Rundveehouderij

Foto & video 2178 x bekeken 1 reactie

Met Nathalie de Franse Alpen in

Geiten en schapen hoeden met Nathalie van Moeffaert is een onvergetelijke gebeurtenis. Hoog in de bergen werkt ze met bordercollie Nel en de waakhonden Dune en Bouini.

Foto

  • Op bijna 1.000 meter hoogte in de Franse Alpen ligt het kleine dorpje Eourres. Hier woont boerin en herderin Nathalie van Moeffaert (40). Haar woonhuis en kaasmakerij liggen dicht bij de kerk (midden van de foto). De stal is rechts te zien.





    Tekst en foto’s: Vera Wijnveen

  • In 1831 telde Eourres nog 591 inwoners. Door twee oorlogen en leegloop van het platteland waren dat er in 1962 nog maar 17. In de jaren zeventig besloot een tiental idealisten het dorpje nieuw leven in te blazen. Ze gingen op de alternatieve en ecologische toer en richtten onder meer een antroposofische school en een culturele vereniging op. Ook vestigden zich er zeven biologische boeren en twee groentetelers. Op de foto lijkt het een vredig, slaperig dorpje waar niets te beleven valt, maar dat is niet het geval.

  • Ook op Eerste Pinksterdag wordt er gewoon gewerkt. Deze man plukt lindebloesem, het ingrediënt voor de bekende lindebloesemthee.

  • De ongeveer 85 mensen die nu in Eourres wonen, kunnen voor hun eerste levensbehoeften terecht bij Biocoop Grain de Soleil. In het ernaast gelegen cybercafé kunnen ze internetten. Eourres behoorde tot een van de laatste zogenoemde witte gebieden van Frankrijk; pas sinds twee jaar is er internet via de satelliet.

  • Nathalie van Moeffaert is Belgische en afgestudeerd bioloog. In de zomer van 1998 was ze met haar vriend Werner Plompen op vakantie in Eourres. Een vakantie die vergaande gevolgen zou hebben. Het dorp liet weten behoefte te hebben aan een schaapherder. Het stel besloot de stap te wagen en emigreerde begin februari 1999 naar Frankrijk. Op de foto staat Guillaume, die parttime voor Van Moeffaert werkt.

  • Het begin was erg moeilijk. Van hun spaarcenten kochten Van Moeffaert en Plompen hun eerste 20 schapen, maar daar konden ze niet van leven. Ze namen allerlei baantjes aan om het hoofd boven water te houden. Plompen ging affiches plakken. Dat betekende ’s nachts om half 3 het bed uit, en iedere dag 200 tot 350 kilomter rijden. Weet dat een ondergedompelde lijmborstel zwaar weegt en dat een aan de affiches klapperende mistral-wind het werken bemoeilijkt.

  • Daarna ging hij lenterolletjes draaien. Een hele verademing om na het afrollen van affiches nu rijstkoeken in elkaar te rollen. Ondertussen had Van Moeffaert zich, om in aanmerking te komen voor de landbouwsubsidies, ingeschreven als boerin. Naast het verzorgen van de schapen had ook zij allerlei baantjes, zoals het uitbaten van restaurantjes en toeristenwinkeltjes. Op deze foto is Rafaël te zien, een Parisienne die ook neergestreken is in Eourres en Van Moeffaert zo nu en dan helpt.

  • Uit de blog van Nathalie: ‘Wat een geluk! We kregen de baas van Werner zover hem parttime te laten werken, en de resterende uren mag ik invullen. Zo kan Werner meer het mannenwerk op de boerderij doen. Na een jaar kreeg onze lenterolletjesbaas het aan de stok met zijn vrouw, en ging het bedrijfje failliet’.

  • ‘Voor ons was het de perfecte timing; we werden technisch gezien werkeloos, maar hebben een schaapskudde die steeds meer tijd in beslag neemt. Het werd te veel om nog een baan buitenshuis te hebben. Na vier jaar hard werken, werden we in de lente van 2003 zelfstandige herders’.

  • Na een paar jaar op diverse plekken te hebben gewoond, kocht het stel in 2001 dit huis. Het duurde jaren voor al het beton verwijderd was, zodat alle authentieke details als muren, dorpels en voertroggen weer te voorschijn kwamen. De uitbouw op de voorgrond geeft toegang tot de kaasmakerij. Daarachter is het hoger gelegen woonhuis te zien. Aan de achterkant ligt een gite (vakantiehuisje) die het stel verhuurt.

