Rundveehouderij

Nieuws 306 x bekeken

WUR: vrijheid van wetenschap in gevaar

Amsterdam – De vrijheid van wetenschap, en in dit geval de vrijheid van wetenschap en ook de journalistieke vrijheid zijn in gevaar. Dat stelt raadsman Jaap Kronenberg namens de Wageningen UR tegenover de Reclame Code Commissie (RCC) in Amsterdam. Hij reageert daarmee op de klacht die Stichting Wakker Dier heeft ingediend bij de RCC tegen Wageningen UR.

Wakker Dier stelt dat Wageningen UR zogenaamde wetenschappelijk reclame maakt. Zij doelen op verhulde reclame in de vorm van geregisseerde berichtgeving van Wageningen UR over door de industrie (de Nederlandse Zuivel Organisatie) gefinancierd wetenschappelijk onderzoek. Daarbij zou Wageningen UR zich niet hebben gehouden aan de regels van de Nederlandse Reclame Code (NRC) .

Wakker Dier gaat in op de publicaties van Wageningen UR en Researchcentrum naar aanleiding van een onderzoek naar een mogelijke relatie tussen de consumptie van melk en het krijgen van hart- en vaatziekten. Volgens de organisatie gaat de universiteit onder meer over de schreef door te stellen dat drie glazen melk per dag de kans op hart en vaatziekten verlagen. Kronenberg meent dat de publicaties van de Wageningen UR, over een door de industrie gefinancierd wetenschappelijk onderzoek, geen reclame zijn in de zin van de NRC. Daarom pleit hij ervoor dat de RCC de klacht van stichting Wakker Dier tegen Wageningen UR niet ontvankelijk verklaart. Vandaag kregen Wakker Dier, Wageningen UR en de NZO de gelegenheid hun visie op genoemde zaak te geven.

Alle partijen kwamen met een eigen advocaat naar de RCC in Amsterdam. Kreten als 'melk goed tegen hart- en vaatziekte', 'Joris Driepinter had toch gelijk' en 'de witte motor zou wel eens heel gezond kunnen zijn', zijn volgens Wakker Dier regelrechte aanprijzingen voor melk. “Dit kan toch geen objectieve berichtgeving naar aanleiding van een uitgevoerd onderzoek worden genoemd?”, zegt advocaat Alexander Bruinhof namens Wakker Dier. “Om te beginnen al niet, omdat het berichtgeving is die helemaal niet is gebaseerd op het onderzoek. Sterker, waarin claims worden gedaan waarvan het, naar aanleiding van het gepubliceerde onderzoeksartikel nu juist zegt dat ze niet gedaan mogen worden. ” WUR geeft aan dat de publicaties zuivel redactioneel van aard zijn. ”Als het zuiver redactionele stukken waren geweest had men ze ook daadwerkelijk op het onderzoek en het artikel moeten baseren, en geen claims moeten opnemen waartegen in het artikel nu juist werd gewaarschuwd.”

“De discussie reikt verder dan alleen de Nederlandse Reclame Code”, aldus Kronenberg namens Wageningen UR. “Het gaat primair om de vrijheid van meningsuiting, in dit geval de vrijheid van wetenschap en ook de journalistieke vrijheid. Daarnaast gaat het ook om een politieke keuze hoe wij in Nederland wetenschappelijk onderzoek willen financieren.” Kronenberg wijst erop dat het een politieke keuze geweest om wetenschappelijk onderzoek in Nederland deels via de derde geldstroom financiering te bekostigen. Zou die financiering op zichzelf voldoende zijn om beïnvloeding door de financier van het onderzoek en de uitingen daarover aan te nemen, dan wordt daarmee de bijl gezet aan de wortels van vrijheid van wetenschap.”

Wakker Dier moet volgens Kronenberg aantonen dat er inderdaad sprake is van door hen veronderstelde reclame. “Ze moeten met concrete feiten de gestelde reclame aantonen, een veronderstelling is onvoldoende. Beïnvloeding door de industrie van wetenschappelijk onderzoek, publicaties en berichtgeving daarover is ondenkbaar bij Wageningen UR. Het zou wetenschappelijke zelfmoord zijn. De strenge Wageningse gedragscode wordt daarom strikt nageleefd. In dit geval is dat niet anders.”

Er is volgens Bruinhof geen sprake van dat de vrijheid van wetenschap in het geding is. ”Hier gaat het om een publicatie naar aanleiding van een onderzoek en een wetenschappelijk artikel over een product. Als een dergelijke publicatie aanprijzend is voor dat product, dan zijn de regels van de NRC erop van toepassing.” Betreffende publicaties hebben volgens Bruinhof niets te maken met de Gedragscode Wetenschapsbeoefening. “De Gedragscodes zijn van toepassing op het onderzoek. Die toepassing strekt zich ook uit over het artikel dat daaruit is voortgevloeid. Maar daar houdt het op. Publicaties naar aanleiding van onderzoek en onderzoeksartikel worden er niet door bestreken.”

Advocaat Kurt Stöpetie, die namens de NZO aanwezig was, noemt de gesuggereerde betrokkenheid van de NZO bij de betreffende publicaties pure speculaties van Wakker Dier. Daarbij tekent hij aan dat het melden van iets positiefs niet meteen als reclame gezien moet worden. Ook hij pleit voor het niet ontvankelijk verklaren van de klacht. “De reputatie van WUR wordt publiekelijk aangerand”, aldus de raadsman. “Deze actie is er alleen maar op gericht om het eigen rapport van Wakker Dier, de wetenschap als reclamebureau, onder de aandacht te brengen. Het gaat om een doelgerichte reclamestunt. De RCC zou zich niet voor het karretje van Wakker Dier moeten laten spannen. “

Duidelijk is dat eerst de vraag beantwoord moet worden of het betreffende berichten van Wageningen UR moeten worden beschouwd als reclame in de zin van de NRC. Zo ja, dan kan pas worden gekeken of de regels van het NRC door die publicaties zijn overtreden. De RCC buigt zich dan ook eerst over deze vraag, voor de zaak verder inhoudelijk te behandelen. De commissie verwacht binnen vier weken uitspraak te doen.

Of registreer je om te kunnen reageren.