Rundveehouderij

Nieuws 1097 x bekeken laatste update:20 jun 2012

Eén op de vijf dekstieren mankeert iets

Deventer - Driekwart van de vleesveefokkers werkt met een dekstier, maar dat biedt geen sleutel tot succes, blijkt tijdens een bijeenkomst van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). "Een op de vijf stieren mankeert wel wat", zegt GD-dierenarts Thomas Dijkstra.


Een dekstier heeft als grote voordeel ten opzichte van KI dat de stier vrijwel elke tochtige koe ziet en dekt. Een vleesveehouder mag ervan uitgaan dat een stier binnen drie weken 60 procent van de koeien gedekt heeft, dit percentage loopt op naar 90 procent binnen 6 weken.
Maar een het percentage dekstieren zonder vruchtbaarheidsproblemen ligt maar op 6 procent, stelde Dijkstra tijdens een vleesveestudiedag. “Een op de vijf stieren mankeert wel wat, de spermakwaliteit is bijvoorbeeld vaak minder goed.”
Volgens Dijkstra moeten veehouders bij de aankoop van een stier op z’n minst letten op de symmetrie en temperatuursverschil tussen de zaadballen. Zit daar enige afwijking in, dan is de kans groot dat de stier verminderd vruchtbaar is. Ook de conditie van de stier is van belang, een te vette stier levert in op spermakwaliteit.
Een punt waar volgens Dijkstra weinig veehouders rekening mee houden is hittestress. Bij heet weer gaat de spermakwaliteit achteruit en dat heeft zes tot acht weken herstel nodig. Hoge koorts bij ziekte kan zelfs tot onvruchtbaarheid leiden.
Stress heeft ook grote invloed op de dekresultaten. Meerdere stieren in een koppel lijkt praktisch maar draait vaak uit op onderlinge ruzie waardoor de aandacht van de koeien afgeleid wordt en de dominantste stier pakt vrijwel alle koeien. Ook een jonge stier bij oude koeien leidt vaak tot stresssituaties, de koeien zijn daarbij de stier de baas. Bij huisvesting moet er gelet worden dat de stier niet op een te gladde vloer hoeft te springen. Het risico bestaat dat een stier na een flinke glijpartij niet meer durft te springen.

Of registreer je om te kunnen reageren.