Rundveehouderij

Foto & video 1588 x bekeken 1 reactie

Flink besparen op krachtvoer

De lage melkprijs zette Kees Rijlaarsdam aan het rekenen. Hij ging afgelopen zomer duurdere brok voeren en investeerde in voederwinning. Zo wist hij zijn krachtvoerkosten flink te drukken.

Foto

  • Kees Rijlaarsdam (45) heeft een melkveebedrijf met 77 koeien en 60 stuks jongvee in Bodegraven. Hij heeft een melkquotum van 700.000 kilo met een vetreferentie van 4,28 procent. Bij het bedrijf horen 37 hectare grasland, mais wordt aangekocht.
    De 305-dagenproductie van de koeien lag een jaar geleden op 8.500 kg met 4,30 procent vet en 3,45 procent eiwit. Nu is dat 8.370 kg met 4,36 procent vet en 3,43 procent eiwit. Dat is het gevolg van de beslissing om drastisch te snoeien in de krachtvoerkosten.



    Foto’s: Herbert Wiggerman, tekst: Jacco Keuper

  • Verschillende grote mengvoerleveranciers maakten de afgelopen weken bekend dat in 2009 de voerkosten bij hun melkveehouders flink gedaald zijn. Reden genoeg om eens bij een bedrijf te kijken dat de voerkosten flink heeft gedrukt. Melkveehouder Kees Rijlaarsdam heeft de krachtvoerkosten met 30 procent verlaagd.

  • De bezuinigingsoperatie werd in gang gezet door de lage melkprijs. Rijlaarsdam levert zijn melk aan DOC. Al in de loop van 2008 zag hij het bedrag op zijn melkgeldafrekening slinken. Rijlaarsdam: ,,Ik wist dat het strakker moest.”

  • Rijlaarsdam hoef je over Excel niets uit te leggen. Hij is een rekenaar die zichzelf duidelijke doelen stelt. Begin 2008, toen de melkprijs nog goed was, luidde het doel dat het voerrantsoen moet worden afgestemd op maximaliseren van de melkgift gecombineerd met hoge gehaltes. Het doel dat hij begin 2009 opstelt, luidt heel anders: de krachtvoerkosten moeten zakken tot onder 5 cent per kilo melk. Met drastische maatregelen weet hij uiteindelijk zelfs onder de 4 cent per kilo meetmelk uit te komen.

  • Samen met zijn voeradviseur, Wilco de Bruin van Agrifirm, nam de ondernemer de verschillende kostenposten nog eens kritisch onder de loep. Ook de krachtvoerkosten bleven niet buiten beschouwing. Eerder dan alle andere klanten had Rijlaarsdam een strategie klaar, volgens zijn voeradviseur.

  • Verlaging van de krachtvoerkosten lijkt het eenvoudigst te realiseren door goedkopere brok te gaan voeren. Dat deed Rijlaarsdam aanvankelijk dan ook. Goedkoop bleek echter duurkoop te worden. De besparing ging namelijk ten kosten van de vruchtbaarheid, zo merkte de veehouder, die zelf insemineert, al snel.

  • In maart 2009 ging het roer om. Rijlaarsdam zocht de winst niet in de prijs, maar in de kilo’s. Hij stapte over op krachtvoer dat duurder is. Hiervan voert hij scherp in het begin van de lactatie en zodra de dieren drachtig zijn, gaat de rem er echt op. De oudmelkte koeien krijgen nu beduidend minder krachtvoer dan voorheen. Zij moeten hun melk vooral op ruwvoer produceren. Die aanpak werkt wél: Rijlaarsdam is van 41 naar 61 procent meetmelk uit ruwvoer gegaan. Het krachtvoerverbruik (krachtvoer en bijproducten) daalde van gemiddeld 28,43 kilo naar 18,74 kilo per 100 kilo meetmelk. Een tijdje voerde hij zelfs 12 kilo per 100 kilo meetmelk. Ter vergelijking: collega-veehouders bij Agrifirm voerden in de zomer 23,3 kilo.

  • De melkcontrole is een belangrijke bron van gegevens. Elke vijf weken komt de monsternemer. Als de uitslag binnen is, komt de voeradviseur om de voeding erop aan te passen. Grote wijzigingen zijn het vaak niet, want ook tussendoor probeert de veehouder zelf de koers al bij te stellen. Zijn managementprogramma van Agrovision is gekoppeld aan de krachtvoercomputer. Deze bouwt de krachtvoergift automatisch via een ingestelde curve op tot de maximale gift. Vervolgens bouwt het programma de gift op basis van de MPR-gegevens diergestuurd weer af.

  • De krachtvoerboxen kunnen twee voersoorten verstrekken. Rijlaarsdam heeft een aantal weken gericht individueel soja verstrekt via de krachtvoerboxen. Hij vermoedde een bespaarpunt, omdat hij dan eenvoudiger op de eiwitnorm kan voeren. ,,Bij koppelgewijs verstrekken is de gift afgestemd op de dieren met de grootste behoefte.” Er is echter (nog) geen tweede vijzel naar de boxen, dus moest hij de voorraadbakken handmatig met emmers vullen. Vanwege de grote arbeidsbelasting die dat met zich meebrengt, verstrekt hij het nu toch weer voor het voerhek. Als de melkprijs aantrekt, is het aanschaffen van een tweede silo met vijzel een van de investeringen die de ondernemer overweegt.

  • Het aantal liters is niet meer het belangrijkste. Probleemloos melken, dus diergezondheid, is veel belangrijker bij de huidige melkprijs. De veehouder is dan ook scheutig met mineralen en krijt. Die verstrekt hij met het ruwvoer voor het voerhek. ,,Dan weet je zeker dat ze het opnemen.”

