Rundveehouderij

Foto & video 1556 x bekeken 1 reactie

De weg van het kalf (2)

We brachten de route van kalf 9437 in beeld. Het dier kwam terecht bij vleeskalverbedrijf Van den Bosch in Ermelo. Halverwege het mesttraject kijken we hoe het hem vergaat.

Foto

  • We volgden de weg van kalf 9437 van het melkveebedrijf in Megchelen (Gld.) naar het kalververzamelcentrum. Dit eindigde met het transport naar het vleeskalverbedrijf. Velen zijn benieuwd hoe het verdergaat. Daarom hier het vervolg.



    Foto's: Ronald Hissink, tekst: Jacco Keuper

  • Kalf 9437 is beland op het bedrijf van Erwin van den Bosch (32) in Ermelo. Hij heeft een vleeskalverbedrijf met 540 witvleeskalveren en 15 Limousin-roodvleesstieren. Daarnaast is hij leverancier van kalverstalinrichting.
    Van den Bosch koopt zelf de kalveren aan, maar mest ze voor een vaste dagvergoeding af voor Alpuro. Van den Bosch heeft een vaste dierverzorger in dienst, Arend Bouwers. De gemiddelde daggroei bij stierkalveren ligt op 1.140 gram, bij vaarskalveren op 985 gram.

  • De stal heeft afdelingen voor 50 dieren; tien hokken van vijf dieren. De dieren worden gesorteerd op grootte en drinksnelheid. Voorin de afdeling zitten de lichtste kalveren, achterin de beste groeiers. ,,Dan kun je er met het melk verstrekken rekening mee houden. De kleinste krijgen minder dan grotere kalveren."

  • Van den Bosch koopt niet de standaard Holsteinkalveren, maar kiest bewust voor kalveren van vleesrassen en kruislingen. Deze zijn bij het opzetten wel zo'n €200 per dier duurder dan Holsteins, maar ze halen ook hogere eindgewichten en je hebt luxer vlees. De eindgewichten liggen bij Van den Bosch op een leeftijd van krap acht maanden gemiddeld op 170 tot 180 kilo geslacht-gewicht. Bij iedere zending zitten er ook een aantal uitzonderlijk bespierde gevallen tussen. Die krijgen een eigen hok in een aparte afdeling.

  • Op het bedrijf wordt een all in-all outsysteem gehanteerd. Als dieren binnenkomen, worden ze al gesorteerd en per vijf in een hok gedaan. Daarna worden ze de eerste vier tot vijf weken in individuele hokjes gezet. De reden hiervan is dat het drinkgedrag van kalveren individueel te volgen is, sommige kalveren de tijd krijgen om te leren drinken uit een trog en dat kalveren die wat trager drinken ook voldoende binnen krijgen. Daarnaast heeft het als voordeel dat de kalfjes zich niet aanleren om na de melkopname aan elkaars lichaam te zuigen. Bouwers houdt de periode in de eenlinghokken zo kort mogelijk. Niet alleen vanwege het dierwelzijn, vooral ook omdat voor hem het voeren in de trog veel makkelijker is dan in emmers. De hokjes worden dan op een stelling achter in de hokken opgeslagen tot de volgende ronde.

  • Na aankomst krijgen de dieren lauw water verstrekt. ,,Ze moeten eerst even schoon worden van binnen, zodat ze honger krijgen", licht Bouwers toe. Het is daarnaast ook als een soort lesmateriaal. ,,Sommige kalveren drinken de eerste 14 dagen bij de melkveehouder aan de speenemmer. Hier niet, hier krijgen ze het zo in de emmer. Die kalveren drinken te snel, waardoor de melk in de verkeerde maag komt. Bovendien moeten dieren de melk drinken als die warm is. Water mag de hele dag in de bak staan."

  • Vleeskalveren moeten probleemloos en vlot groeien. Uitgekiende voeding is daarom essentieel. Het kloppende hart van het bedrijf is dan ook de voerkeuken.

  • Boven de voerkeuken zitten twee grote silo's die elk 10 ton melkpoeder kunnen bevatten. Beide silo's bevatten dezelfde soort poeder. De eerste zes weken startpoeder en daarna schakelt Bouwers over naar afmestpoeder. Via vijzels wordt de poeder in de menger gedoseerd.

  • Aan het bereiden van de melk komt geen handwerk te pas. Water en poeder worden automatisch toegevoegd. Eventuele medicijnen kunnen ook automatisch toegevoegd worden. De temperatuur wordt eveneens automatisch in de gaten gehouden en afgeregeld. Het eerste mengsel wordt op 46 graden gehouden. Als het vervolgens naar de stal wordt verpompt, treedt namelijk 4 graden temperatuurverlies op. Daarna zijn de leidingen op temperatuur en wordt in de menger gewoon de gewenste eindtemperatuur van de melk in de trog, 42 graden, aangehouden.

  • De voercurves zitten in de voercomputer voorgeprogrammeerd. Op de display kan Bouwers ook weer gegevens uitlezen. Hij houdt er ook de voorraad in bij. Het poederverbruik leest hij wekelijks af en geeft dat door aan Alpuro.

  • Bouwers voert tweemaal daags. De melkgift wordt geleidelijk opgevoerd van 2 naar 8 liter per dier per dag. De energiebehoefte van de dieren stijgt door. Daarom maakt Bouwers de melk dikker als de maximale 8 liter bereikt is. De mengverhouding gaat van 1 op 7 naar 1 op 4 op het laatst.

