Rundveehouderij

Foto & video 1500 x bekeken

Toch maar weer beregenen

Beregenen is veel werk en het kost flink wat aan brandstof. Acht jaar geleden zwoer Martijn Wolsink daarom het beregenen af. Nu graaft hij de pulsputten weer op en zet de haspel aan.

Foto

  • Martijn Wolsink (30) heeft samen met zijn ouders Gerard (60) en Grada (54) een melkveebedrijf in het Gelderse Halle. Ook broer Gertjan (21) helpt geregeld thuis mee. De maten melken met 175 melkkoeien een melkquotum van 1.350.000 kilo vol. De productie ligt op 7.900 kilo met 4,43 procent vet en 3,50 procent eiwit.
    De koeien blijven jaarrond op stal, maar het jongvee krijgt in de zomer weidegang. Om ervoor te zorgen dat dit mogelijk blijft, heeft Wolsink na acht jaar toch de beregening maar weer uitgelegd. ,,Het is droog en de komende week wordt alleen maar meer droogte voorspeld.”



    Foto’s: Jan Willem Schouten, tekst: Jacco Keuper

  • Beregenen is duur en het is een arbeidsintensieve klus. Daarom besloot Martijn Wolsink acht jaar geleden niet meer te beregenen. De beregeningspomp heeft acht jaar lang in de schuur gestaan. De haspel had de veehouder in die tijd verhuurd aan een akkerbouwer. Deze week heeft hij die weer naar zijn eigen bedrijf gehaald. ,,In een opwelling dacht ik: laat ik eens kijken of de beregeningspomp het nog doet.’ Toen dat zo was, dacht ik: ‘nu moet het gebeuren’.” Op dit moment staat alleen het Baars-systeem nog in het stof. ,,We zouden eerst moeten kijken of die nog werkt. Grote kans dat er sproeiers verstopt zijn.”

  • De toevoerbuizen hebben al die tijd buiten onder een boom gelegen. De rubberen afdichtingsringen blijken nog prima in orde.

  • Ze liggen nog op de speciaal daarvoor gemaakte buizenwagen. Ook die functioneert nog prima.

  • Toch is het makkelijker gezegd dan gedaan. Bij huis kan Wolsink direct aan het beregenen. Verschillende pulsputten in het veld heeft hij afgezaagd en afgedicht, zodat hij niet steeds de maaier hoeft op te beuren.

  • ,,Ik heb er netjes een bekisting omheen gemaakt en weet nog wel ongeveer waar ze zitten. Maar we moeten ze wel weer opgraven”, aldus Wolsink.

  • De droge grond is hard, dus scheppen met de hand valt niet mee. Gelukkig is er de eigen kraan. Deze wordt vooral gebruikt voor het afdekken en vrijmaken van de kuil en het uitmesten van de potstal. Maar voor deze klus, bij een temperatuur boven de 30 graden is die ook zeer welkom.

  • De afgedichte pulsen worden zorgvuldig vrijgegraven.

  • Beregenen is geen overbodige luxe, want het is erg droog. Wolsink zit op hoge esgrond met zandkoppen erin. Op verscheidene plekken begint het gras al flink bruin of soms zelfs wit te worden.

  • Het verzetten van de beregening begint met het aankoppelen van de pomp.

  • Wolsink sleept geen dieselvaten naar de pomp, maar haalt de pomp naar de dieseltank.

  • De zescilinder DAF-motor slurpt dagelijks zo’n 150 liter brandstof.

  • De korte tussenstop is ook direct een moment voor controle en klein onderhoud. De veehouder checkt daarom direct even het oliepijl. De stationaire motor is via een versnellingsbak aan de pomp gekoppeld. De pomp heeft een capaciteit van 80 kuub per uur.

  • Met dit warme weer moet je het hoofd koel houden. Datzelfde geldt voor een motor. Martijn giet nog even een kannetje water in het koelsysteem. ,,De koeling is niet lek, maar de pomp heeft een poosje stilgestaan."

  • Terug bij de puls moeten de zuig- en persslang weer aangesloten worden.

