Rundveehouderij

Nieuws 840 x bekeken

Welzijn koe aan eind stalperiode het laagst

Melle – Aan het einde van de stalperiode is het welzijn van koeien minder dan aan het begin van de stalperiode. Voor het welzijn maakt het niet uit of ze aangebonden staan of in een ligboxenstal. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) in het Belgische Melle.

Het verschil in welzijn tussen het begin en het eind van de stalperiode kenmerkt zich vooral door de afwezigheid van verwondingen in het begin van de stalperiode. Dat is een van de voordelen van weidegang die met name zorgt voor een betere klauwgezondheid en minder beengebreken. Dat effect loopt door tot in het begin van de stalperiode.

Onderzoeker Frank Tuyttens gebruikte voor deze vaststelling de welzijnsindicatoren omschreven in het Welfare Quality protocol.

Het protocol heeft vier welzijnsprincipes: goede voeding, goede huisvesting, goede gezondheid en gepast gedrag. Deze vier principes kennen verschillende criteria en indicatoren. Bijvoorbeeld het criterium geen honger en de indicator daarbij is lichaamsconditie.

Voor koeien in aanbindstallen en in ligboxenstallen is de totaalsom van welzijn over de vier welzijnsprincipes nagenoeg gelijk. Wel is er duidelijk verschil in opbouw van deze totaalsom. De koeien in de aanbindstal hebben gedurende de stalperiode logischerwijs veel minder bewegingsvrijheid, maar krijgen daarentegen wel veel meer dagen weidegang (207 dagen tegen 175 dagen) en ook veel meer uren per dag (16 uur tegen 7 uur per dag). Het grotere aanbod van weidegang leidt tot een beter sociaal en ander gedrag. Ook zijn aanbindkoeien meer gewend aan mensen en is daardoor de mens-dier relatie beter. Als laatste , maar zeker niet het minste welzijnsaspect hebben dieren op aanbindstallen minder pijn. Dat komt voort uit het onthoornen van de koeien/kalveren die gehuisvest zijn of worden in de ligboxenstal. Een actie die op de aanbindstal niet nodig is.

Of registreer je om te kunnen reageren.