Rundveehouderij

Foto & video 2880 x bekeken 1 reactie

Zonder poespas meer van melk maken

Bij de melkveetak van vof Hoogenboom draait alles om efficiëntie. In de zuiveltak waardeert de ondernemer de witte grondstof op tot 25 hoogwaardige en klantgerichte producten.

Foto

  • Puur Natuur Zuivelboerderij is een vof van Jan (52) en Miranda (46) Hoogenboom en hun zoon Gijs (21). In Oudewater (U.) hebben zij een melkveebedrijf met zo’n 400 melkkoeien. De productie bedraagt 7.200 kilo met 4,35 % vet en 3,60 % eiwit. De 2,5 miljoen kilo melk die de veestapel jaarlijks produceert, wordt op het eigen bedrijf verwerkt (consumentenquotum). Daarnaast verwerkt het bedrijf jaarlijks 3,5 miljoen liter melk van anderen. Dit koopt Hoogenboom in via handelaren; deels met vaste afspraken, deels op de spotmarkt.
    Het bedrijf heeft twee medewerkers in de rundveetak en acht in de zuiveltak.



    Foto’s: Hans Prinsen en familie Hoogenboom, tekst: Jacco Keuper

  • Hoogenboom is in 1983 begonnen met zuivelverwerking omdat hij zich realiseerde dat boeren in Nederland een hoge kostprijs hebben en dat daar een hogere opbrengstprijs tegenover moet staan dan de gangbare marktprijs. Hij wilde meer maken van het product dat zijn bedrijf voortbrengt. ,,We zitten in een kaasgebied, dus dachten we eerst aan kaas. Maar dan ben je nog afhankelijk van de kaashandel en bij de verse zuivel ben je zelf meer prijsbepalend. Daarom zijn we hierin gestapt.”

  • Het melkveebedrijf heeft een ontvangstruimte waarbij je van boven in de ligboxenstal kunt kijken. Dan zie je geen blinkende nieuwe apparatuur en luxe. Hoogenboom wil zijn melk namelijk zo goedkoop mogelijk produceren. ,,Want een goed rendement begint bij een scherpe inkoop, oftewel productie”, aldus de ondernemer.

  • De stal is heel compact gebouwd. Aan 100 meter voerhek vreten 300 koeien. De stal is met 17 meter niet breed en dus niet voorzien van brede looppaden of hele diepe boxen.

  • Een ander voorbeeld van soberheid is dat de stal is voorzien van de standaard verende koeborstels. ,,Als ik die €1.000 voor een draaiende koeborstel niet uitgeef, hoef ik die ook niet terug te verdienen”, is de heldere uitleg die de ondernemer daarbij geeft. Hoogenboom ziet dat elders in het bedrijfsleven heel rationeel economisch wordt gedacht. Hij redeneert hetzelfde: ,,Dierenwelzijn laat zich jammer genoeg niet altijd tot waarde brengen.”

  • Ook de melkstal is niet conventioneel: een 2 × 22 stands swingover. Hiermee melkt hij 150 tot 160 koeien per uur zonder automatische afname. Ook zijn er geen melkglazen, er wordt direct op de leiding gemolken en per twee melkstellen is er één pulsator. De aanschaf had wat voeten in de aarde: grote merken als De Laval en Fullwood konden of wilden (zoals Hoogenboom vermoedt) geen melkstal met hoogliggende melkleiding leveren. Hoogenboom kwam uiteindelijk uit bij het Ierse Dairymaster.

  • Hoogenboom zweert bij dit type melkstal. Ook weer vanwege de lage kosten. ,,Eén man kan geen 44 melkstellen aan, wel 22. Deze apparaten worden zeer efficiënt gebruikt. Ze staan nauwelijks stil.” Bovendien zijn de onderhoudskosten laag. Hoogenboom weet ze uit zijn blote hoofd: €700 per jaar, exclusief het vervangen van tepelvoeringen.

  • Binnen in de ligboxenstal zijn geen vierkante meters opgeofferd voor de voergang. Eén van de zijwanden is open en voorzien van een eenvoudig voerhek. Het voer ligt gewoon buiten, want het dak is niet voorzien van een overstek. De reden is ook hier de kostprijs: een overstek zou €50.000 meer kosten. Bovendien zou het staldak dan omhoog moeten omdat de veehouder er anders met de shovel niet onderdoor kan. Hoogenboom rekent hardop: ,,Die overstek kost me €5.000 per jaar. Daarvoor kan ik 150 ton mais kopen. Zoveel voerverlies heb je nooit doordat het voer wel eens nat regent.”

  • Hoogenboom is niet het type dat een hoge productie nastreeft om te kunnen pronken met een hoge positie in die ranglijsten. De hoogte van de melkproductie van zijn koeien interesseert hem zelfs niet. Hij wil koeien die hun melk tegen een zo laag mogelijke kostprijs leveren. ,,Een 10.000 literkoe is niet efficiënter dan één van 7.000 liter. Onze koeien zijn geen topsporters, ze kunnen gewoon de standaardkuil aan en halen veel uit ruwvoer.”

  • De inseminator komt nooit bij Hoogenboom. In de kudde lopen een aantal raszuivere Belgisch Witblauw-stieren die voor het nageslacht zorgen. Bij de keuze van deze stieren let de veehouder erop dat ze de bouw hebben om een aardig bespierd kalf te leveren, maar ook niet zo dat het geboortegemak er erg onder lijdt.

  • Vervangend vee wordt aangekocht. Vaak met hele koppels tegelijk van stoppende veehouders. Dat geeft de minste kans op ziekte-insleep. De koeien worden standaard tegen IBR en BVD geënt. Daarnaast gaan ze minimaal één keer per week door het voetbad om mortellaro buiten de deur te houden.

