Rundveehouderij

Nieuws 2348 x bekeken 2 reacties

Juist na tweede snede drijfmest benutten

Wageningen - Na de tweede snede is het zaak ruimte voor verdere drijfmestgift te bepalen. Weidend bedrijf moet kunstmest inzetten om kroonroest te voorkomen. Nu de tweede snede van het land is, moeten veehouders nog eens goed naar het bemestingsplan voor de rest van het seizoen kijken.
Dit stelt Albert Jan Bos, DLV-adviseur en lid van de commissie Bemesting grasland en voedergewassen. “Meer ruwvoer van het land halen binnen de gebruiksruimte wordt steeds belangrijker.” Bedrijven die niet weiden, leggen de nadruk op de eerste drie snedes om voldoende ruw eiwit in de kuil te krijgen. De latere snedes worden nauwelijks bemest en moeten het doen met de nawerking uit drijfmest. “Weidende bedrijven weten dat ze in de tweede helft van het seizoen kunstmest moeten geven, anders schiet het gras in de stress met het risico op kroonroest en verminderde smakelijkheid”, ziet Bos.
Nu, na de tweede snede, moeten veehouders kijken of er ruimte is om drijfmest aan te voeren of dat juist afvoeren nodig is. Daarna kan de ruimte voor kunstmest worden bepaald. De laatste stap is de beschikbare drijfmest en kunstmest verdelen voor de derde en vierde snede. Voor weidende bedrijven adviseert Bos geen drijfmest meer voor weidesnedes uit te rijden, maar deze volledig voor maai-snedes te benutten en de kunstmestgift voor alle percelen gelijk te houden. Zo kan de veehouder verschil maken in bemestingsniveau tussen weiden en maaien. Voor alleen maaien adviseert hij mest planmatiger in te zetten.
“Geef drijfmest alleen aan de derde snede als er voldoende opslagruimte is. Met ook nog voor de vierde snede bemesten komt de nawerking te laat en heb je er niets meer aan. Dan is het beter bij de vierde snede wat meer kunstmest te geven dan bij de derde.”

Laatste reacties

  • koestal

    ook mesten met deze droogte ?

  • wmeulemanjr1

    t'is zo weer 1 september!

Of registreer je om te kunnen reageren.