Rundveehouderij

Nieuws 1703 x bekeken

‘Stay-green-mais kent wel degelijk toppers’

Dat stay-green-mais kleinere kolven zou hebben, is een insinuatie die zeker niet voor alle producten klopt. Dat stelt Jan Bakker, directeur van KWS in een reactie op het onderzoek van Jolien Swanckaert over stay-green-rassen.

Zij stelt dat deze rassen alleen voor het oog langer groen blijven. Ook zegt ze dat kwekers de fysiologie van de plant niet begrijpen en dat deze rassen zelfs door het groen blijven een kleinere kolf zouden ontwikkelen.

Volgens Bakker geven proefveldcijfers weer dat er wel degelijk toppers onder de Stay-green-rassen zijn in de korrelmaisopbrengst en in snijmaisopbrengst wat betreft hun fysiologische rijpheid. Bakker geeft aan dat stay-green nodig is om de maximale voederwaarde en voederwaardeopbrengst goed te kunnen oogsten en bewaren. Door rassen te kiezen met de hoogste korrelopbrengst zal blijken dat er ook veel rassen bij zijn die een goede stay-green hebben.

Dat stay-green-rassen altijd minder kolf, dus minder voederwaarde hebben, klopt eenvoudigweg niet, zegt Bakker. Ook vindt de KWS-directeur het nogal ‘gewaagd’ om te stellen dat kwekers geen begrip hebben over de fysiologie van de plant.

KWS stelt dat stay-green-mais een plant levert die gezond blijft totdat hij fysiologisch rijp is. Dat geeft aan dat de plant voldoende stresstolerantie heeft en niet vroegtijdig afsterft. In een groene plant worden steeds voldoende suikers geproduceerd om de plant in leven te houden en de organismen die leven in symbiose met de plant zoals fusarium. Daarmee worden fusarium en dus een deel van legeringsproblemen voorkomen. Dit is noodzakelijk om oogstbaar te blijven als droge korrelmais en om goed inkuilbaar te blijven voor de oogst als fysiologisch rijp geoogste snijmais. Kortom: dit is een noodzaak of sterke wens van de praktijk om in staat te zijn topkwaliteit mais te kunnen oogsten, opslaan en vervoederen. Laatrijpe rassen krijgen ook vaak onterecht het etiket stay-green opgeplakt.

Fusarium

Als men de niet stay-green mais (harmonisch afrijpende- of zelfs dry-down-mais) evalueert, dan zien we daar een praktisch probleem, zo vindt Bakker. Deze mais gaat gelijktijdig of zelfs eerder in de plant dood dan dat hij fysiologisch rijp is. De plant krijgt daardoor sneller fusariumproblemen. De rassen kun je niet zonder risico’s als droge korrelmais oogsten. Ook zijn ze niet in een fysiologisch rijp stadium (het optimale voor maximale voederwaarde) te oogsten en zonder problemen op te slaan als snijmais. Broei zal in vele gevallen het gevolg zijn.

Korrel niet rijp

In de silomaisrassenproeven worden deze rassen echter vaak als veel vroeger afrijpend gepresenteerd, terwijl ze dat eigenlijk niet zijn. De mais zal in de gemiddelde proefveldresultaten van de huidige snijmaisproeven als vroeg uit de bus komen, omdat een dode stengel en blad doorweegt in het drogestofgehalte van het totaal.

Maar de korrel in betreffende mais is in vele gevallen niet rijp en heeft daardoor geen maximum zetmeelgehalte, geen hoge bestendigheid van het zetmeel en het heeft geen maximum werkelijke voederwaarde. En als zo’n plant een keer tijdig rijp moet zijn omdat het najaar koud is, is die mais niet afgestorven en nog niet rijp en zelfs vaak niet goed inkuilbaar, zo geeft Bakker aan. Dat zijn de praktische consequenties die men meestal vergeet.

Verschil stay-green en dry-down

Bakker: “Het verschil tussen stay-green en dry-down van maisrassen komt pas naar voren bij drogestofgehaltes van de totale plant van boven de 30% tot 32%. Pas dan krijg je dat rassen die fysiologisch gelijktijdig afrijpen door het verschil in snelheid van afsterven van de restplant veel gaan afwijken in drogestofgehalte van de totale plant.

Bij het volgen van het vroeger oogstadvies voor snijmais in de jaren negentig – toen werd geadviseerd om te oogsten tussen de 28% en 33% droge stof – zou men nooit verschil zien.”

“Verder zien we vaak het verschil tussen stay-green en dry-down in het minder snel afsterven van de stay-greens onder moeilijke omstandigheden, zoals droogte en nutriënten tekorten. De echte stay-green-rassen zijn vaak de rassen die het best met deze stress omstandigheden kunnen omgaan.”

Of registreer je om te kunnen reageren.