Rundveehouderij

Nieuws 518 x bekeken 16 reacties

’Gebruiksnorm stikstof op grasland kan ruimer’

Wageningen – Op grasland dat volledig wordt bemaaid kan jaarlijks tot 340 kilo stikstof worden gebruikt zonder dat dit tot onacceptabele stikstofverliezen leidt. Daarbij mag die stikstof ook best grotendeels uit dierlijke mest afkomstig zijn.

Dit concluderen onderzoekers van Plant Research International en van Alterra in een aantal studie in opdracht van het ministerie van EL&I.

Ze stellen in dat onderzoek ook dat de standaardnorm van maximaal 170 kilo stikstof per hectare uit dierlijke mest, zoals voortvloeit uit de Europese Nitraatrichtlijn, veel te strikt is voor grasland dat regelmatig wordt bemaaid of geweid.

Dierlijke mest wordt volgens de onderzoekers ten onrechte benadeeld ten opzichte van kunstmest. Voor de uitspoeling van nitraat naar het grondwater maakt het vrijwel niets uit of de nitraat afkomstig is van dierlijke of minerale meststoffen, stellen de wetenschappers. Voor de uitspoeling is het vooral van belang hoe groot het ’effectieve stikstofoverschot’ in totaal is in de bodem.
Dit effectieve overschot is afhankelijk van diverse factoren. Het ligt er aan hoeveel voedingsstoffen al in de bodem zitten, wat er jaarlijks met het gewas van af wordt gehaald en hoeveel mineralen verdampen in de lucht.

Voor melkveebedrijven met een derogatie zijn de wettelijke gebruiksnormen nu 300 kilo voor veen, 320 kilo voor zand en löss en 350 kilo voor klei.

Overigens stellen de onderzoekers dat, afhankelijk van het fosfaatgehalte, er toch reden kan zijn om de norm voor stikstof uit dierlijke mest scherper te stellen dan puur op stikstofbasis kan.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Daar hoef je geen zware studie voor gedaan te hebben om dit te constateren. Je ziet het al zonder bril en kijk maar naar je voermonsteruitslagen. De vraag is, hebben ze geen verstand van zaken of is het opzet! De gevolgen zijn zeer groot, economisch en de gezondheid van de dieren staan op het spel!

  • no-profile-image

    Hier heb ik lto nog nooit over gehoord dat is tevens de reden dat ik geen lid ben

  • no-profile-image

    Sterker nog: dankzij de (Z)LTO zitten we met deze mestwet opgescheept. De tekorten bij akkerbouwers en extensieve veehouders en de "gaten" bij zo'n 15% van de intensieve bedrijven nemen zij op de koop toe, om maar vooral de bergen bij de rest in stand te houden. Verder maken zij goed gebruik (misbruik) van het feit dat er bij LNV en WUR geen enkele kennis zit. Dan kun je doordrukken wat je maar wilt natuurlijk, zeker als daar dan ook nog wat tegenover staat..

  • no-profile-image

    Ministerie van LNV
    t.a.v. Dhr. Oomen
    Postbus 20401
    2500 EK Den Haag


    Onderwerp: onderzoeksvraag


    Tollebeek, 10 augustus 2010


    Geachte heer Oomen,


    Hartelijk dank voor uw brief van 5 augustus jongstleden. Wat fijn dat u na 3 jaar en 2 maanden de tijd hebt kunnen vinden om uw motieven toe te lichten betreffende het afwijzen van de door mij opgestelde onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag vloeide voort uit de mediation van 30 mei 2007.

    Ik heb mij er over verbaasd dat iemand, die toch geacht wordt redelijk ontwikkeld te zijn, een dergelijk verhaal op papier krijgt en het nog ondertekent ook.

