Rundveehouderij

Partner 953 x bekeken

Maïs zaaien: waarop letten?

Een goed maisgewas vraagt gedegen voorbereiding voor het zaaien. 6 aandachtspunten op een rij.

Nu het moment om maïs te zaaien weer in beeld komt, is het belangrijk om hier voldoende aandacht aan te besteden. Als de weersomstandigheden meewerken betaalt goed teeltmanagement zich uit in de vorm van een goede opbrengst en kwaliteit. Een aantal handige tips rond en tijdens de zaai van maïs helpen u om dit verder te optimaliseren.

1. Zaai niet te vroeg en niet te laat

Een te vroege zaai van de maïs geeft kans op een slechte en trage kieming door de te koude grond en/of kans op schade door nachtvorst begin mei. Een te late zaai geeft eenvoudigweg een korter groeiseizoen en daarmee kans op een gebrekkige afrijping en daarmee kwaliteitsproblemen. Het beste zaaitijdstip ligt tussen 20 april en 10 mei en bij een bodemtemperatuur vanaf 10 graden Celsius.

Foto's: KWS
Foto's: KWS

2. Zorg voor een snelle beginontwikkeling door een goede grondbewerking

Een goed zaaibed zorgt voor een goede water- en luchthuishouding en stimuleert een snelle opwarming van de zaaihorizont. Dit is door het fosfaatbemestingsverbod op derogatiebedrijven nog belangrijker. Door het ontbreken van de zogenaamde ‘startfosfaat’ is een snelle opwarming van de grond, een vlotte kieming van het zaad en een goede beginontwikkeling van het jonge plantje cruciaal! Om dit te bereiken dient de zaaihorizont los en kruimelig en de ondergrond zonder verdichtingen te worden klaargelegd.

Maïs zaaien: waarop letten?
Maïs zaaien: waarop letten?

3. Controleer de zaaidiepte en –afstand in de rij

Op de zwaardere klei-/leemgrond moet een zaaidiepte van 3-4 cm worden nagestreefd. Omdat op lichtere (zand/löss)grond deze zaaidiepte een te groot risico op uitdroging en een slechtere verankering in de grond geeft, moet op een dergelijke grond 4-6 cm als zaaidiepte aangehouden worden.

Maïs zaaien: waarop letten?

De zaaiafstand in de rij tussen 2 zaden is afhankelijk van de vroegrijpheidsklasse (FAO) waarin het te zaaien ras valt.

Maïs zaaien: waarop letten?

4. Gebruik een rijenmeststof ter bevordering van de beginontwikkeling

Het gebruik van een rijenmeststof bij het zaaien van maïs ter bevordering van de beginontwikkeling is altijd zinvol. Stikstof en fosfaat hebben in de vorm van een rijenmeststof een hogere efficiëntie dan bij een volvelds toepassing.

Er zijn verschillende formuleringen en vormen (vast, vloeibaar, fijngranulaten, en met of zonder coating) in de handel voor een juiste op de specifieke situatie afgestemde bemesting op maat. Ook zijn er formuleringen met hulpstoffen verkrijgbaar die de opname van de in de bodem aanwezige fosfaat kunnen verbeteren.

Maïs zaaien: waarop letten?

5. Bemest kalium bij

Als gevolg van de mestwetgeving is de hoogte van de organische mestgift en daarmee ook de voorziening in kalium aan het teruglopen. Daar komt nog eens bij dat ook de kaliumgehaltes in de mest afgenomen zijn. Bemest daarom extra kalium bij om opbrengstverlies en kwaliteitsproblemen in maïs te voorkomen. Het strooien kan het beste kort voor tot kort na de zaai plaats vinden.

Maïs zaaien: waarop letten?

6. Controleer de veldopkomst

De veldopkomst (opkomst van alle gezaaide korrels) is eenvoudig te controleren door willekeurig op een aantal plaatsen in het gezaaide perceel in een rij 13,3 meter uit te passen, het aantal planten over deze afstand te tellen en dit te vermenigvuldigen met 1.000.

Maïs zaaien: waarop letten?

De gemiddelde veldopkomst kan heel eenvoudig berekent worden met de handige tool ‘Veldopkomst’ op de KWS-maismanager App, die gratis is te downloaden op een smartphone of tablet. Ook telers die maïs op 37,5 centimeter rijafstand zaaien in plaats van op 75 centimeter, kunnen gebruik maken van de tool.