Rundveehouderij

Nieuws 1738 x bekeken

Para-tbc vleesvee blijft lang onzichtbaar

Op 15% van de vleesveebedrijven komt para-tbc voor. Dat levert ongemerkt veel schade op. Gerichte maatregelen voorkomen verspreiding.

Paratuberculose of para-tbc is een ongeneeslijke, besmettelijk infectie en ontsteking van de dunne darm, veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium subspecies avium paratuberculosis. Vleesvee dat is geïnfecteerd en ziekteverschijnselen vertoont, heeft last van vermagering en terugkerende of aanhoudende diarree, waarbij vaak gasbelletjes zichtbaar zijn.

Deze dieren blijven achter in groei, zijn minder vruchtbaar en geven minder melk. Ook hebben ze minder conditie ondanks een goede eetlust en is het geboortegewicht van de kalveren vaak lager. Bij para-tbc treedt geen koorts op.

Er is geen behandeling voor para-tbc. “Een vaccin kan klinische klachten voorkomen, maar houdt de verspreiding van de infectie niet ­tegen. Vaccinatie is in Nederland niet toegestaan”, zegt GD-rundveedierenarts Thomas Dijkstra.

Para-tbc op bedrijf kost altijd geld

Als runderen lang genoeg leven, leidt de infectie tot vermagering en sterfte. “We weten niet hoe groot de economische schade van para-tbc op een vleesveebedrijf is, maar het kost altijd geld en het beperkt de afzetmogelijkheden”, aldus Dijkstra. “Belangrijker is dat de infectie zich zonder maatregelen verder uitbreidt. Als er één zieke koe is als gevolg van een besmetting, dan weet je zeker dat ook jongvee is geïnfecteerd.”

Besmet rund wordt niet direct ziek

Een rund dat als kalf is besmet, wordt niet direct ziek maar toont vaak pas jaren later klinische ziekteverschijnselen. Bij de eerste verschijnselen scheiden deze dieren grote aantallen bacteriën uit via mest, melk en biest.

Een koe die de ziekte in een vergevorderd stadium heeft, kan de bacterie overdragen op het ongeboren kalf.

Zeker de kalveren tot één jaar oud zijn vatbaar voor een besmetting, die ze meestal oplopen door in aanraking te ­komen met besmette mest, biest en melk. Hoe jonger, hoe gevoeliger de dieren zijn. Dieren die vanaf één jaar oud besmet raken, overwinnen de infectie. Jong geïnfecteerde dieren komen meestal niet meer van de infectie af.

De incubatietijd varieert van anderhalf tot meer dan tien jaar. Dan pas komt bij een deel van de oudere koeien een ongeneeslijke darmontsteking naar voren. Niet alle besmette koeien worden ziek, maar zijn wel dragers van de para-tbc-bacterie, die ze al op tweejarige leeftijd (of jonger) gaan verspreiden.

Zeker de kalveren tot één jaar oud zijn vatbaar voor een para-tbc-besmetting, die ze meestal oplopen door in aanraking te ­komen met besmette mest, biest en melk.

Bacterie kan ruim een jaar buiten dier overleven

De bacterie is omhuld met een stevige waslaag, waardoor ze meer dan een jaar buiten het dier kan overleven. Dat gebeurt bijvoorbeeld in grond, water, kuilgras en mest. Besmette koeien scheiden de bacterie vooral uit in de mest. Met name jongvee tot één jaar kan door opname van besmette mest, biest, melk, voer en drinkwater geïnfecteerd raken.

Aanpak para-tbc

De aanpak van para-tbc bestaat voor een belangrijk deel uit het voorkomen van ziekte-overdracht op kalveren en het afvoeren van besmette dieren. Kalveren weghalen bij de moeder en kunstmatig opfokken, is in de zoogkoeienhouderij praktisch onmogelijk. Dat maakt bestrijding moeilijker. Een belangrijke maatregel op deze bedrijven is het testen en opruimen van besmette dieren. “Maar dat is niet voldoende”, waarschuwt Dijkstra. “Het tegengaan van contacten tussen besmette dieren en dieren die gevoelig zijn voor infectie, is ook nodig om para-tbc op zoogkoeienbedrijven te beheersen.”

Vleesveehouders kunnen met het GD-programma Paratuberculose de ziekte eenvoudig beheersen, maar er zijn nog te weinig vleesveebedrijven die deelnemen. “Tot dusver nemen een paar honderd niet-melkleverende bedrijven deel aan ons programma”, zegt Dijkstra.