  • Daarnaast kunnen de koeien ook zelf hun mineralenniveau reguleren. In de melkstal is namelijk geen krachtvoer- of waterverstrekking, maar er hangen likstenen met mineralen. ,,Tijdens het melken hebben ze tijd genoeg om aanvullende mineralen op te nemen als ze daar behoefte aan hebben.”

  • De diergezondheid is duidelijk beter dan een jaar geleden, realiseert de veehouder zich. Al een half jaar heeft de veehouder geen driespenen meer in de stal. En ook dieren met klauwproblemen zijn versneld afgevoerd in het eerste kwartaal van 2009. ,,Zo bespaar je op de dierenartskosten.” Meer dan ooit zat de ondernemer ook bovenop zijn quotumplanning: ,,We hebben zelfs drachtige vaarzen verkocht toen die nog goed in prijs waren.”

  • Ook bevorderlijk voor de gezondheid is goede ventilatie. De veehouder hield de ligboxenstal die hij vijf jaar geleden liet bouwen bewust zeer open. Het klimaat is er een wereld van verschil met de oude stal, waarin nu het jongvee is gehuisvest.

  • Absolute aanrader op diergezondheidsgebied zijn volgens de ondernemer ook roostervloeren. Terwijl veehouders tegenwoordig vanwege emissiearme stallen eerder naar dichte vloeren neigen, koos Rijlaarsdam bewust voor een roostervloer. ,,Ik heb jarenlange ervaring met dichte vloeren. De dieren staan dan toch de hele dag in de mest en urine; klauwinfecties en mastitis zijn het gevolg.”

  • Rijlaarsdam is zuinig op zijn huiskavel. Hij probeert zijn koeien zoveel mogelijk te weiden. ,,Vers gras heeft meer dan 1.000 VEM. Het is een krachtvoerachtige voederwaarde, maar veel voordeliger dan krachtvoer, kuilgras of mais.”

  • De koeien moeten liefst veel melk uit ruwvoer produceren. Daarom kuilt Rijlaarsdam de eerste snede volledig in. ,,Dan kun je er meer dan een halfjaar van profiteren. Bij weiden maar twee maanden.” Dat hij waarde hecht aan de ruwvoerkwaliteit, blijkt ook uit het investeringsbeleid: andere bestemmingen moesten het vorig jaar afleggen tegen de nieuwe schudder. ,,De oude schudder moest weg of flink opgeknapt worden. De kwaliteit van de voederwinning bepaalt de kwaliteit van het belangrijkste bestanddeel van het rantsoen, dus die keuze was niet heel moeilijk.”

  • Om vroeg etgroen te hebben voor de melkkoeien, haalde de veehouder al vroeg in april de maaier al uit de schuur. Daardoor kuilde hij een aantal hectares zeer eiwitrijk, maar structuurarm gras in. Dat is geen probleem, omdat dit gras over de volledige lengte van de kuil is gereden. De rest van de eerste snede, maar ook tweede snede worden daaroverheen ingekuild. Dit geeft bovendien jaarrond een homogeen product voor het voerhek. ,,Het kost wat meer werk, maar je hebt daardoor minder rantsoenwisselingen.”

  • Kosten noch moeite worden dus gespaard bij de ruwvoederwinning. Rijlaarsdam kiest bewust voor Hermetix. Dit is iets duurder, maar ook steviger folie. Hij moet de kuil een aantal keer per seizoen openen en afdekken. Daarbij moeten er geen gaten in het plastic komen, want die resulteren in broei en voederverliezen. Daarom doet hij bij de laatste keer kuilen niet alleen de Hermitex, maar ook een laag onderfolie over de kuil.

  • Snijmais koopt Rijlaarsdam aan. Hij heeft hiervoor geen vaste afspraken, maar kijkt in het seizoen bij telers in de buurt. Bij het beoordelen van de percelen let hij meer op de kolf dan de lengte van de plant. ,,Massamais is altijd te duur.”

  • De mais is bewust niet heel vroeg maar wel kort gehakseld. ,,Wat drogere mais heeft meer zetmeel. Fijne mais laat zich beter vast rijden, wat de kans op broei vermindert.”

  • Met de voedermiddelen van eigen land heeft het rantsoen wat te weinig pensprik. Daarom voegt de veehouder ook luzerne en graszaadhooi toe.

  • Lage kosten ook bij het verstrekken van het rantsoen: Rijlaarsdam heeft geen dure voermengwagen, maar voert met een blokkendoseerwagen. Die is overigens wel uitgevoerd met weeginrichting. Toch probeert hij door de laadvolgorde en gericht lossen het rantsoen zoveel mogelijk gemengd voor het voerhek te krijgen. Graskuil, mais, luzerne, graszaadhooi en mineralen gaan allemaal in één wagen. Tijdens het lossen rijdt de veehouder meermaals heen en weer voor het voerhek. Zo komen de verschillende lagen gras en de andere bestanddelen toch gelijkmatig verdeeld voor de bek van de koe.

Eén reactie

  • no-profile-image

    Vink

    Beetje laat om daar nu achter te komen en de vinger op de zere plek te leggen.

    De beste man kon een paar jaar terug niet eens de korrels in zijn aangekochte mais vinden. Belde de verkoper om 23.30 uur uit zijn bed. Achteraf werd er mais geleverd met 980 VEM.

    Wat je al niet moet kunnen om het nieuws te halen

Of registreer je om te kunnen reageren.