Rundveehouderij

Nieuws 605 x bekeken

Q-koortsbacterie vaakst in koeienplacenta

Lelystad – Het Centraal Veterinair Instituut (CVI) heeft 431 placenta’s onderzocht op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.

De onderzoekers willen hiermee achterhalen of andere diersoorten invloed hebben gehad op de uitbraken van Q-koorts in Nederland.
Uit het onderzoek blijkt 24 procent van de koeienplacenta’s positief te zijn voor de Q-koortsbacterie Coxiella burnetii. Van de schapenplacentas bleek 18 procent positief, van de paarden- en hondenplacentas bleek 7 procent positief. De bacterie werd niet gevonden in de onderzochte geiten- en kattenplacentas.
Volgens Hendrik-Jan Roest van het CVI is het feit dat geen enkele geitenplacenta positief was een teken dat de bestrijdingsstrategie voor Q-koorts werkt. Dat 24 procent van de koeienplacenta’s positief zijn verbaasd Roest niets. ”Uit eerder onderzoek bleek dat 60 procent van de tankmelkmonsters van rundveebedrijven positief is. Dan valt de 24 procent eigenlijk nog mee”, aldus Roest.
Het vervolg van het onderzoek zal zich richten op het typeren van de genotypes van Coxiella burnetii die zijn gevonden. ”Dit is interessanter dan het aantal positieve placenta’s. Als we weten om welk genotype bacterie het gaat kan mogelijk een link worden gelegd met de types bacteriën die tijdens de uitbraken zijn gevonden”, aldus Roest.
De resultaten van het genotypenonderzoek worden eind volgende maand verwacht.

Of registreer je om te kunnen reageren.