Rundveehouderij

Nieuws 519 x bekeken

Vetzuurpatroon kan binnen bedrijf per tank verschillen

Er zitten grote verschillen in de vetzuursamenstelling van melk tussen bedrijven, maar ook binnen het bedrijf kan de vetzuursamenstelling van tank tot tank variëren.

Dat blijkt uit metingen die de afgelopen weken zijn uitgevoerd op de Nederlandse melkveebedrijven. Er wordt hierbij vooral gekeken naar het gehalte C16:0, een ‘hard’ vet met een hoog smeltpunt van 63 graden. Het Nederlandse gemiddelde C16:0 moet richting 32%, omdat te veel C16:0 vetzuren de verwerking van de melk bemoeilijken en de smeerbaarheid van boter en zachtheid van kaas beïnvloedt. Hoe meer C16:0, hoe harder de kaas.

Aandeel C16:0 in Nederlandse melk flink opgelopen

Volgens Volac Wilmar, producent en leverancier van pensbestendige vetten, kan het percentage C16:0 in melk wel variëren van 22% tot 39%, afhankelijk van land, rantsoen en seizoen. Binnen de Nederlandse bedrijven acht Volac Wilmar wel een variatie van 2 à 3% C16:0 in de melk mogelijk per tank. In Nederland is het aandeel C16:0 in de melk flink opgelopen, omdat er in de laatste jaren veel meer bestendig vet gevoerd is, en dan met name de gefractioneerde vetten, waarbij het gehalte C16:0 in het gevoerde product meer dan 60% is. “Het is met name de afzet van deze producten die bij ons, maar ook bij onze collega’s in de markt, enorm is toegenomen”, zo stelt Volac Wilmar. Daarom is deze soort pensbestendige vetten in de ban gedaan tot nader order.

“Onze andere producten kunnen gelukkig wel veilig gevoerd worden”, stelt Volac Wilmar. Dat komt doordat het aandeel C16:0 in deze producten lager is en doordat er veel meer C18:1 onverzadigd vet in zit dat juist een heel laag smeltpunt heeft van 13 graden. Dat verlaagt de ‘Solid Fat Content’, een maat voor de hardheid van het totaal aan vetten in de melk.

Of registreer je om te kunnen reageren.