Rundveehouderij

Foto & video 1039 x bekeken 6 reacties

Westlands Fjordvee: de koe van de Vikingen

Twee Zweedse fotografen maakten een boek over twee Noorse ecoboeren, die idolaat zijn van het lokale ras Westlands Fjordvee. Dat was bijna uitgestorven.

Foto

  • Hei (hallo) Boerderij-lezer, wij zijn Nils Drabløs en Gunhild Øigarden en hebben een ecologische boerderij met een dertigtal Vestlandsk Fjordfe (Westlands Fjordvee). Voor het gemak korten we die af tot VF. Dat wij stapeldol zijn op onze meisjes, is te zien in het boek Kom jentene mine! (Kom, mijn meisjes!) dat over ons en de koeien is gemaakt door de Zweedse fotografen Sanna Törneman en Anette Tamm. Ze hebben drie jaar gefotografeerd op ons bedrijf. Het boek is een reis door de 12 maanden van het jaar.



    Foto's: Anette Tamm en Sanna Törnemann.

    Tekst: Vera Wijnveen

  • Onze boerderij Ellinggården ligt in Velledalen en stamt uit 1666. Vroeger waren er zeven families die op en van deze boerderij leefden. Gezamenlijk hadden zij 80 koeien, zeven paarden en veel schapen. Door het Noorse erfrecht (odelsrett) is de boerderij altijd in de familie gebleven. Het nieuwe woonhuis (links) is gebouwd in 1979, rechts de stal met op de voorgrond de oude ‘stabbur’ (voorraadhuisje op palen). Eerst vertellen we iets over de geschiedenis van het VF.

  • Het VF zijn oeroude dieren, en als een aantal mensen zich niet enorm ingezet zou hebben, was dit ras allang uitgestorven. Het is dan ook een beschermd Noors ras. Al meer dan 1.000 jaar geleden, graasde deze koe in de bergen en op de hellingen van Vestland. De oudste beenresten zijn 4.500 jaar oud en zijn gevonden in de omgeving van Bergen. Aan de vorm van het skelet en de hoorns wist men dat het om een VF ging.

  • In 1890 werd het ras erkend. Tot 1920 had het een eigen stamboek. Daarna ging het bergafwaarts. De boer koos steeds meer voor de Vestlandsk Raudkolle (Westlands Rode Hoornloze), afgekort tot VR, die meer melk gaven. In 1947 werd besloten beide rassen samen te voegen tot het Sør-og Vestlandsfe (Zuid- en Westlandvee). Aan het eind van de jaren vijftig waren er onder de 60.000 dieren die er nog waren, bijna alleen rode en hoornloze exemplaren te vinden.

  • Toen besloot men dat er in heel Noorwegen één koeienras moest komen. Basis waren de zes belangrijkste (streek)rassen, waaronder de VF en VR gekruist met Ayrshire uit Schotland, en later de Ayrshire en Zweeds Roodbont uit Zweden. Ook de Shorthorn uit Groot-Brittannië en de Fries-Holland werden ingezet. Binnen tien jaar bestond de gehele populatie voor 98 procent uit dit nieuwe ras, het NRF (Norsk Rødt Fe, Noors Roodbont).

  • Het was bijna gedaan met het kleine, maar geharde Vestlandsk Fjordfe-koetje. Van de honderdduizenden Vikingkoeien waren er nog maar 70 over! Na reddingsacties zijn er eind 2009 670 als VF geregistreerd. Dat is gebeurd door een aantal enthousiastelingen die we niet allemaal kunnen noemen, dus volgen hier alleen de meest bijzondere.

  • De Zweed Karl Gustav Hedling struinde heel Noorwegen af, op zoek naar de koe van de Vikingen. Uiteindelijk kwam hij terecht op een boerderij waar in de stal tussen de 17 VF-dieren, drie boerinnen stonden. Dit waren de zussen Ingrid, Jenny en Signy Berg in Jølster. Zij waren rond de 70 jaar oud en bezig om met pensioen te gaan.

  • Ze hadden nog nooit van het VF gehoord en wisten dus helemaal niet wat voor curiosa zij op stal hadden. Door Karl Gustav kwamen zij op andere gedachten en zetten ze de fokkerij op. Een jaar later reisde Karl Gustav met vijf kalveren naar Zweden. Deze vijf zijn de stammoeders van de Zweedse populatie.

  • Hier zie je Nils met Dalmøy, geboren in 1991 bij de drie zussen Berg en nog steeds in leven. Met 18 kalveren is zij de stammoeder van de halve veestapel op onze boerderij.

