Rundveehouderij

Partner 1479 x bekeken

Waarop letten bij onkruidbestrijding in mais?

De zaai van mais is afgerond, op een enkele uitzondering na. Het warme weer in combinatie met een voldoende vochtige zaaihorizont zorgt er nu voor dat mais vlot ontkiemt en op al veel percelen boven staat. Het betekent ook dat de onkruidbestrijding niet lang meer op zich laat wachten.

Wat is dan nu het beste moment voor de onkruidbestrijding?

Niet bestrijden is geen optie, omdat de aanwezigheid van onkruiden opbrengst- en kwaliteitsderving teweeg kan brengen, als gevolg van de onderlinge concurrentie op het gebied van vocht, licht en nutriënten. Wie als teler wel eens de proef op de som heeft genomen en een gedeelte van het maisperceel niet heeft gespoten of waar de bestrijding niet geslaagd is, weet wat de gevolgen van onkruid in mais zijn.

Bij het chemisch bestrijden speelt het tijdstip en de dosering een heel belangrijke rol. Bestrijden op het verkeerde moment kan een remming zijn op de ontwikkeling van mais, met als resultaat opbrengstderving.

Foto's: KWS
Foto's: KWS

Een onkruidbestrijding uitgevoerd tussen het derde en vijfde bladstadium geeft normaal gesproken het beste resultaat. De op het perceel aanwezige onkruiden bevinden zich dan nog in een relatief jong stadium, waardoor vaak een wat lagere dosering met het onkruidbestrijdingsmiddel of een cocktail van middelen volstaat.

Bovendien wordt door de bespuiting in dit stadium een mogelijke groeiremming van het maïsgewas zoveel mogelijk voorkomen. Een bestrijding bij groeizaam weer geeft normaal gesproken de beste resultaten, omdat de opname van het middel of de middelen door de onkruiden dan het beste is. Is er sprake van wat ‘schraler’ weer, dan bij voorkeur ’s morgens behandelen.

Onkruidbestrijding in later stadium

Bestrijding van onkruid in een later stadium van de mais, dus vanaf het vijfde bladstadium, geeft om meerdere redenen niet het gewenste resultaat.

  • Ten eerste heeft het maisgewas veel meer moeite om te ‘ontgiften’. Door het forsere gewas raakt tijdens de bespuiting meer middel het blad van de maisplanten, wat vervolgens weer moet worden afgebroken en groeiremming van de mais kan veroorzaken.
  • Ten tweede is een hogere dosering noodzakelijk om het gewenste effect te realiseren. Dit maakt de bestrijding onnodig duur en ook nog eens lastiger, omdat de aanwezige onkruiden in dit latere stadium ook nog eens meer zijn afgehard.
  • Ten derde worden door een zogenaamde ‘parapluwerking’ lang niet altijd alle onkruiden die onder de maisplanten staan effectief bestreden, omdat deze simpelweg niet door het middel worden geraakt.
  • De laatste en wel belangrijkste reden om niet te laat te spuiten in combinatie met een hogere dosering, is dat vanaf het vijfde tot het zesde bladstadium de generatieve organen worden aangemaakt, wat in ernstige gevallen opbrengstderving teweeg kan brengen, door onvoldoende tot geen vulling van de kolf.

Wanneer er sprake is van nakiemers en/of de aanwezigheid van de laat kiemende haagwinde en daarmee een tweede na-opkomstbespuiting noodzakelijk is, dan is het zeer aan te bevelen om voor een onderbladbespuiting met specifieke middelen te kiezen.

Tekst gaat verder onder foto.

Waarop letten bij onkruidbestrijding in mais?

Spuit het liefst bij groeizaam windstil weer en liever niet onder omstandigheden waarbij er sprake is van grote temperatuurverschillen van meer dan 20 graden tussen dag en nacht, en niet bij dagtemperaturen van boven de 25 graden. Mais is erg gevoelig voor temperatuurschommelingen.

Ook mais in stress door bijvoorbeeld een nutriëntengebrek en/of structuurschade kan een extra tik krijgen door een bespuiting met herbiciden tegen onkruiden.

Welke middelen en doseringen moeten worden gebruikt?

Hoewel door het wegvallen van middelen door beëindiging van registratie en introductie van nieuwe producten het pakket nog wel eens wil wijzigen, is het goed mogelijk om alle in mais aanwezige onkruiden effectief te bestrijden. Dit geldt zowel voor breedbladige, alsook voor grasachtige onkruiden. De wat lastiger te bestrijden wortelonkruiden haagwinde en veenwortel vragen hierbij wel speciale aandacht. Ook percelen met aardappelen als voorvrucht hebben nogal eens te maken met de hardnekkige aardappelopslag. Ook het onkruid gladvingergras is in toenemende mate op maispercelen te vinden en dient op een adequate manier te worden bestreden.

Houd in verband met driftreductiebeperkingen rekening met de juiste spuitdruk en spuitdopkeuze. Daarnaast is het zo dat conform wetgeving de meeste middelen maar maximaal één keer per teelt mogen worden toegepast.

Waarop letten bij onkruidbestrijding in mais?

Het is niet mogelijk om op afstand een gericht advies te geven in middelen, tijdstip van bestrijding en dosering, omdat dit afhankelijk is van de vraag om welke specifieke onkruiden het gaat, de onkruiddruk op het bewuste perceel en het ontwikkelingsstadium. Voor een antwoord hierop spelen de loonwerker en gewasbeschermingsmiddelenadviseur een cruciale rol. Neem dan ook tijdig contact op met deze bedrijven voor een effectieve onkruidbestrijding. Op die manier kunnen ze er in hun planning en organisatie rekening mee houden.

Om de onkruidbestrijding een nog grotere kans van slagen te geven tegen zo laag mogelijke kosten, kunt u gebruik maken van de tool: ‘Onkruidherkenning’ op de KWS-Maïsmanager App. Aan de hand van de afbeeldingen kunt u de op uw maisperceel aanwezige onkruiden herkennen. Op deze manier kan er door de persoon die de onkruidbestrijding gaat uitvoeren heel gericht en adequaat gehandeld worden.

De App is snel en eenvoudig op uw smartphone of tablet via de App Store of Google Play te downloaden. Ook zijn dezelfde beelden te vinden op de internetversie van de App.