Rundveehouderij

Nieuws 2566 x bekeken 1 reactie

Europese zuivel vreest non-tarifaire hindernissen in handel met VS

Brussel – De zuivelhandel tussen de EU en de Verenigde Staten is nog altijd sterk in het voordeel van Europa, maar Amerikaanse regelgeving zou dat wel eens kunnen veranderen, vreest de Europese zuivel.

De branche wil graag dat een hoge ambtelijke werkgroep, die een nieuwe vrijhandelsovereenkomst voorbereidt, de risico’s goed in kaart heeft.
Mogelijke problemen bij een nieuw akkoord zitten onder meer in de Amerikaanse ’Grade A regulation’ – die bepaalt dat in de VS vermarkte zuivelproducten aan de specifieke eisen van deze regeling voldoen en waarvan het bereik steeds verder wordt uitgebreid – in de Europese dierenwelzijnseisen, in het Europese verbod op het gebruik van BST en in de Europese eis dat melk maximaal celgetal mag hebben van 400.000 per milliliter.
Vorig jaar exporteerde de Europese Unie voor ruim 860 miljoen euro aan zuivel naar de VS. Het overgrote deel van die export bestond uit kaas (bijna 110.000 ton) en in mindere mate uit caseïne (ruim 20.000 ton). De Verenigde Staten exporteerden voor slechts zo’n 100 miljoen euro zuivel naar de EU. Belangrijkste product waren hoogwaardige melkeiwitconcentraten. Daarvan werd ruim 16.000 ton naar de EU verkocht. De handel vindt voornamelijk plaats op basis van tariefcontingenten. Zowel de EU als de VS hebben zulke hoge tolmuren dat normale zuivelhandel niet rendabel is. In veel gevallen biedt zelfs een flinke verlaging van de tarieven geen soelaas om meer handel mogelijk te maken. Het meest voor de hand liggend is daarom een uitbreiding van de tariefcontingenten voor zuivel. Ook is het van belang dat andere belemmeringen uit de weg worden geruimd. De Europese zuivel vreest met name een verdere uitbreiding van de Grade A regulation, waardoor ook zuivelgrondstoffen aan extra eisen moeten voldoen. Gevaar daarvan kan zijn dat de Europese export van hoogwaardige zuivelingrediënten voor onder meer sportvoeding en gezondheidsproducten in het geding komt.

Eén reactie

  • hobbyboer

    Die Amerikanen kunnen er wat van, altijd weer iets anders uitvinden om de 'vrije' markt te vermoeilijken. Nee dan zijn de Europeanen toch veel meer 'free-traders'. In Europa wordt er niet gepraat over het limiteren van kaas-namen of ham-namen. Alleen als het product uit een bepaalde streek komt mag het de naam dragen van de streek, dus goudse kaas mag alleen maar uit Gouda komen en parma ham uit Parma. De Brusselse ambtenarij kan er wat van en mag graag iedereen vertellen dat ze alles in de weer zetten om Europa verder te helpen terwijl ze zelf de grootste barrieres op zetten om de vrije markt verder open te maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.