  • Een dag ziet er als volgt uit: de schapen en geiten zijn ’s nachts in de stal en worden ’s ochtends gemolken voor ze de bergen in gaan. Een ronde in de bergen duurt vier uur.

  • Na deze ochtendronde brengen de herders de geiten en schapen onder in een kraal tussen de bomen. Om vier uur halen ze de dieren weer op voor een tweede ronde in de bergen, die ook vier uur duurt.

  • Dit geldt voor de schapen en geiten die gemolken worden. De vleestypes gaan in juni naar nog hoger gelegen weides en blijven daar, afhankelijk van het weer, tot oktober. Plompen neemt dit gedeelte voor zijn rekening en woont dan zolang in een simpele berghut.

  • Deze verplaatsing van vee wordt de transhumance genoemd. Het woord is ontleend aan de Latijnse woorden 'trans' (over) en 'humus' (grond). Vanouds betekent de term de verticale verplaatsing van vee: in de zomer naar de hoger gelegen weiden en net voor de winter weer terug naar de lager gelegen dalen. De boeren wonen permanent in de dalen, in hun ‘vaste’ huizen. Alleen de kuddes en hun directe verzorgers verplaatsen zich.

  • Plompen vult hier (links) de waterbakken. Op dit moment (half juni) heeft hij alleen de zorg voor de eigen kudde. Het wachten is op 600 schapen van een boer verder weg, die binnenkort met vrachtwagens naar Eourres gebracht zullen worden. De laatste 6 kilometer de berg op leggen ze vervolgens lopend af. De twee mannen naast hem zijn een soort reservaatopzichters.

  • De opzichters wachten op de gendarmerie, die even later arriveert. Er wordt druk gebeld en gepraat. Omdat het Eerste Pinksterdag is, lijkt het nogal ernstig. Plompen: “Ze controleren op illegale voertuigen als quads en motors. Ook heeft een roedel wolven een schaapskudde aangevallen.”

  • Een goede waakhond is daarom onontbeerlijk. Al wandelend door de bergen kun je plotseling oog in oog komen te staan met de Pyreneese Berghond. Deze wordt in Frankrijk patou genoemd. Het woord ‘pastou’ (uitspraak: patou) komt van ‘pastre’, dat ‘herder’ betekent in het oud-Frans. Hiermee wordt de ‘hond van de herder’ aangeduid. Niet te verwarren met het ras herdershond. Deze heeft net als de border collies de taak de kudde bij elkaar te drijven. Een patou heeft als taak het beschermen van de kudde tegen wilde dieren en jachthonden.

  • Een patou wordt in de schaapskooi geboren en wordt op de leeftijd van twee maanden bij zijn moeder weggehaald. De eerste twee jaar zal de herder hem zo weinig mogelijk aanhalen. Doel: een zo goed mogelijke hechting aan de schapen. Zijn dikke witte vacht en afhangende oren zorgen ervoor dat hij volledig in de kudde opgaat. Na verloop van tijd accepteert de kudde de hond, alsof hij één van hen is.

  • Een patou is geen hond die aanvalt. Wanneer hij onraad ruikt (lees: indringers signaleert) zal hij met geblaf de herder waarschuwen. En wanneer de herder er niet is, houdt zijn geblaf de indringers op afstand. Ook zijn postuur werkt mee de indringer af te schrikken. Van Moeffaert werkt met twee patous, Dune en Bouini.

  • Dune en Bouini hebben nog nooit een woonhuis gezien. Ze zijn dag en nacht bij de kudde. Wanneer Van Moeffaert de kudde hoedt, neemt ze samen met border collie Nel als het ware de taak van de waakhonden over. Je ziet de patous dan ook languit in het gras liggen, lekker ontspannen en even ontheven van hun oppastaak. Het lijkt alsof ze diep in slaap zijn, maar hun aandacht verslapt nooit. Zodra ze ook maar iets horen, spitsen ze hun oren en heffen ze hun kop.

  • Denk niet te licht over de patou als verdedigingshond. In het begin had Van Moeffaert er maar één. Op een avond verliet deze de kudde om haar jongen in de stal te werpen. Wolven namen de kans waar en vielen aan, met als gevolg drie dode schapen en zes dode geiten. Sinds die tijd heeft de herder twee patous. Bijkomend voordeel: met z’n tweeën werken de honden efficiënter.