  • Dan richten Martijn Wolsink en buurman Jan Tuenter hun aandacht op de haspel. Wolsink beurt die met de gatenbalk wat op, waarna zijn buurman de steunpoten omhoog kan halen.

  • Daarna beurt Wolsink met een katrol en staalkabel de sproeier van de grond.

  • De haspel heeft een werkbreedte van 90 meter. Door 15 aanvoerbuizen erbij te leggen wordt de volgende werkgang bereikt.

  • Daar koppelt het duo de aanvoerslang naar de haspel aan de toevoerbuizen. Het korte buisje waarmee de slang te koppelen is, zakt makkelijk scheef. Dan is het handig om met zijn tweeën te zijn: één houdt de koppeling recht, de ander vergrendelt hem.

  • Dan kunnen ook de steunpoten weer uit en de lier weer zakken.

  • Met een spindel kan Wolsink de rem van de haspel halen voor het afrollen.

  • Daarnaast koppelt Wolsink de slang aan waardoor de watercilinder die de haspel aandrijft, kan afwateren. Hieraan zou je een kleine sproeier kunnen monteren om het gras rond de haspel te beregenen. Wolsink legt alleen de slang en bevloeit zo het gras op die plek.

  • Met de gatenbalk haakt Wolsink de sproeier aan.

  • Het uittrekken van de slang is een peulenschilletje voor de 105 pk sterke John Deere. In totaal zit er 240 meter slang op de haspel.

  • Afhankelijk van de lengte van het perceel bepaalt Wolsink hoever hij de slang uitrolt. Tien meter voor het eind van het perceel stopt hij, anders drijft er te veel nevel en water naar de naastgelegen weg.

  • Na het uitrollen controleert Martijn of de sproeier netjes op tijd terug slaat, zodat die niet over de weg sproeit. Dit gebeurt op het oog, door de spuitmond te draaien tot de aanslag en dan in de fictieve sproeirichting te kijken.

  • Na wat schuiven en kijken komt de afslag op het juiste punt.

  • Dan gaat Wolsink weer naar de haspel. Voordat hij de boel opstart controleert hij eerst of de afslag goed werkt, zodat de pomp automatisch uitschakelt als de sproeier binnen is. Ook zet hij de aandrijving aan en de rem er weer op.

  • Als de haspel klaar staat, kan het water komen. Martijn start eerst de motor, zodat deze even kan warm draaien en de pomp snel ingeschakeld kan worden.

  • Daarna volgt het rottigste klusje: het oppompen van de waterkolom in de puls. Net zolang zwoegen met de handpomp totdat alle lucht uit het pomphuis en de puls is.

  • Als de pomp weer vol zit met water, kan Wolsink deze in werking zetten. Nog nahijgend van de inspanning bij dit warme weer, draait hij langzaam de kogelkraan los zodat de brandslang zich langzaam vult.

  • Bij voldoende tegendruk kan Wolsink de kraan sneller openen, anders valt de druk weg en komt er weer lucht in de pomp. Pas als het water bij de sproeier is, toert hij de motor op tot de waterdruk achter de pomp 8 bar bedraagt. Bij de sproeier blijft daar uiteindelijk 5 bar van over.

  • De haspel is niet de jongste meer. Wolsink schat de leeftijd op 30 jaar. Hier en daar lekt er dus wat bij de haspel. Op gras is dat niet erg. Op bouwland is het lastiger, omdat dan rond de haspel een modderpoel ontstaat die het verplaatsen moeilijker maakt. ,,Een andere slang is besteld, maar kon nog niet worden geleverd. Alle slangen zijn momenteel uitverkocht."

  • De haspel draait. Opnieuw wordt een strook gras voorzien van een kunstmatig buitje van 30 millimeter. De 30 pinken die op de 5 hectare grote huiskavel lopen, houden zo weidegras.

  • Iedere zes tot zeven uur verzet Wolsink de beregening. In totaal kan hij 42 hectare gras natmaken. De veehouder wil de haspel ook door een perceel mais met vochttekort trekken. ,,We gaan door zolang we nog enthousiast blijven of tot er regen komt."

Of registreer je om te kunnen reageren.