  • Vestlandsk Fjordfe zijn vrij kleine koeien die rond de 400 kilo wegen. Onze koeien geven ongeveer 5.000 liter per jaar. Ze zijn gehoornd en ongehoornd. Alle kleuren zijn toegestaan: grijs, rood, wit, zwart, bruin en geel. Egaal gekleurd, gebrand (rood met zwarte strepen), ‘skjørete’ (skjør = wrongel, gele koe met witte strepen) en ‘sidet’ (witte streep op de rug, net als de Witrik).

  • Het is iedere keer weer een verrassing hoe het kalf eruit zal zien.

  • De kalveren blijven vijf tot zeven dagen bij de moeder in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte. Daarna wordt de koe op de grup gezet en blijft het kalf bij haar voor maximaal tien dagen. Het loopt dus vrij rond, kan lekker tegen de koeien aankruipen en drinken bij de moeder wanneer het wil. Het gebeurt vrijwel nooit dat het kalf de melk bij een andere koe gaat halen.

  • Na deze kraamperiode gaat het kalf iedere dag een paar uur langer in het kalverenhok. Na 1 tot 1,5 maand is het kalf gespeend. Gunhild: “Het is wel veel werk, maar wij zijn ervan overtuigd dat dit het allerbeste is voor het kalf. En er is niks mooier dan even uit te rusten tegen een warme koeienrug.” Nils vult aan: “Bovendien is dat wat veel boeren denken: dat je door het kalf langer bij de moeder te laten zuiggedrag op latere leeftijd krijgt, dus niet waar. Het kalf heeft genoeg kunnen zuigen, en is er klaar mee.”

  • Hier zie je Nils met een stier. Stierkalveren gaan nooit naar de slacht. Er zijn altijd wel kopers te vinden. Er is een vaste klant die bijzonder gecharmeerd is van de kalveren van Nils en Gunhild. Hij mest de stieren af tot een leeftijd van twee jaar, binnen de omheiningen op zijn land. Hij vindt de jonge stieren vriendelijker en groter. Bovendien hebben ze een betere kwaliteit vlees dan andere VF-kalveren. Volgens hem is dit te danken aan de speciale opfokperiode die Nils en Gunhild de kalveren geven.

  • Dit is Tigergutt. Hadden Nils en Gunhild in Nederland gewoond en bijvoorbeeld Witrikken gehouden, dan had deze stier de naam Tigerboy gehad. Hij is zo mak als een lammetje en loopt als een hond achter Nils aan. Een ander stierkalf dat Bore heet, is verkocht aan een ki-organisatie (Geno). Er zijn 1.240 rietjes geproduceerd, waarvan er in 2007 en 2008 104 zijn gebruikt. In totaal zijn in 2007 583 VF-doses verkocht.

  • Koe Flora heeft een goede bronst en Botifar mag eraan! Hij is jong en heeft nog niet veel ervaring. Er wordt heel wat afgehannest. Van Nils mag Botifar zo vaak hij wil, des te groter is de kans op een kalf. Gunhild en Nils werken het liefst met eigen stieren. Niet alleen om kosten te besparen, bij de ki-organisatie zijn maar drie stieren beschikbaar.

  • Dit is Niek uit Nederland. Hij is de veearts van Nils en Gunhild. Op deze foto brengt hij slecht nieuws, want koe Mia wordt niet meer beter. Het begon met mastitis veroorzaakt door S. aureus. Na verschillende medicijnen die niet aanslaan, wordt eerst één speen blauw en vervolgens de hele uier. ‘Koldbrann’! (blauw uier), een zeldzame aandoening in Noorwegen. Mia wordt naar buiten geleid en legt zich neer in de sneeuw. Er wordt afscheid genomen. “Mia, wat zullen we je missen”. Een zware dag voor Nils en Gunhild.

  • Nils en Gunhild voeren jaar in jaar uit oorlog met de zuring. Omdat er niet wordt gespoten, wordt er diepgeploegd. Alles dat toch opkomt, wordt er met de hand uitgetrokken. Zuring is extreem hardnekkig. Iedere plant heeft 9.000 zaden en kan wel 4 tot 12 jaar - en in het ergste geval 70 jaar - blijven liggen voordat het ontkiemt. Ook in koeienmagen gedijt het prima. Het gaat via de mest zo het land weer op. Een nogal vermoeiende kringloop!

  • Het is juni. De eerste snede. Met de koptelefoon op luisterend naar My Sweet Lady Jane van de Rolling Stones, begint Nils aan de oogst. Na drie uur rijden en wagens lossen in de brandende zon, het begin van ‘een houten kont’ en een enorme honger, is er tijd voor een pauze. Maar eerst languit in de weide liggen en de heerlijke lucht opsnuiven van het pas gemaaide gras.

