Rundveehouderij

Foto & video 1580 x bekeken

Belgen doen Nederlands voeronderzoek

De Nederlandse overheid wil het aantal onderzoeksinstellingen verminderen. Het Belgische Ilvo doet al onderzoek voor Nederland en wil dit ook uitbreiden.

Foto

  • Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (Ilvo) is onderdeel van het Vlaamse ministerie van landbouw. De eenheid Dier is gehuisvest in Melle en wordt geleid door Daniël de Brabander. Het onderzoek dat de eenheid doet is opgedeeld in functionele diervoeding en veehouderij en dierenwelzijn. Ilvo werkt grotendeels in opdracht van de overheid, maar contractonderzoek voor het bedrijfsleven neemt toe.

    Foto's: Peter Roek, tekst: Anne-Marie van der Linde.

  • De rundveestapel van het instituut omvat 95 stuks melkvee met bijbehorend jongvee, 75 Belgisch Witblauw-zoogkoeien met jongvee en 10 schapen. Bij het bedrijf hoort 90 hectare land waarvan 50 à 55 hectare grasland en 30-35 hectare snijmais.

  • De koeien zijn gehuisvest in verschillende stallen, waarvan nog een aantal grupstallen. Dit jaar start de bouw van een nieuwe ligboxenstal. De meeste andere stallen raken daarna buiten gebruik.

  • Een voordeel van de grupstallen is dat de koeien voor voedings- en verteringsproeven individueel gevoerd kunnen worden. Een nadeel is dat het voeren en melken veel tijd kost. De stal is duidelijk aan vervanging toe, de standen zijn eigenlijk te kort voor de moderne Holsteiner.

  • Ilvo beschikt over een aantal koeien met een pensfistel. Het instituut zet deze dieren speciaal in voor verteringsproeven.

  • Via de fistel kunnen zogenaamde ‘theezakjes’ met voedingsmiddelen in de pens gehangen worden om te zien hoe snel een bepaald product afgebroken wordt.

  • Elke stal beschikt over een eigen melkopslag.

  • Naast de grupstal is een aparte ruimte ingericht voor individueel verteringsonderzoek. De koeien krijgen hier afgewogen porties voer. Achter de verhoogde stands liggen aparte opvangbakken voor de mest. Om de uitscheiding via de urine te meten, krijgt elke koe een katheter.

  • In de terugloop van de melkstal naar de ligboxenstal ligt een drukmat voor het meten van loopgedrag. Deze mat heeft Ilvo zelf ontwikkeld. Het instituut doet momenteel een groot onderzoek naar loopgedrag en klauwproblemen bij koeien.

  • Achter de Ilvo-mat ligt een StepMetrix van Boumatic. Deze loopbrug analyseert eveneens de beweging en het klauwgebruik van de koeien. Ilvo gebruikt beide systemen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen.

  • De Belgisch Witblauw-koeien staan in een vrij nieuwe aanbindstal. Ook hier scheiden schotjes de koeien vanwege het meten van de voeropname.

  • Bij het zoogkoeienonderzoek ligt de nadruk op voedingsvraagstukken. Onderzocht wordt hoe jongvee gevoerd moet worden om een minimale groei van 750 gram per dag te halen en met 24 maanden af te kalven. Verder kijken de onderzoekers naar de invloed van voeding op het keizersnedevraagstuk.

  • Dr. Sam De Campeneere, directeur functionele diervoeding, leidt het voedingsonderzoek. Hij is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken en het opzetten en leiden van de voerproeven.

  • Voor de voerproeven beschikt het onderzoeksinstituut over een eigen maalderij. Hier worden de voeders voor de koeien in de proeven samengesteld.

  • In de maalderij staat een grote kast met monsters van voergrondstoffen en bereide en gebruikte voeders.

  • In een aparte stal kunnen de tien schapen gestald worden voor voederwaardebepaling. De schapen staan in hokjes waarbij mest en urine apart worden opgevangen. De dieren staan maar een paar dagen achter elkaar in de hokjes. Het Productschap Diervoeder maakt gebruik van de uitkomsten van deze testen.

  • Deze winter loopt een test met het tarwegistconcentraat DDGS. Lastig bij het onderzoek naar tarwegistconcentraat en afgeleide producten is dat er meerdere leveranciers zijn. Tussen leveranciers en geleverde partijen onderling zit veel verschil in droge stof. Hierdoor is geen gemiddelde voederwaarde aan deze producten te koppelen.

  • Meer op de boerenpraktijk gericht is het onderzoek naar het effect van inkuilmiddelen op de verteerbaarheid van snijmais en gras. Hiervoor heeft het Belgische instituut behandelde kuilen en controlekuilen op de voerplaat liggen.

Of registreer je om te kunnen reageren.