  • Border collie Nel heeft als taak het bij elkaar houden van de kudde. Het is niet zo dat Nel zelf beslist wanneer en welk schaap of welke geit ze moet terugdrijven. Nel luistert naar de bevelen van Van Moeffaert. De herder kan dus niet lekker in het gras naar de wolken liggen kijken. Ze moet constant alles in de gaten houden. Vooral de geiten vinden het gras overal groener…

  • …en zijn voortdurend op zoek naar de beste boompjes om omver te duwen.

  • De commando’s vliegen dan ook door de lucht. Wanneer Nel naar links moet, roept Van Moeffaert ‘gauche’ (Frans), liggen is ‘lay down’ en ‘achter’ betekent dat ze een omtrekkende beweging moet maken. Nathalie: “De taal maakt niet uit en meerdere talen ook niet. Wel moet je altijd hetzelfde woord gebruiken.”

  • De meeste ooien krijgen in het begin van het jaar hun lam. Dan ligt er vaak sneeuw en zijn de dieren hele dagen op stal. De kudde bestaat voor het merendeel uit Mourerous-schapen (25) en Rove-geiten (20). Verder zijn er zo’n 15 dieren van een aantal streekrassen, zoals het Brigasque-schaap en het Thônes et Marthod-schaap.

  • La Brigue is een gemeente in de Ligurische Alpen, waar zowel aan de Franse als aan de Italiaanse kant het Brigasque-dialect gesproken wordt. Het Brigasque-schaap (achteraan en derde van rechts) is een melkschaap en behoort tot de zeldzame rassen. Karakteristiek zijn de hoorns en de lange gewelfde neusrug. De ooien geven gemiddeld 0,75 tot 1 liter melk.

  • Het schaap links voor de paal en onderaan in het midden komt uit het departement Haute-Savoie en is vernoemd naar de twee dorpjes Thônes en Marthod. Het is een rustiek ras dat gebruikt wordt voor melk, wol en het vlees. Kenmerkend zijn het kuifje, de spiraalvormige hoorns en de zwarte uiteinden op de neus, de oren en rond de ogen. Net als het Brigasque--schaap is het een sober ras dat geschikt is voor het leven in de bergen.

    Link voor de liefhebber (alleen in het Frans):

  • De Rove-geit is genoemd naar het dorpje Le Rove, gelegen op een landtong in de buurt van Marseille. Eind jaren zeventig waren er nog maar 450 dieren van. Zijn dalende populariteit had het ras te danken aan de opkomst van de ‘gemiddelde, normale’ melkgeit die 5 liter geeft. Een Rove zit met 2 liter nog niet op de helft.

  • Gelukkig zag men op tijd in dat het ras behouden moest blijven. In het dorpje Rove nam een stel herders het initiatief. Zij lanceerden het ronde, zachte kaasje ‘Le Brousse du Rove’. Dit mag uitsluitend in de regio rondom Rove gemaakt worden, met alleen de rauwe melk van de Rove-geit. Een andere voorwaarde is dat de geit dagelijks zes uur buiten gelopen moet hebben. Het kaasje heeft het AOC-keurmerk, een kwaliteitskeurmerk voor landbouwproducten die voldoen aan strenge voorwaarden.

  • Het kaasje is fris en ongezouten. Je proeft het aroma van tijm en rozemarijn, die op de berghellingen van Zuid-Frankrijk groeien. Andere vegetatie die op het menu van de Rove-geit staat en in de kaas terug te vinden is, zijn brem en hulsteik.

  • Kenmerkend voor het ras zijn de enorme, wijd uitstaande hoorns bij de bok. Die kunnen wel 1.20 meter worden. Wat het stamboek betreft zijn alle kleuren toegestaan, behalve wit en gemskleurig.

  • Het laatste ras in de kudde van Van Moeffaert is het Mourerous-schaap. Waarschijnlijk is het met paardenhandelaren vanuit Noord-Afrika naar Frankrijk gekomen. Kenmerkend voor dit ras zijn de rode kop en pootjes. Daarom noemen de Fransen hen ‘péone’, naar de pioen, of ‘Rouge de Guillaumes’. Het is een slank, middelgroot ras; 50 tot 60 kilo voor de ooien en 70 tot 90 kilo voor de rammen. Het is een hoornloos vleesras met een goede wolbedekking.

  • Van Moeffaert: “De Mourerous is een rustiek Zuid-Frans ras dat tot een paar jaar geleden nog op de lijst van verdwijnende rassen stond. Het kan flink stappen, wat voor ons een basisvereiste is, heeft een goed ontwikkeld moederinstinct, is resistent tegen bepaalde ziektes en kan erg goed tegen kou. Het vlees is vetarm, smaakt heel zacht en staat daarom hoog aangeschreven bij fijnproevers.”