  • Zoals veel Noorse boeren, besteedt ook Nils nauwelijks werk uit. Hij oogst op 16 hectare. Het duurt drie weken om de beide silo’s te vullen. Veel werk, maar Nils en Gunhild kijken enorm uit naar de komende tijd die ze op de seter doorbrengen en waar ze weer helemaal bijkomen (de seter is een boerderij, vaak in de bergen, waar het vee zomers wordt ondergebracht).

  • Dit is Dravlausstølen, de seter van Nils en Gunhild. De opa van Nils kocht de seter in 1925. Er was toen een kleinere stal in de kelder, waar hij tien VF-koeien hield. “Vroeger gingen de koeien lopend naar de seter, maar de laatste jaren worden ze met vier tegelijk per wagen weggebracht. Er zijn tegenwoordig te veel auto’s op de weg”, zegt Nils spijtig.

  • Het dal dat zich vult met warmte, de milde zomerwind, de onvoorstelbaar blauwe hemel, de hangmat, de zonnestoelen en parasol, het koude zelfgemaakte bessensap, vrienden en familie die voor een paar dagen langskomen… het is de mooiste tijd van het jaar voor Nils en Gunhild.

  • Dat koeien een uitzonderlijk goed reukvermogen hebben, soms over vele kilometers ver, bewijst koe Saga. Vastberaden stapt zij in de bosjes en binnen twee seconden is de buit verorberd. De koeienboleet of koewachtersboleet is voor hen een echte delicatesse. Voor Gunhild een teken om ook in de bosjes te duiken. Wie weet groeit er ook de goudgele cantharel die zij zelf maar wat graag lust. Daar moet je snel bij zijn, want voor je het weet wordt ook die door de koe opgeslokt. Hoewel de koeienboleet ook voor de mens eetbaar is, geeft Gunhild die zeldzame keren dat zij er als eerste een vindt deze altijd aan de koeien.

  • Gunhild op één van de laatste tochtjes waarbij ze de koeien vergezelt van de weide naar de seter. Daar worden de dieren gemolken. Het is september, het einde van het seterseizoen nadert. Dat is altijd weer een triest gevoel. Het regent veel en de hoeveelheid gras is niet meer voldoende voor 20 drachtige koeien die binnenkort hun kalf krijgen. Tijd om terug te gaan naar Ellinggården. Haar sombere gezicht onder het rode hoedje spreekt boekdelen.

  • Het is oktober en de telefoon gaat. Het is één van de buren die vertelt dat er dicht bij zijn seter een kalf is gevonden. Hoop flakkert op bij Nils en Gunhild. Is dit het kalf dat ze afgelopen zomer kwijt zijn geraakt. Er zijn er toen twee op onderzoek uitgegaan. Het ene kalf is vorige maand levend teruggevonden, naar het andere dier heeft Gunhild dagenlang gezocht. Iedere dag trok ze er op uit, de bergen in. Tevergeefs. Op de plek aangekomen, lijkt het alsof het kalf ligt te slapen in de laatste zonnestralen. Maar het kalf is dood.

  • Met een boerderij zijn er altijd zorgen. En wanneer je zo begaan bent met je koeien als Nils en Gunhild, telt dat dubbel zwaar. Alle zorgen even vergeten en er samen op uittrekken, de natuur in, dat is de rode draad in het boek. Hun liefde voor elkaar, hun boerderij en de natuur. Het boek is te bestellen bij een Noorse uitgeverij, maar wordt ook in het Engels vertaald en verschijnt binnenkort in verschillende Europese boekhandels. Wie het boek wil bestellen, dat kan in het Engels via deze link.



    Lees ook de blog over ‘de koe van de Viking’.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    casepower

    mooi hoor
    en hele mooie koeien

  • Wink

    vera, is er een nederlandse of engelse vertaling van dit boek en waar is dit evt te verkrijgen?

  • trijnie

    Wat een mooie manier van werken en leven! En wat een prachtig land.
    Ik denk dat menig boer hier in nederland er jaloers op is.

    Ik hoop dat boerderij aangeeft wanneer dit boek in het Nederlands op de markt komt.

  • Mozes

    Heel mooi, heel romantisch, maar hoe zit het met de economische kant van de zaak? Ze produceren 150000 liter, geen boer in Nederland die daar van kan bestaan. Of ze beuren een extreme melkprijs of ze leven van de subsidie.

  • Bison

    Mozes mischien zijn noorse boeren niet zo veeleisend als NL boeren:-)

    Beetje idealistig verhaaltje, de werkelijkheid zal wel iets anders zijn.
    Zo tussen de bergen is wel een mooi gezicht maar bergje op bergje af is vermoeiend werken.

  • alco1

    Nou trijnie, die mooie manier van werken en leven zal voor velen behoorlijk tegen vallen. Maar wat zijn die koeien toch tam en tevreden als ze een dik half jaar aangebonden staan!

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.