    De kern van uw betoog is dat u van mening bent dat organische N en anorganische N weliswaar verschillende namen hebben en een verschillende werking (althans waar het landbouwkundig gebruik betreft), maar uit oogpunt van milieu wèl gelijkwaardig kunnen worden opgeteld. Meneer Oomen, gaat u er nu maar vanuit dat als twee dingen verschillend zijn, je ze dan ook niet gelijkwaardig op kunt tellen. Het feit dat ze verschillende namen en een verschillende werking hebben, geeft al meer dan voldoende aan dat er op z'n minst onderzoek gedaan moet worden of je ze überhaupt op kunt tellen en zo ja, hoe. Dit leren onze kinderen al op de basisschool.

    We hebben te maken met een wetgeving die louter bestaat uit de meest eenvoudige rekenkundige bewerkingen (optellen en aftrekken). Als er dan zulke vreemde antwoorden uitkomen, dat niemand meer snapt waar hij/zij mee bezig is, dan MOET je er vanuit gaan dat je te maken hebt met een rekenfout; dan is de kans groot dat je appels en peren aan het optellen bent. Menig basisschoolkind zal ook dìt snappen, bij een simpele optelling horen immers simpele antwoorden. Omdat het niveau in dit land kennelijk in dit stadium is blijven steken, heb ik bewust de onderzoeksvraag eenvoudig gehouden, zodat we bij stap één kunnen beginnen.

    U hebt het in uw brief over een stikstof- en fosfaatbalans op bedrijfsniveau. Echter, als je een balans wilt maken, zul je het wel goed moeten doen. Een balans moet links en rechts in evenwicht zijn. Je kunt bepaalde processen weglaten, bv. omdat ze niet te wegen of te meten zijn, of omdat je er gewoon niet aan gedacht hebt (!), maar dan zul je ook weer aan beide kanten evenveel gewicht moeten hebben, dus evenwicht moete

  • no-profile-image

    moeten hebben, anders is de balans in strijd met de wet van behoud van massa. Doe je dit niet en is de balans dus niet in evenwicht, dan zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen oftewel met een factor moeten rekenen.

    Laten we het voorbeeld van het manifest van de meer dan honderd hoogleraren er eens bijnemen: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 6 kilo mest. Om uit dit gegeven een balans te maken, zul je beide kanten gelijk moeten maken òf in een verhouding moeten rekenen. De mestwet gaat uit van kilo's, het maakt niet uit of je van kilo's massa of kilo's N uitgaat, in beide gevallen zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen, omdat nòch het aantal kilo's massa, nòch het aantal kilo's N aan beide kanten van de balans hetzelfde is. In dit geval moeten we dus rekenen met de factor 1,4. Alleen dàn is de weegschaal in balans, alleen dàn is 5 kilo te vergelijken met 7 kilo. De mestwet doet dit niet. Door het weglaten van het proces ademhaling vergelijkt de mestwet automatisch , 5 kilo links met 5 kilo rechts alsof ze gelijkwaardigmdat nòch het aantal kilo's massa, nòch het aantal kilo's N aan beide kanten van de balans hetzelfde is. In dit geval moeten we dus rekenen met de factor 1,4. Alleen dàn is de weegschaal in balans, alleen dàn is 5 kilo te vergelijken met 7 kilo. De mestwet doet dit niet. Door het weglaten van het proces ademhaling vergelijkt de mestwet automatisch , 5 kilo links met 5 kilo rechts alsof ze gelijkwaardig zijn, zodat er 2 kilo overblijft. Dit bedrijf houdt per kilo voer dat het voert dus 2 kilo mest “over” (NA de mestwetberekening). Ik noem dat het guldens- en rijksdaalderseffect*. Als zo'n bedrijf deze mest vers afzet, heeft het dus een enorm saldo. Dit saldo zal, nadat het bedrijf zijn eigen grond voldoende (dus boven de 170 N) heeft bemest, afgezet worden als zwarte mest.

