gaan we?

Aan voornoemde ‘eisen’ voldoen wij niet of niet geheel. Alle 50-100 overige genoemde voorschriften kunnen we gelukkig wel naleven. Moeten we nu komend jaar ook deze laatste stappen gaan zetten?

  • Waar blijven we met een fokgelt, die in de afleverruimte een ongezien schoonheidsfoutje blijkt te hebben? Doodschieten?

  • Wat doen we met de vriendjes van de kinderen die op vrijdagmiddag graag een keer assisteren in de kraamstal?

  • Wat ga ik zelf doen als ik uit huis, van de nieuwbouw of uit de Varkens-Showroom kom? Tien keer daags douchen?

  • Wat doen we met potentiële afnemers en bedrijfsleven? Zonder stalbezoeken was de fokgeltenomzet minsten 50 procent kleiner geweeest.

  • Toch nog eens kijken of we van 90 procent opvolging naar 95 procent kunnen komen.

  • Onrendabele dieren zie ik ook nog wekelijks: eerder besluiten tot euthanasie.

  • Nog eens kritisch naar onze nieuw te bouwen afleverruimte kijken.

  • Ook de routing van dieren en mensen wordt komend jaar sterk verbeterd.

Er is gelukkig nog wel wat vooruitgang te boeken. Met het zien van gunstige effecten van eerder genomen hygiënemaatregelen zijn onze mensen ook best te motiveren.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.