Rundveehouderij

Nieuws 2640 x bekeken

Later oogsten snijmais verhoogt zetmeelopbrengst

Wageningen – Door snijmais in een later stadium te oogsten kan de zetmeelopbrengst worden verhoogd zonder negatief effect op conservering, voeropname of melkproductie.

De bestendigheid van zetmeel neemt toe waarmee de koeien uiteindelijk minder methaan per kilo drogestof produceren. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het onderzoek Effectieve en kosteloze vermindering van de methaanuitstoot door de melkveehouderij met verder afgerijpte mais uitgevoerd door Wageningen UR Livestock Research.

In een proef zijn voor en nadelen van verschillende oogstmomenten onderzocht. Snijmais werd geoogst op 30, 34, 38 en 42 procent drogestof. De vier proefkuilen bleken niet voor elkaar onder te doen wat betreft conservering. Het zetmeelgehalte varieerde van 381 gram per kilo drogestof in de natste kuil tot 433 gram drogestof in de droogste kuil.

Uit de vier kuilen werd een rantsoen samengesteld van 61 procent mais, 28 procent gras en 10 procent sojaschroot aangevuld met krachtvoer. De 64 hoogproductieve koeien die ieder met een van de rantsoenen gevoerd werden hadden een gemiddelde productie van 43 kilo meetmelk. Er was geen effect van de rijpheid van de mais op de voeropname of melkproductie van de koeien. Wel produceerden de koeien met snijmais van 42 procent drogestof wat minder melkvet. De pensbestendigheid van het zetmeel bij de vier oogststadia bleek minder te verschillen dan verwacht. Daardoor was het verschil in methaanemissie tussen de vier rantsoenen relatief klein. Bij andere maisrassen zou het verschil in zetmeelgehalte en bestendigheid door langer afrijpen volgens de onderzoekers groter kunnen zijn waardoor de methaanemissie per kilo drogestof verder daalt.

Of registreer je om te kunnen reageren.