Twee programma's voor bestrijding para-tbc vleesvee

Er zijn twee programma’s voor vleesveehouders. Het eerste is het Paratuberculose Programma Nederland (PNN) met als doel de infectie op de bedrijven zelf te beheersen, zonder de infectie per se helemaal uit te roeien. Hiervoor geldt de indeling in drie statussen: één voor bedrijven waar geen para-tbc is aangetoond (status A) en twee voor besmette bedrijven (status B als besmette runderen worden afgevoerd en status C als besmette runderen nog niet worden afgevoerd). Daarnaast is er het Intensief Programma Paratuberculose met als doel om het risico van handel in rundvee tussen bedrijven te beperken door paratuberculose-vrije bedrijven te certificeren als ‘vrij’ (status 10) en door de infectie te elimineren op bekend besmette bedrijven.

Nadat een vleesveehouder zich heeft aangemeld voor PNN, volgt bij runderen van drie jaar en ouder bloedonderzoek op afweerstoffen tegen para-tbc. Als geen antistoffen aangetoond worden, ontvangt het bedrijf status A. Daarna is slechts eens per twee jaar een bewakingsonderzoek (bloedonderzoek) nodig. Ook ontvangen deelnemers bericht en onderzoeksadvies als ze rundvee aanvoeren van een bedrijf met een lagere status.

Als geen antistoffen aangetoond worden, ontvangt het bedrijf status A. Daarna is slechts eens per twee jaar een bewakingsonderzoek (bloedonderzoek) nodig.

Jaarlijks bewakingsonderzoek van bloed en mest

Bedrijven waar wel besmette runderen zijn aangetroffen, ontvangen status B of C en doen jaarlijks bewakingsonderzoek (bloed- en mestonderzoek). Het eerste mestonderzoek is één jaar na het kwalificatieonderzoek en de volgende mestonderzoeken zijn om de twee jaar. “Veehouders moeten koeien met afweerstoffen tegen para-tbc in het bloed – bevestigd via een mestkweek – zo snel mogelijk afvoeren. Evenals de kalveren van deze koeien, want er is grote kans dat zij ook besmet zijn.” Bedrijven met status A kunnen insleep voorkomen door geen vee of mest aan te voeren van bedrijven met een lagere of onbekende para-tbc-status.

Para-tbc beheersen beperkt financiële schade

Het reguliere GD Paratuberculose-programma kost €14,59 per kwartaal en het Intensief Programma Paratuberculose kost €38,44 per kwartaal. Hierbij komen nog de kosten van laboratoriumonderzoeken. “De kosten van deze programma’s wegen op tegen het risico van besmetting”, zeg Dijkstra. “Doe je geen onderzoek, dan verspreidt een infectie zich verder in de veestapel, worden meer dieren ziek en loopt de financiële schade verder op. Het volledig uitroeien van para-tbc is onmogelijk, maar de ziekte zoveel mogelijk beheersen, is van belang voor de gehele rundveesector.”

Para-tbc op 25% van de melkveebedrijven
Circa driekwart van de melkveebedrijven heeft de para-tbc-status A. Op 25% van de melkveebedrijven komt para-tbc voor (status 
B of C).
De schade door para-tbc loopt op een gemiddeld melkveebedrijf uiteen van praktisch 0 euro tot meer dan € 10.000 per jaar, afhankelijk van de ernst van de besmetting. De schade ontstaat door derving van melkopbrengst (10% tot 20% minder melk) en kosten van voortijdige afvoer, behandeling van zieke dieren, verlies van slachtwaarde en sterfte.
Zuivelondernemingen stimuleren beheersing van para-tbc vanwege exportbelangen en een mogelijk verband tussen para-tbc en de ziekte van Crohn bij mensen. De zuivelverwerkers verenigd in de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) zijn in 2008 begonnen met een programma gericht op het beheersen van para-tbc. Vanaf 1 januari 2011 zijn alle melkleverende bedrijven verplicht om minimaal status B te hebben. Bedrijven met status C moeten koeien met antistoffen tegen para-tbc in de melk (eventueel na bevestiging door mestonderzoek) afvoeren.

Foto uit een reportage bij melkveebedrijf dat veel aandacht besteedt aan de bestrijding van paratuberculose. Centraal daarbij staat het voorkomen van besmetting bij kalveren; die dieren krijgen alleen hooi van percelen die niet bemest zijn met dierlijke mest.<br /><em>Foto: Penn Communicatie</em>
Foto uit een reportage bij melkveebedrijf dat veel aandacht besteedt aan de bestrijding van paratuberculose. Centraal daarbij staat het voorkomen van besmetting bij kalveren; die dieren krijgen alleen hooi van percelen die niet bemest zijn met dierlijke mest.
Foto: Penn Communicatie

Om paratuberculose op melkveebedrijven te beheersen, neemt 99 procent van de melkveehouders deel aan het GD Paratuberculose Programma. Nederlandse zuivelverwerkers verplichten deelname aan PPN of het Intensief Programma. Op melkveebedrijven is het praktisch goed uitvoerbaar om pasgeboren kalveren direct bij de moeder weg te halen en jongvee te scheiden van ouder vee. Dit zijn zeer effectieve maatregelen om verspreiding te voorkomen.

Of registreer je om te kunnen reageren.