Rundveehouderij

Nieuws 702 x bekeken

Bijna helft Vlamingen in programma para-tbc

Er is bij Vlaamse melkveebedrijven een toenemende belangstelling voor de bestrijding van paratuberculose. Dat concludeert Dierengezondheidszorg (DGZ) Vlaanderen uit de resultaten van het afgelopen werkjaar.

Het vrijwillig programma tegen paratuberculose is in Vlaanderen inmiddels zeven jaar actief. Sindsdien zijn er 2.324 deelnemende bedrijven, goed voor bijna de helft van de melkleverende bedrijven in Vlaanderen. Het afgelopen jaar werden 998 nieuwe inschrijvingen genoteerd.

De overgrote meerderheid van de deelnemende melkveebedrijven, namelijk 92 procent, behaalde het A-niveau, wat het hoogst haalbare is. Van deze bedrijven behaalde 62 procent dit niveau op basis van een volledig negatieve screening. De overige bedrijven kwamen op dit niveau na het nemen van bijkomende acties.

Bedrijven met een A-niveau zijn ‘laag risicobedrijven’ of bedrijven met een gunstige beoordeling voor wat betreft de aanwezigheid van ziektekiemen in de melk. Eventueel seropositieve dieren zijn er in overeenstemming met het reglement opgeruimd. Deze bedrijven screenen om de twee jaar. Bedrijven met een lager niveau doen dit jaarlijks.

Paratuberculose bij runderen is moeilijk te bestrijden en heeft grote economische gevolgen voor de getroffen bedrijven. Daarom werd in 2007 een bestrijdingsprogramma ontwikkeld voor de Belgische melkveehouderij. Na vijf jaar werd het programma, op vraag van de sector, gewijzigd. Het leidde tot een vereenvoudigd programma, wat een extra stimulans bleek voor veehouders om mee te doen.

In Nederland is al sinds 1997 sprake van bestrijding van para-tbc bij melkvee, maar dit wordt pas sinds 2005 breder toegepast. Sinds enkele jaren is monitoring via de zuivelindustrie verplicht.

Rene Stevens

Of registreer je om te kunnen reageren.