Rundveehouderij

Nieuws 903 x bekeken

Meer omgevingsbacteriën in tweede helft jaar

Het percentage omgevings-streptokokken in tankmelkmonsters is licht gestegen, zo blijkt uit geanonimiseerde cijfers van de Gezondheidsdienst voor Dieren.

Uit analyse van de – geanonimiseerde – resultaten uit alle abonnementen Uiergezondheid Tankmelk blijkt dat het percentage monsters met de mastitisverwekkers S. aureus en S. agalatiae vrijwel gelijk is gebleven. Dat meldt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in Deventer. Het percentage monsters waarin coliformen en klebsiëlla zijn aangetroffen daalde licht, terwijl de aanwezigheid van omgevingsstreptokokken, waaronder S. uberis en S. dysgalatiae, licht is toegenomen.

Koegebonden kiem

S. uberis is een bacterie die zich gedeeltelijk gedraagt als omgevingskiem, maar ook als koegebonden kiem. De mastitisverwekker kan daarmee in tankmelk terechtkomen via geïnfecteerde kwartieren, maar ook direct vanuit de omgeving. Met het opsporen en aanpakken (behandelen of afvoeren) van de geïnfecteerde dieren zal het aantal S. uberis-bacteriën dalen. Hygiëne in de stal en tijdens het melkproces zijn vanwege de gedragingen van de kiem beide belangrijk om te voorkomen dat de melk in contact komt met vuil vanuit de omgeving.

Vochtige warmte goed voor omgevingsbacteriën

Omgevingsbacteriën voelen zich in het algemeen prettig bij vochtige, warme omstandigheden en kunnen zich dan snel vermenigvuldigen. Nadere analyse van de tankmelk toont dan ook dat de vanaf juni-juli het percentage monsters waarin omgevingsbacteriën voorkomen ook oploopt. Zo is het percentage S. uberis in tankmelk in de maanden januari tot en met mei rond 5,5 à 6,5 procent, terwijl dat in de periode juli tot en met november oploopt van 7% tot bijna 9,5%. Eenzelfde curve, maar dan met percentages tussen 3% en 6% is te zien bij Klebsiella.

Of registreer je om te kunnen reageren.