Rundveehouderij

Nieuws 3870 x bekeken

Veel variatie in voorjaarskuilen

Wageningen - De voorjaarskuilen van 2012 laten veel variatie zien. Dat meldt BLGG AgroXpertus op basis van de eerste duizend voorjaarskuilen die zijn geanalyseerd.

De kuilen weerspiegelen volgens het onderzoeksinstituut het wisselvallige weer tijdens de start van het groeiseizoen.

Op het eerste gezicht zijn de voorjaarskuilen gezonde structuurrijke kuilen. Ze zijn goed geconserveerd en lopen weinig risico op broei. Doordat het gras gedurende een korte periode van droog weer is ingekuild ligt het drogestofpercentage lager dan voorgaande jaren. Het vochtige en wisselvallige weer resulteerde dit voorjaar in massale opbrengsten per hectare. De structuurwaarde en het NDF-gehalte (totaal hoeveelheid celwanden) liggen hoger dan voorgaande jaren. De zwaardere snedes hebben wel lagere VEM- en eiwitgehaltes (RE) tot gevolg. Met een gemiddelde VEM (voederwaarde)van  902 en een RE-totaal van 161 vallen de voorjaarskuilen niet extreem uit de toon. Het vijfjarige gemiddelde voor VEM ligt op 920 en voor RE-totaal op 170. In rantsoenen met veel snijmais moet wel goed op het eiwitaanbod worden gelet.

Kuilen die begin mei zijn gemaakt bevatten een aanzienlijk hogere voederwaarde dan kuilen die eind mei zijn gemaakt. Zo daalt de VEM van 935 begin mei naar 891 in de laatste weken van mei. RE-totaal zakt in dezelfde periode van 183 naar 153. Na 20 mei daalt de voederwaarde erg snel omdat de meeste grassen dan beginnen te bloeien.

Volgens BLGG heeft 13 procent van de voorjaarskuilen tijdens het groeiseizoen een zwaveltekort gehad. Deze kuilen hebben een S-index van 85 of lager. Het onderzoekinstituut introduceerde de S-index begin dit jaar als indicatie voor zwavelbemesting. Door een zwaveltekort kan volgens BLGG 10 tot 20 procent drogestofproductie per jaar worden gemist. Ook de eiwitopbrengst per hectare daalt.

Of registreer je om te kunnen reageren.