Rundveehouderij

Nieuws 679 x bekeken 2 reacties

Fokkers kien op ziektes

Doetinchem - Met de recente vondst van de huidziekte besnoitiose in Zwitserland blijkt dat import van vee risicovol kan zijn.

Jaarlijks importeert Nederland ruim 20.000 oudere runderen. Hoe de verdeling daarvan tussen fok- en slachtvee ligt is niet bekend. Wel leert navraag onder veehandelaren dat kopers van buitenlands fokvee gezondsheidseisen aan de dieren stellen. De runderen moeten afkomstig zijn van een bedrijf met minimaal dezelfde gezondheidsstatus. De voorkeur gaat uit naar dieren die minimaal para- en lepto-vrij zijn en bij voorkeur ook vrij van IBR en BVD. De handelaren vinden de import van runderen voor de mesterij een groter risico. Ontvangende bedrijven stellen nauwelijks eisen aan de dieren omdat deze maar een beperkte tijd op het bedrijf aanwezig zijn en vervolgens naar een slachthuis gaan. Het importeren van vee uit Noord-Eruopese landen brengt weinig risico met zich mee omdat de ziektestatus vergelijkbaar is met de Nederlandse. Iets anders is het met de Oost-Europese landen. Daar is minder van bekend en met name een aandoening als besnoitiose komt op de Balkan voor. Terwijl daar juist regelmatig runderen voor de mesterij gekocht worden.

Laatste reacties

  • info48

    Wat te denken van de Honderdduizenden kalveren die we binnen halen en waar we geen eisen aan kunnen stellen omdat we ongeveer de laagste veterinaire status hebben in Europa, we zijn onder aanvoering van de kalver industrie en met volle medewerking van LTO en daarmee ook het nVWA verworden tot het 'afvalputje' van Europa!
    Onze CVO, Christianne Brussche, hoor ik zeggen; als er onder de veehouders (lees LTO) draagvlak is voor IBR,BVD en/of Para bestrijding, de opstelling van het Ministerie ook anders zal zijn.
    Het word tijd dat binnen LTO er een duidelijke en heldere discussie gevoerd word over noodzaak van een actief pereventie beleid of de zaak zoals nu op z'n beloop laten en wachten op de volgende ramp (MKZ) die we met de kalveren binnen gehaald hebben.
    Door de mogelijkheid uit ieder land, ongeacht de status, kalfjes te importeren worden de Nederlandse kalveren er niet duurder op.

  • joannes

    Wat er gebeurd met deze tak van de veehouderij is dat de Nederlanders zich specialiseren en, met een relatief moeilijk verhandel baar product, toch nog hun brood kunnen verdienen dankzij intensivering en het nemen van meer risico´s. De landen waar deze kalveren vandaan komen, komen in het tegenovergestelde terecht: vermindering van specialisatie, vermindering van kennis en uiteindelijk afhankelijk heid van Nederlandse opkopers en verwerkings infrastructuur. Het gevolg is dat op de Veluwe het het risico van de Kalvermesterij zich consentreert. De van Driegroep is er goed mee maar deze concentratie is natuurlijk buiten alle perken gegroeid. Insleep van ziektes is voor de gehele veehouderij ernstig gegroeid. Zo zie je maar, dat wat succes lijkt, naar een grote bedreiging kan groeien. Voor de Nederlanse veehouderij en voor die landen waar we de kalveren kopen. Voor slachtvee geldt natuurlijk hetzelfde! Maar door de beperkte tijd een kleinere bedreiging!

Of registreer je om te kunnen reageren.