Rundveehouderij

Nieuws 596 x bekeken

Dertien infecties achter elke Q-koortsmelding

Utrecht - Achter elke humane Q-koortsmelding zitten bijna dertien infectiegevallen. Dat schat de Utrechtse promovendus Wim van der Hoek. Dit betekent dat achter de 3.522 acute Q-koortsgevallen in Nederland tussen 2007 en 2009 meer dan 44.000 infectiegevallen zitten.

Zoals bij veel andere infectieziekten blijven bij Q-koorts de meeste infecties onopgemerkt. Vaak zijn er geen of lichte klachten en herstelt de patiënt met of zonder behandeling. Lang niet altijd wordt er laboratoriumdiagnostiek aangevraagd.

In 2009 werden, los van de 2.317 meldingen (ECDC) in Nederland, binnen Europa 370 gevallen gemeld. Dit relatief lage aantal staat in contrast met  onderzoek naar antistoffen in bloedmonsters. Op basis van deze onderzoeken wordt geschat dat 2 tot 10 procent van de Europese bevolking een keer is besmet met de Q-koortsbacterie Coxiella burnetii. In Nederland lag de besmettingsgraad voor de Q-koorts epidemie op 2,4 procent. Het is volgens Van der Hoek belangrijk om te weten hoeveel mensen besmet zijn omdat onbekend is in hoeverre afwijkende verschijnselen en andere niet herkende infecties later toch tot belangrijke gezondheidsproblemen kunnen leiden. De overheid heeft haar veterinaire keuzes volgens Van der Hoek tijdens de recente epidemie vooral gebaseerd op de gemelde Q-koortsbesmettingen. Toen dit aantal in 2010 daalde (504 gevallen) is vooral gekeken naar acute Q-koorts-gevallen met langdurige effecten. Door uit te gaan van het totaal aantal Q-koortsbesmettingen kunnen volgens Van der Hoek betere schattingen worden gedaan ten aanzien van het te verwachten aantal chronische gevallen. Ook kan dit helpen bij het nemen van voorzorgsmaatregelen. Gedacht kan worden aan het screenen van bloed, sperma en controle op infecties met afwijkende verschijnselen bij zwangere vrouwen en mensen met hart en vaatziekten.

Of registreer je om te kunnen reageren.