Rundveehouderij

Nieuws 1715 x bekeken

Dracht bepalend voor opfok kalf

Veehouders zijn zich nog onvoldoende bewust wat de invloed van de drachtperiode van een koe op de ontwikkeling van het kalf na de geboorte heeft.

Dit stelde dierenarts Gerrit Hegen tijdens een workshop jongvee-opfok voor leden van de European Dairy Farmers (EDF).

Negatieve energiebalans

In de eerste drie maanden van de dracht wordt bijvoorbeeld het geslachtsapparaat ontwikkeld. Een negatieve energiebalans is de oorzaak van de ontwikkeling van kwalitatief mindere follikels bij het kalf. Ook de aanleg van andere organen wordt negatief beïnvloed.

Mindere nakomelingen

Dat is volgens Hegen de reden dat hoog productieve koeien, die snel en langdurig een diepe negatieve energiebalans hebben en toch drachtig worden, vaak mindere nakomelingen krijgen. Een energietekort in de laatste 100 dagen van de dracht levert minder groei van het kalf op en heeft een negatieve invloed op de latere afweer van het kalf. Een eiwittekort in de laatste 100 dagen leidt tot slappe kalveren, veroorzaakt een verminderde doorlaatbaarheid van de darm van het kalf en geeft biest van mindere kwaliteit.

Droogstandsrantsoen

Daarom moet een droogstandsrantsoen 1.400 tot 1.500 gram ruw eiwit per dag bevatten oplopend naar 1600 gram in de laatste twee weken voor afkalven. De meeste rantsoenen hebben dat op papier wel, maar het voer moet dan wel in de koe komen. Hegen wees de aanwezige veehouders erop om er vooral voor te zorgen dat een droogstandsrantsoen smakelijk is. Naast de effecten op het ongeboren kalf heeft ook de koe baat bij een goed droogstandsrantsoen. Een goed gevoerde koe met een conditiescore van 3 tot 3,5 na het afkalven start zelf ook beter op in de lactatie.

Of registreer je om te kunnen reageren.