Rundveehouderij

Nieuws 100 x bekeken

Minder afhankelijk van kunstmest bij eenvoudige mestscheiding

Wageningen - De behoefte aan kunstmest als aanvulling op dierlijke mest kan worden beperkt door eenvoudige mestscheiding.

Dat blijkt uit ervaring binnen het project Koeien & Kansen (K&K) op proefbedrijf De Marke van Wageningen UR. De verschillende stikstof-fosfaatverhoudingen in de verschillende mestproducten (ongescheiden drijfmest en dunne en dikke fractie) maken het mogelijk om percelen gericht te bemesten waardoor minder kunstmestaanvulling nodig is. De stikstof- en fosfaatbehoefte is afhankelijk van het geteelde gewas en de fosfaattoestand van de bodem. Daardoor varieert de behoefte per perceel en dus ook de verhouding tussen de behoefte aan stikstof en fosfaat. De stikstof-fosfaatverhouding in drijfmest ligt min of meer vast. Tekorten worden in de praktijk vaak aangevuld met kunstmest.

In de praktijkproeven op De Marke werd het gat tussen de behoeft van gewassen en de voorziening met alleen drijfmest ongeveer gehalveerd door het scheiden van een deel van de drijfmest. Helemaal gedicht werd het gat niet. Ook bleek de stikstof-fosfaatverhouding in de dunne fractie lager dan verondersteld. Hierdoor was de aanvoer van stikstof op blijvend grasland te laag en die van fosfaat iets te hoog. Ook moest de geplande verdeling bij uitvoering aangepast worden omdat er onvoldoende dikke fractie was en de voorraad van de verschillende mestsoorten soms tijdelijk tekortschoot om gras volgens plan te bemesten. Dit probleem kan volgend jaar mogelijk opgelost worden door al voor het bemestingsseizoen te bepalen wat de samenstelling van de mestproducten is, en te bepalen in welke verhouding dunne en dikke fractie geproduceerd moet worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.