    Je kunt je natuurlijk ook afvragen hoe het komt dat je uit 5 kilo voer 7 kilo ander materiaal kunt halen. Welnu, dit komt dus door de ademhaling. Zoals eerder aangegeven zijn de mineralen in verschillende leefwerelden niet hetzelfde; ze hebben verschillende waarden. Onder invloed van het toevoegen van zuurstof (ademhaling), zetten plantaardige mineralen bij het verteren (verbranden) om in dierlijke mineralen, met anorganische mineralen als bijproduct. Deze omzetti

  • no-profile-image

    Deze omzettingen hebben tot gevolg dat massa/volume toenemen; alweer een bewijs dat je de verschillende mineralen niet gelijkwaardig kunt optellen. Ik heb u in de onderzoeksvraag het voorbeeld gegeven van de zware luiers van baby's. Bij baby's kun je dit effect heel duidelijk zien. Ze drinken acht keer per dag een minuscuul beetje melk en produceren loodzware luiers, vele malen zwaarder dan het beetje dat ze drinken. En het kind groeit er dan ook nog van!

    Als een saldobedrijf de mest langer in opslag laat zitten, om wat voor reden dan ook, “verdwijnt” door anaerobe werking (ook een proces dat ontstaat door omzettingen van mineralen en dus ontkent wordt door de mestwet) massa. We nemen weer het voorbeeld van het manifest van de hoogleraren: stel dat de helft van het volume “verdwenen” is, dan krijg je het gegeven: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 3 kilo mest. Het bedrijf moet nu nog steeds dezelfde hoeveelheid mest afzetten, maar heeft dit niet (meer). Dit is het beroemde minasgat. Hier moet dus de factor 0,8 gebruikt worden om de balans kloppend te krijgen. De ringmonsters die genomen werden naar aanleiding van de vele problemen die ontstonden door de mestwet(ten), zijn ook een mooi voorbeeld van de anaerobe werking in mest. Als de mineralen werkelijk gelijkwaardig zouden zijn, zouden de uitslagen van één en hetzelfde monster nooit zo verschillend kunnen zijn. U ziet dat de onderzoeksvraag wel degelijk van belang is. Als je mineralen uit verschillende leefwerelden gelijkwaardig op gaat tellen, dan worden de uitkomsten (door de verschillende waarden) een loterij.

    In het rapport “publicatienummer 2003/198” van het expertisecentrum van LNV hebben uw eigen medewerkers op blz. 12 + 13 de minassaldi en de minasgaten keurig op een rijtje gezet. Men trok alles overziend de conclusie dat het gemiddeld wel aardig leek te kloppen en stuurde het rapport zelfs naar mij toe, om aan te tonen dat er geen “structurele problemen” zijn. Zeg nu zelf; zo'n rapport zou genoeg reden moeten zijn om onmiddellijk met deze tenenkrommende waanzin te stoppen. Immers, het moet u toch ook bekend zijn dat een bedrijf nooit een hoger saldo op kan bouwen dan de opbrengsten van de grond + de verliesnormen (+ nog wat afrondingsverschilletjes) en dat dit alleen bereikt kan worden door helemaal

  • no-profile-image

    heeft. Rekenkundig mag dit, want als MINAS goed zou zijn zou hij in dit geval óók moeten kloppen. Het gaat hier niet om de grote getallen maar om het feit dat de evenwichtsbemesting constant zou moeten blijven, omdat het grondgebruik niet verandert. Een voorbeeld: een bedrijf heeft 3 ha. (akkerbouw) grond en een afzet van 2000 kg. N aan dierlijk product, ongeacht van welk diersoort of welk product. Vanuit deze situatie kun je schuiven met het aantal ha's en de netto dierlijke productie (meer of minder grond, meer of minder dierlijke afzet), steeds zal men zien dat er (los van de toegestane aanvoer voor het akkerbouwgewas), een bijpassende extra aanvoer van kunstmest mogelijk is, zonder dat er sprake is van een ander grondgebruik. Dus: dit voorbeeldbedrijf mag nu al 667 kg. N meer aanwenden per ha. Verkoopt het voorbeeldbedrijf nu één ha, dan mag het zelfs 1000 kg N extra aanwenden. Immers, dan mag het de extra aanvoer van kunstmest verdelen over twéé ha. Dit levert ook weer het bewijs dat MINAS niets met evenwichtsbemesting te maken kan hebben, omdat de opbrengst van de dierlijke productie meetelt als opbrengst van de grond, als deze twee processen opgeteld worden.

