Rundveehouderij

Foto & video 1232 x bekeken

Duits proefbedrijf ook voor Nederlanders

Bij het verdwijnen van Nederlandse proefbedrijven is een blik over de grens de moeite waard. Het Duitse Haus Riswick in Kleef richt zich vooral op voeding en klimaatonderzoek.

Foto

  • Haus Riswick is onderdeel van de Landwirtschaftskammer Noord-Rijnland- Westfalen en huisvest onderwijs, advies en onderzoek. Het wordt geleid door dr. Wilhelm Wehren. De onderwijstak omvat een mbo-gelijkwaardige opleiding en vervolgonderwijs. Het onderzoeksbedrijf doet onderzoek naar veevoeding, huisvesting, voederwinning, voederconservering en biologische landbouw.



    Foto’s: Henk Riswick, tekst: Anne-Marie van der Linde

  • Op het gangbare bedrijf staan de 200 melkkoeien verdeeld over vier stallen. Daarvan worden 150 koeien ingezet voor voerproeven. Tijdens een voerproef wordt naast de proefgroep van 48 koeien altijd een controlegroep van 48 koeien met het normale rantsoen gevoerd.

  • In de voerproeven vreten de koeien per twee uit een afgesloten trog met weeginrichting. De koeien starten een proef vanaf het moment dat ze afkalven en lopen dan 100 dagen mee. Een proef duurt daardoor gemiddeld 150 dagen. De koeien worden geselecteerd op leeftijd en lactatie om een zo evenwichtig mogelijke groep te krijgen. Een achtstekalfskoe kan dus nooit bij een derdekalfskoe in dezelfde groep.

  • Momenteel wordt nog gemolken in een 14-standscarrousel. Dit neemt veel te veel tijd in beslag, koeien moeten regelmatig een rondje extra maken omdat ze na de eerste ronde nog niet uit zijn.

  • Haus Riswick doet niet alleen voerproeven. De onderzoekers spelen in op vragen van veehouders over voeding en huisvesting. Zo zijn de stallen uitgevoerd met verschillende boxmatrassen om te kijken waar koeien het best op liggen.

  • Er wordt een matras uitgetest met een foamlaag onder de rubberen deklaag.

  • In de nieuwe stal worden de boxen uitgevoerd met matten met een profiel eronder. Door de ribbels en de lucht tussen liggen de koeien zachter.

  • Een van de stallen is aan een zijde uitgevoerd met verschillende soorten windbreekgaas om de verschillen in luchtdoorlaat van de gazen te beoordelen.

  • Ook de voeding van kalveren wordt onderzocht. Momenteel loopt er een onderzoek naar het inzetten van melkvervangers (brok en dergelijke). In Duitsland wordt gemiddeld 30 kilo melkvervangers gevoerd. Haus Riswick probeert na te gaan hoe de kalveren groeien als dat opgevoerd wordt tot 45 kilo. De kalveren lopen 150 dagen in het onderzoek, daarna gaan de vaarskalveren de opfok in en de stiertjes gaan naar de eigen mesterij.

  • De stieren staan zowel op rooster als op stro in een soort hellingstal. In de strohokken ligt onder de voergoot een mestketting voor de afvoer van stro en mest. Door bezuinigingen bij de Landwirtschaftskammer wordt geen onderzoek meer naar de stierenmesterij gedaan.

  • Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de nieuwe ligboxenstal die plaats biedt aan 144 koeien. Direct naast de stal is een stalruimte voor droge koeien en een 44-standscarroussel met tanklokaal en kantoorruimte. De totale bouwkosten bedragen €2,4 miljoen, €0,5 miljoen is gefinancierd door het ministerie van landbouw van de deelstaat vanwege het klimaatonderzoek dat in de stal uitgevoerd gaat worden.

  • Ook de nieuwe stal is uitgevoerd met weegtroggen. Er is een trog op twee koeien. De troggen wegen zwaar mee in de totale bouwkosten. Een enkele trog kost €6.500. De trog is kantelbaar om het restvoer te verwijderen.

  • Alle troggen hebben afsluitrekken die voorkomen dat koeien met voer gooien. Voor het voeren zijn de rekken op te klappen.

  • Ook de drinkbak heeft koeherkenning en een weegunit.

  • Het opvallendst in de stal zijn de gordijnen die de stal in tweeën delen. De gordijnen komen tot op de roosters. Op deze manier kunnen de onderzoekers het effect van voeding en vloertypen op de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen meten.

  • De gordijnen hangen langs de doorloopgang naar de melkgang. De voergang wordt vrijgelaten.

  • De open nok is af te sluiten om metingen te kunnen doen bij dwarsventilatie.

  • Een deel van de stal heeft een dichte vloer met rubberen toplaag. De andere helft van de stal bestaat gewoon uit een roostervloer. Niet alleen de beloopbaarheid van de vloer wordt getest, maar ook de ammoniakemissie en het effect op de uitstoot van overige broeikasgassen.

  • Elke groep heeft een krachtvoerautomaat, waar vanwege voeronderzoek meer dan één soort brok gevoerd kan worden.

  • Achter de stal staan zes voersilo’s om de groepen van de verschillende broksoorten te voorzien.

  • De doorsteek naar de melkstal bestaat uit een hoop hekwerk. Alle koeien uit de drie groepen gaan tegelijk richting melkstal. Een selectiepoort zorgt ervoor dat de 144 dieren weer terug gaan naar hun eigen groep.

  • In de schuur naast de ligboxenstal is de transitiestal ingericht. Er zijn daar drie hokken met een kleine pot en roosters achter het voerhek. Twee hokken hebben een gewone betonnen vloer, de derde is uitgevoerd met een rubber deklaag. Getest wordt of de rubbervloer met een dunne strooisellaag even goed is voor de koeienpoten als een pak stro.

  • De wachtruimte heeft een oplopende dichte vloer. Onder aan het drijfhek is een rubberflap die de vloer schoon schuift.

  • De 32-stands buitenmelker is van het merk Gea Westfalia. De melkstellen kunnen de melk per kwartier afzonderlijk afvoeren. Directeur Wehren verwacht de komende jaren de ontwikkeling van een robot die de melkstellen kan aansluiten. Hij stelt zijn bedrijf graag ter beschikking aan het praktijkonderzoek naar zo’n robot.

  • De 20.000 liter grote melktank ligt voor tweederde buiten. Door isolatie is een ombouw niet nodig. De tank is voor Duitse begrippen groot, bij veel melkveehouders wordt de melk nog om de een tot twee dagen opgehaald. FrieslandCampina geeft een bonus aan veehouders waarbij ze elke drie dagen langs hoeven.

  • n Duitsland wordt apart onderzoek naar de voederwaarde van krachtvoer en voedergrondstoffen. In deze hammelntest (met gecastreerde rammen) wordt beoordeeld of de door voerleveranciers geclaimde energiewaarde en waarde ruw eiwit ook kloppen.

  • Voor de test staan de hammeln in eenlingboxen. Het voer dat ze vreten, wordt gewogen en er wordt bepaald wat de voederwaardes zijn. Vervolgens wordt uit de mest gemeten wat het dier niet heeft opgenomen. Voor de Duitse voerindustrie en veehouders zijn deze onderzoeken nog altijd belangrijk. Voor Nederlandse veehouders niet interessant omdat er met andere voederwaarderingen gewerkt wordt.

Of registreer je om te kunnen reageren.