Rundveehouderij

Nieuws 2663 x bekeken

Rendement weer belangrijker kengetal bij investering op melkveebedrijf

Wageningen - Kengetallen die het rendement van investeringen meer in zicht brengen, worden meer gevraagd door melkveehouders en hun adviseurs, zo blijkt uit onderzoek van Wageningen UR. Bij het beoordelen van investeringsplannen voor melkveebedrijven leggen ondernemers en adviseurs momenteel meestal meer nadruk op de financiële haalbaarheid dan op het rendement van die plannen.

Er is echter een omslag gaande. Er wordt meer en meer gelet op zaken als terugverdientijd, kritieke melkprijs en interne rentevoet.

Tijdens bijeenkomsten met melkveehouders, adviseurs en docenten uit het agrarisch onderwijs is onderzocht hoe er meer accent op het verwachte rendement van een plan gelegd zou kunnen worden. Daarbij werden zowel kengetallen besproken rond de financiële haalbaarheid als kengetallen rond het rendement van investeringsplannen. Onder de deelnemers werd een  peiling uitgevoerd naar het belang dat zij hechten aan de kengetallen. Vóór het begin van de bijeenkomsten legden de aanwezigen veel nadruk op kengetallen rond de financiële haalbaarheid van plannen. Na afloop van de bijeenkomst waren de scores evenwichtig verdeeld over kengetallen voor zowel financiële haalbaarheid als rendementskengetallen.

Volgens de deelnemers zijn de volgende kengetallen de belangrijkste voor het beoordelen van de liquiditeit: reserveringscapaciteit, marge, kritieke melkprijs en bodemprijs. Als belangrijkste kengetallen voor het beoordelen van het rendement van een plan noemden ze: terugverdientermijn, interne rentevoet en gemiddelde extra marge per 100 euro investering.

Om het gebruik van de nieuwe rendementskengetallen in beeld te brengen, zijn modelberekeningen gemaakt voor groeiplannen van melkveebedrijven. Bij het beoordelen van de resultaten werd vooral aandacht besteed aan de gevolgen voor interne rentevoet en terugverdientijd. De interne rentevoet van investeringen in groei is het hoogst op bedrijven met leegstaande stalplaatsen en voldoende beschikbare arbeid. Bij de huidige melkquotumprijs ligt de interne rentevoet dan rond 10 procent en de terugverdientijd op circa vijftien jaar. Wanneer bij een uitbreidingsplan ook geïnvesteerd wordt in extra stalruimte en extra arbeid moet worden ingehuurd, zal de interne rentevoet in veel gevallen dicht bij 0 procent liggen en de terugverdientijd langer dan dertig jaar zijn. Alleen lagere investeringsbedragen en een sterkere verbetering van het bedrijfsresultaat na groei kunnen er voor zorgen dat het rendement gunstiger wordt.

Of registreer je om te kunnen reageren.