    Beide rekenfouten hebben tot gevolg dat de intensieve bedrijven erg bevoordeeld worden (de meeste bouwen enorme saldi op), terwijl extensieve bedrijven en akkerbouwers hun land nooit voldoende kunnen bemesten. Akkerbouwers voeren alleen (kunst)mest aan, Als een bedrijf dieren gaat houden, zal naarmate de intensiteit van een bedrijf toeneemt, er steeds meer aanvoer van kunstmest vervangen worden door aanvoer van voer, tot het bedrijf zóveel vee heeft, dat het meer voer aanvoert dan de dierlijke productie + verliesnormen + gewasopbrengst samen. Vanaf dàt moment moet het bedrijf mest af gaan zetten. Het extra voer dat het bedrijf dan nog aanvoert, genereert extra dierlijke opbrengst, die het weer afvoert, dus mag het nòg meer voer aanvoeren enz. (guldens- en rijksdaalderseffect).

    Ten aanzien van de laatste alinea van uw brief wil ik graag nog het volgende opmerken: inderdaad kende MINAS een wettelijke basis die geen ruimte liet voor verschillen in behandeling van verschillend gebonden stikstof. Helaas voor u kun je rekenregels niet veranderen, zelfs niet in een wet. Sterker nog: het is triest om ee

  • no-profile-image

    Sterker nog: het is triest om een rekenfout tot wet te verheffen, zeker als dit gebeurt in een land dat zich graag als kennisland profileert en probeert het bèta-onderwijs te promoten.
    Het MINAS-stelsel is inmiddels vervangen door een nieuwe mestwetgeving: daar kan ik ook kort over zijn. In de nieuwe mestwet is de stalbalans voor hokdieren gewoon blijven bestaan (en ook de BEX is er op gericht om de kilo's gelijkwaardig op te tellen), dus nog steeds met saldi en minasgaten. Deze hoeven nu echter niet meer op papier te worden gezet en dat is vast niet zonder reden zo geregeld. Zo worden ze nl.” netjes” weggemoffeld. Ook worden er nog steeds de nodige boetes (vervanger van de heffingen) van vele tienduizenden euro's uitgedeeld, aan de bedrijven met minasgaten (die uiteraard ook nog steeds bestaan). De akkerbouwers en extensieve bedrijven daarentengen, komen de helft van hun benodigde mineralen tekort, omdat zij te maken hebben met omzettingen in de plant van anorganische naar organische mineralen (een gevolg van de koolzuurassimilatie, óók een proces dat “vergeten” is), hetgeen derving van gewasopbrengst en op termijn het dalen van de bodemvruchtbaarheid tot gevolg heeft.

    Ik zou, als ik u was, toch maar eens snel werk gaan maken van de onderzoeksvraag. Ik besef dat de uitkomsten een enorm gezichtsverlies zullen opleveren voor bepaalde “hoogopgeleiden” in dit land, maar de consequenties van het gewoon doorgaan met dit domme telwerk liegen er ook niet om.

    Hopende u voldoende te hebben geïnformeerd teken ik,

  • no-profile-image

    Onderstaande 5 berichten zijn samen een brief van Henk van der Pol aan het ministerie. Zo hier en daar is het kopiëren niet helemaal goed gegaan, maar de strekking van het verhaal is wel duidelijk. We worden nu al bijna 14 jaar lang belazerd beste mensen, WORD WAKKER!

  • no-profile-image

    Overigens wenste meneer Oomen de correspondentie te beëindigen vanwege "onoverbrugbare meningsverschillen".