  • De melk wordt via een leidingstelsel door de stal geleid. Op iedere afdeling zit een aansluiting waar Bouwers de slang met het doseerpistool kan aankoppelen. Op het pistool zit een literteller zodat hij de dosering per afdeling nauwkeurig kan regelen.

  • Als de kalveren goed drinken, krijgen ze er in het begin wat luzerne of gehakseld stro bij om de vertering goed op gang te brengen. Dit wordt met een handkar en een schep verdeeld. De stal is te klein om er met een (mini)shovel uit de voeten te kunnen.

  • Regelgeving schrijft voor dat kalveren ook vast voedsel moeten krijgen. Niet elk ruwvoer is geschikt, omdat het vlees bij voeders met veel ijzer niet de karakteristieke blanke kleur houdt. Bouwers voert, ook handmatig, speciale vleeskalverbrok bij. Deze eiwitrijke brok met onder andere mais en gerst erin heeft bovendien het voordeel dat het altijd dezelfde kwaliteit heeft. Stierkalveren vreten in de mestperiode 100 kilo brok op, vaarskalveren 70 kilo.

  • Op grotere leeftijd is de vochtbehoefte groter dan wat ze via melk binnen krijgen. Dan zet Bouwers een paar keer per dag even de drinknippels aan. De lucht in de leiding sist even langs de ventielen als hij de centrale waterkraan open zet. ,,De dieren weten snel genoeg dat ze dan kunnen drinken." De leiding staat niet de hele dag aan. ,,Anders gaan ze ermee spelen en krijg je alleen maar meer water in de put. Dat is nodeloos kostenverhogend want gierafvoer is duur”, aldus Bouwers.

  • Tijdens het voeren is Bouwers in de stal bij zijn dieren. Het is daarom niet alleen het moment van voeden, maar ook van diercontrole. Dingen die hem opvallen, onthoudt hij of markeert hij met een streep op het hok. In de tweede voerronde (met het ruwvoer) heeft hij dan de revolverspuit en bijbehorende medicijnen bij zich.

  • Behandelingen voert hij direct in zijn handcomputer (PDA) in. Zo is de diergeneesmiddelenadministratie altijd actueel. Bovendien is er dan minder kans op fouten dan bij administratie achteraf. Kalf 9437 is vrij probleemloos; hij is individueel (nog) niet behandeld, hij heeft alleen een koppelkuur gehad.

  • Bouwers hoeft niet alleen de vinger aan de pols te houden. Wekelijks krijgt Bouwers Eddy van ‘t Ooster, zijn adviseur van voerleverancier en contractgever Alpuro, op bezoek. Samen beoordelen ze de dieren en bespreken ze opvallende punten en zoeken ze waar het beter kan.

  • Samen, en in nauw overleg met de dierenarts, houden ze ook de gezondheid van de dieren in de gaten. Van elk kalf worden op een leeftijd van vier weken bloed afgenomen en onderzocht. Dieren met bloedarmoede krijgen een ijzerinjectie. Dit is een aanvulling op de standaard ijzeraanvulling die de dieren sowieso al krijgen. ,,Deze stal is een ‘blanke stal’. We spuiten standaard 6 cc ijzer bij als de kalveren op het bedrijf komen, alle kalveren halen op deze manier gezond het einde van de ronde."

  • Op een leeftijd van 14 weken wordt een aantal dieren steekproefgewijs nogmaals onderzocht. Als het Hb-gehalte dan te laag is, kan Bouwers nog bijsturen. Ook kalf 9437 zit in de steekproef.

  • De resultaten van de steekproef bespreekt hij weer met zijn adviseur. Dan worden onder andere ook de verschillen tussen schuren vergeleken. Bouwers ziet de intensieve bedrijfsbegeleiding niet als bemoeizuchtig of belastend, maar ervaart het als een voordeel. ,,Je houdt elkaar scherp.”

  • Het sorteren van kalveren is een activiteit die het hele traject doorgaat. Om de twee à drie weken worden dieren verplaatst zodat de groepen uniform blijven. Dit is niet omdat het mooier oogt, maar voorkomt dat minder sterke kalveren achterop raken.

  • In de kalverhouderij is borging van de kwaliteit erg belangrijk. Tal van gegevens die worden bijgehouden, zijn terug te vinden in het managementprogramma IVI-kalverhouderij. De kalverhouder voert daar poedergegevens en diergegevens in. Ook het medicijngebruik komt erin, zijn de voercurves te zien en kan Bouwers er de slachtgegevens ophalen. Zo kan hij zijn resultaten vergelijken met die op andere bedrijven.

  • Kalf 9437 is een gezond en vitaal kalf, maar geen uitblinker. Bouwers: ,,Het is een aardig kalf, maar hij valt niet op qua grootte of groeisnelheid. Het is gewoon een doorsnee dier."
    Het kalf blijft nog even op het bedrijf van Van den Bosch. Als het slachtrijp is, komen we terug voor deel 3 van deze serie.

    Bekijk ook deel 1 van de weg van kalf 9437 »

Eén reactie

  • no-profile-image

    pieter

    Wanneer komt deel 3 online?

Of registreer je om te kunnen reageren.