  • Voor het lamsvlees van de Mourerous is een label op de markt: ‘Viande Agneau de Sisteron’ (lamsvlees uit Sisteron). Deze stad ligt 30 kilometer van Eourres vandaan. Voorwaarden zijn dat het geslachte lam niet ouder is dan 150 dagen en 60 dagen bij de moeder is geweest. Volgens de website zijn er 260 deelnemers. Van Moeffaert is er niet bij aangesloten.

  • Van Moeffaert: “Dat label is een echt neplabel en in onze ogen een garantie voor slechte kwaliteit. Wij zijn biologisch en houden de kweek zo natuurlijk mogelijk. De lammeren blijven bij de moeder tot ongeveer zes maanden. Ze gaan mee naar buiten en eten vers gras. Het ‘lam van Sisteron’ verblijft in de stal, blijft twee maanden bij de moeder en wordt jong geslacht. De garantie dat het rond Sisteron vandaan komt is ook niet zeker, want er zijn boeren die lammeren opkopen om ze af te mesten. Soms komen ze zelfs uit de Oostbloklanden. Er is heel veel gesjoemel in de vleeshandel!”

  • Wat de veearts betreft, is Van Moeffaert redelijk autonoom. Hier controleert ze een schaap dat wat kreupel loopt. “De veearts woont te ver weg. Zijn interventie kost meer dan de economische waarde van het dier. Hij komt enkel voor de verplichte prophylaxie. Dit is een jaarlijks verplicht onderzoek naar brucellose. Er wordt bij de hele kudde een bloedmonster afgenomen. Kleine probleempjes als wondjes en gebroken poten lossen we zelf op. Ondertussen heb ik redelijk wat ervaring opgedaan. Ook heb ik jaren bijscholing gehad in homeopathie en in de phyto- en aromatherapie. Voor de rest is vooral ‘preventie’ het toverwoord.”

  • Aan het eind van de vier uur durende ronde in de bergen, worden we plotseling opgeschrikt door luid geknor uit de struiken. Het zullen toch geen wilde zwijnen zijn? Maar nee, het zijn de twee varkens van Van Moeffaert, die al rondscharrelend hun kostje bij elkaar vreten en later voor vlees op het bord gaan zorgen.

  • Verrassing! De varkens zijn gevallen voor de charmes van een wild zwijn. Wat een vertederende biggen.

  • Border collie Nel laat zien dat ze wel wat meer kan dan alleen schapen en geiten opdrijven. Ze drijft ook de biggen naar hun moeders.

  • Van Moeffaert en Plompen hebben een gangbaar bedrijf omgezet in een ecologisch bedrijf en zijn aangesloten bij Ecocert. Dit Franse keurmerk richt zich op milieuvriendelijke productie van voedingsmiddelen, cosmetica en kleding. Producten met het Ecocert-keurmerk bevatten minstens 95 procent natuurlijke ingrediënten uit biologische teelt. De stal op het bedrijf is sober van opzet. Geld verdienen (en uitgeven) staat voor het stel niet voorop. Het plezier in het werk is het belangrijkst.

  • Voor Van Moeffaert is de ronde schapen en geiten hoeden het rustpunt van de dag. Dat is het moment om alles te vergeten en alleen met de kudde in de natuur te zijn. Eenmaal terug in de stal moet ze weer duizend en één dingen denken. Dat is te zien aan haar gezicht. Hier doet ze een minder leuke ontdekking. Er missen zeven Mourerous-lammeren. Als straks het werk in de stal erop zit, zal de herder de bergen weer in moeten. Dat wordt een latertje vanavond. Gelukkig vindt ze de lammeren levend en wel terug. Ze lagen bij de varkens en hun kroost.

  • Hoog in de bergen is de internetverbinding niet ‘je van het’. Lezers die met Van Moeffaert de bergen in willen en in ‘Chez la Bergere’ willen overnachten, kunnen haar mailen. Helaas duurt het een half uur voordat een website als Boerderij.nl geladen is. Eventuele geplaatste reacties zullen naar haar mailadres doorgestuurd worden.
    Mail-adres: chez.la.bergere@wanadoo.fr

Eén reactie

  • no-profile-image

    Kees Koomen

    Een heel interessante reportage, die ik met groot plezier heb zitten lezen. Jullie verrichten belangrijk werk met het in stand houden van zeldzame schapen en geitenrassen. In een wereld waar de genenpoel in snel tempo verarmt. Succes en chapeau!

Of registreer je om te kunnen reageren.