Rundveehouderij

Nieuws 2766 x bekeken 6 reacties

Derogatie eist optimale resultaten

Arnhem - Om de nadelige gevolgen van een groter grasareaal zo veel mogelijk op te vangen, moeten melkveebedrijven zo scherp mogelijk worden op hun technische resultaten. Bovengemiddelde prestaties zijn niet voldoende. Optimale technische resultaten zijn nodig. Dit stelt adviesbureau AcconAVM.

Concreet betekent dit een tussenkalftijd voor het vee die korter is dan 385 dagen, het aanhouden van maximaal een kwart jongvee, een afkalfleeftijd van de vaarzen van 24 maanden en een hogere levensproductie per melkkoe. Ook moet het herfstgras optimaal worden benut. Jongvee tot een jaar krijgt 25 procent mais in het rantsoen, ouder vee niet meer.

AcconAVM heeft berekend dat de omschakeling van 70 procent grasland en 30 procent maisland naar 80 procent gras en 20 procent mais flinke verliezen aan drogestof en zetmeel oplevert en extra mestafzetkosten meebrengt. Voor een melkveebedrijf met 40 hectare zandgrond, 36 stuks jongvee en 60 melkkoeien met een productie van 8.500 kilo per koe en een ureumgehalte van 21 kost de omschakeling 24 ton drogestof. Er is weliswaar iets meer drogestof uit gras, maar dit weegt niet op tegen het verlies van drogestof uit mais. Die 24 ton drogestof staat gelijk aan 1,5 hectare mais. Door een 15 procent lagere beschikbaarheid van zetmeel, stijgt het ureumgetal, van 21 naar 24. Dat is goed voor 5 kilo meer stikstofproductie per koe, ofwel 300 kilo totaal, terwijl de plaatsingsruimte met 800 kilo stikstof daalt.

Niet voor alle melkveebedrijven heeft de andere derogatie nadelige gevolgen, maar voor 40 procent wel, met name op zandgronden in het oosten en zuiden van het land.

Laatste reacties

  • wmeulemanjr1

    Adviesbureau is zelf geen boer, de perfectie verkondigen is en blijft een te gemakkelijke zaak, in de praktijk gaat veel toch net iets anders dan vooraf perfect uitgedacht.

  • ...............

    Adviesbureau kan het vaak zelf ook niet,

  • Mozes

    Bij de conclusies in het bovenstaand artikel kunnen nog al wat vraagtekens geplaatst worden.
    Ten eerste: moet het ureumgehalte stijgen bij minder mais? Als je minder mais en meer gras in het rantsoen hebt kun je krachtvoer gebruiken met minder eiwit waardoor het ureumgehalte niet hoeft te stijgen.
    Ten tweede: wordt de mestplaatsingsruimte werkelijk kleiner? Bij de meeste bedrijven is fosfaat de beperkende factor in de mestplaatsing. Als men met de plaatsing van drijfmest de fosfaatgrens heeft bereikt komt men met de stikstof vaak niet verder dan 220 á 230 kg.
    Het belangrijkste probleem met de nieuwe derogatieregels is de verkleining van het aandeel mais van 30 naar 20%. Dit betekent dat op een bedrijf 4.5 tot 5% minder drogestof geproduceerd kan worden.

  • 200113528

    accon snapt het niet. Volgens mij heeft mozes gelijk. en kun je minder iewit kopen. Het grootste nadeel zit hem erin als je mais op afstand ebt en dat nu in gras moet zaaien. Advies breau's moeten alles berekenen. Nu doet Accon net alsof. Waarschijnlijk geven ze op alle gebied half advies. En een half advies is een verkeerd advies.


  • BO(skabout)ER

    je moet altijd gaan voor optimale resultaten. Ik ken boeren met weinig maïs en een ureum van 17..je kan altijd nog pulp of mais kopen..

  • koestal

    Cijfers die spreken of zwijgen !

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.