  • no-profile-image

    Minas was milimeter geneuzel! Je wist pas achter af wat je vooraf moest weten. Maar het gaat om de werkbaarheid in de praktijk. Uit eindelijk betekende al die regels de ondergang van de bedrijven. En het milieu werd er ook nog veel slechter van. De theorie heeft de praktijk de das om gedaan! Dit om dat veel normen gehanteerd zijn die zomaar aangenomen zijn zonder echte onderbouwing! Eens komt de waarheid naar boven, als het blijkt dat het in de praktijk niet werkt!

  • no-profile-image

    dierenvriend en kritische lezer, ik zal niet beweren dat minas perfect was maar er was in de praktijk wél goed mee te werken, zeker vergeleken met de huidige systematiek. De 350 kgN uit dierijke mest in het artikel genoemd was toen boerenpraktijk.Dankzij de bex zijn we gelukkig wel weer een stuk richting minas opgeschoven zodat scherp voeren beloond word, echter we moeten ook nog een stuk van de N uit kunstmest kunnen vervangen door dierlijke mest, goed voor bodemvruchtbaarheid, milieu en portemonnee.

  • no-profile-image

    Verstraten, je bedoelt dat de MINAS voor jou wel goed uitpakte. En voor alle intensieve bedrijven. Dit komt omdat een intensief bedrijf VOER (plantaardige mineralen) als grootste aanvoerpost heeft. Deze plantaardige mineralen worden onder invloed van de ademhaling omgezet in dierlijke mineralen. Het volume van de mest neemt hierdoor toe: saldi! Extensieve bedrijven en akkerbouwers (Noordam, let op!!) daarentegen hebben anorganissche mineralen (mest en kunstmest) als grootste aanvoerpost. Hier worden anorganische mineralen omgezet in plantaardige mineralen door de koolzuurassimilatie. Dit werkt precies omgekeerd: hier ontstaan tekorten. Met zowel de MINAS als de nieuwe mestwet ben je in het voordeel als je maar genoeg voer aanvoert. Hoe meer voer je aanvoert, hoe meer je op je eigen grond mag aanwenden vóór je mest af moet zetten. Vandaar dat veel intensieve bedrijven erg goed uit de voeten kunnen met de mestwet, terwijl we overal in het land de grond van akkerbouwers en extensieve bedrijven steeds schraler zien worden.

  • no-profile-image

    Verstraten, je bedoelt dat de MINAS voor jou wel goed uitpakte. En voor alle intensieve bedrijven. Dit komt omdat een intensief bedrijf VOER (plantaardige mineralen) als grootste aanvoerpost heeft. Deze plantaardige mineralen worden onder invloed van de ademhaling omgezet in dierlijke mineralen. Het volume van de mest neemt hierdoor toe: saldi! Extensieve bedrijven en akkerbouwers (Noordam, let op!!) daarentegen hebben anorganissche mineralen (mest en kunstmest) als grootste aanvoerpost. Hier worden anorganische mineralen omgezet in plantaardige mineralen door de koolzuurassimilatie. Dit werkt precies omgekeerd: hier ontstaan tekorten. Met zowel de MINAS als de nieuwe mestwet ben je in het voordeel als je maar genoeg voer aanvoert. Hoe meer voer je aanvoert, hoe meer je op je eigen grond mag aanwenden vóór je mest af moet zetten. Vandaar dat veel intensieve bedrijven erg goed uit de voeten kunnen met de mestwet, terwijl we overal in het land de grond van akkerbouwers en extensieve bedrijven steeds schraler zien worden.

  • no-profile-image

    Zie voor meer uitleg ook het forum "SGP: soepeler gebruiksnormen op grasland mogelijk bij drijfmest". Reactie van 25 oktober 21:39 en verder. Dit is een brief van Henk van der Pol aan de mest"deskundigen", die dit uiteraard ver van zich af gooien, zoals het een echte "wetenschapper" betaamt.

  • no-profile-image

    Sorry Redactie, ik klikte per ongeluk "dit is ongepast" aan. Nota Bene over mijn eigen bijdrage. Beschouw het SVP als niet verstuurd!

Laad alle reacties (12)

Of registreer je om te kunnen reageren.