Rundveehouderij

Nieuws 716 x bekeken

Hogere BSE-testleeftijd scheelt €2,1 miljoen

Doetinchem - Als de slachtleeftijd voor onderzoek op BSE verhoogd wordt naar 96 maanden daalt het aantal tests aan de slachtlijn en verplichte tests. Het gaat daarbij naar schatting om 115.000 stuks. Dat scheelt de sector €2,1 miljoen per jaar, blijkt uit berekeningen van Boerderij Magazine dat hierover volgende week publiceert.

Nu test Nederland nog zo’n 220.000 dieren. Dat zijn de slachtrunderen vanaf een leeftijd van 72 maanden, inclusief circa 45.000 noodslachtingen.

De laatste gevallen van BSE in Nederland dateren alweer van twee jaar geleden en ook in andere EU-landen worden nog maar sporadisch BSE-gevallen gevonden. Vanwege de lage risico’s zijn de teugels al een beetje losgelaten. De testleeftijd is in 2009 verhoogd van 30 naar 48 maanden. Sinds juli vorig jaar geldt dat alleen slachtrunderen van 72 maanden nog getest moeten worden.

Minder testen is de volgende stap in het scenario. Nederland voldoet aan de EU-eisen hiervoor en heeft de status ‘verwaarloosbaar risico’ aangevraagd. Waarschijnlijk wordt in april 2013 besloten dat die wordt toegekend. Er zijn dan drie opties: een steekproefsgewijze controle op BSE óf verhogen van de slachtleeftijd naar 96 maanden of de BSE-test (voor gezonde dieren in het slachthuis) verdwijnt helemaal.

In het geval van steekproeven verandert ook de financiering van de BSE-testen. Nu betalen veehouders zelf voor elke test van gezonde dieren, die tussen de €5 en €40 per test kost. Bij een steekproef wordt willekeurig een rund geselecteerd waarbij een BSE-test plaatsvindt. Daarom wordt het een collectieve financiering; het is immers een willekeurige test waar de hele sector profijt van heeft. De kosten worden gehaald uit het Diergezondheidsfonds (DGF). De overheid betaalt in dat geval de helft van de kosten van de BSE-aanpak.

Rene Stevens

Of registreer je om te kunnen reageren.