  • Op grote bedrijven met vreemde arbeid worden vaak protocollen toegepast. Ook Hoogenboom heeft een aantal gouden regels waaraan zijn personeel zich moet houden. Die houden met name verband met de melkkwaliteit. Zo mag er nooit meer dan 1 melker in de melkput staan, die de volle concentratie op zijn werk houdt. Twee personen zouden elkaar kunnen afleiden. ,,Penicilline in de melk kost me direct tienduizenden euro’s per dag. Het is schade die ik op niemand kan verhalen”, aldus de ondernemer.

  • Hoogenboom en zijn medewerkers streven er daarom naar zo min mogelijk penicilline te gebruiken. Wordt een koe behandeld, dan wordt ze direct voorzien van maar liefst twee rode pootbandjes. ,,Dan is het voor iedereen duidelijk. Daarnaast noteren we op een daglijst welke koe behandeld is en wanneer de wachttijd eindigt.

  • Een andere voorzorgsmaatregel is dat er geen droge koeien door de melkput komen. Op de thuislocatie wordt alleen gemolken. Elke donderdag worden koeien droog gezet en direct naar een tweede locatie gebracht. Daar kalven ze, waarna de koeien weer terug komen.

  • De melk wordt opgeslagen in vier staande melkkoeltanks van 15.000 liter. Tank 1 en 2 zijn voor eigen gebruik, de aangevoerde melk komt in nummer 3 en 4.

  • Een voorkoeler op leidingwater brengt de melktemperatuur terug naar 15 graden. Voor de zuivelbereiding beschikt het bedrijf echter ook over ijswater. Via een tweede koeler wordt de aangevoerde melk daarmee verder gekoeld. De temperatuur van de melk is daarom al 3 tot 4 graden als het in de tank komt. Die hoeft dit temperatuurniveau alleen maar vast te houden.

  • Omdat er niet iedere twee dagen een RMO het erf verlaat die de hoeveelheid melk registreert, doet Hoogenboom dat zelf. Tussen de melkput en de tank zit een oude RMO-meter. Zo weet de ondernemer direct hoeveel melk er per melkmaal gewonnen is. Dit wordt genoteerd op lijsten die bij de meter hangen. ,,Wij zien heel snel het effect van rantsoenwisselingen en dergelijke.”

  • De zuivelverwerking, en dan vooral het pasteuriseren, kost veel energie. Sinds april 2009 beschikt het bedrijf daarom over een moderne houtkachel. Deze kan volautomatisch laden en de asla legen. Het waarom wordt ook hier met een rekensom toegelicht: ,,Ik betaalde €5.000 per maand voor aardgas. Nu betaal ik rond de €1.000 voor hout. Van de geïnvesteerde €80.000 kwam €30.000 terug via milieusubsidie. Dat betekent dat ik deze installatie in 13 tot 14 maanden heb terugverdiend.”

  • Die vier koeltanks staan naast de verwerkingsruimte. De medewerkers halen de melk uit de tanks, waarna die eventueel wordt gehomogeniseerd en daarna gepasteuriseerd.

  • Het komt vervolgens in kleinere tanks bovenin de verwerkingsruimte. Daar wordt de melk verwarmd en yoghurtzuursel toegevoegd. Als de melk op 42 graden is, worden ook bacteriën toegevoegd aan de vloeistof.

  • Na enkele minuten goed mengen, kan het product worden afgevuld. Het wordt via leidingen naar een vulmachine gepompt. De pijp in de vulmachine hangt in een kast. Daarin heerst een overdruk, zodat ‘vuile’ omgevingslucht niet bij de zuivel kan komen tijdens het afvullen. In deze machine worden de verpakkingen ook direct afgesloten.

  • De afvulmachines van Hoogenboom kunnen verschillende verpakkingen aan. Daardoor kan het bedrijf 10 literemmers, maar ook potjes van 0,5 liter en drinkbekers afvullen. In totaal levert de zuivelboerderij 25 verschillende producten.

  • De gevulde en afgesloten verpakkingen worden op pallets gestapeld en daarna de broedkamer ingereden. De melk staat bij een temperatuur van ruim 40 graden dik te worden. ,,In de pot gerijpte standyoghurt.” Afhankelijk van het product en de toevoegingen blijft de melk 6 tot 12 uur in de broedkamer om te rijpen.

  • Een gedeelte van de pallets, met yoghurt die minder lang hoeft te rijpen, worden door de medewerkers ’s middags uit de broedstoof gehaald en naar de koeling gereden. Daar worden ze voor de uitstroomopeningen van grote ventilatoren gezet, zodat de koude lucht flink langs de verpakte yoghurt jaagt.

  • Een ander deel blijft langer in de broedstof. Deze verandert ’s avonds of ’s nachts automatisch van broedstoof in koelcel. Op een vooraf ingesteld moment gaan de ventilatiekleppen open, zodat de warme lucht kan ontsnappen. Daarna gaat de koelmotor aan en wordt de goed geïsoleerde ruimte een koelcel.

  • In het naastgelegen magazijn liggen stapels met verschillende verpakkingsmaterialen met de meest uiteenlopende kleuren en teksten. ,,Wij zijn te kleinschalig om het te winnen van FrieslandCampina in de supermarkt. Wij moeten het niet hebben van die prijskopers, maar van klanten die wekelijks twee pallets yoghurt in hun eigen emmers willen hebben.”

  • Boerderijproducten hebben volgens Hoogenboom hun langste tijd gehad. Hij produceert daarom vooral veel Griekse en Turkse yoghurt. Bellen, klanten bezoeken en netwerken beslaat dan ook zeker 80 procent van zijn arbeidstijd. Ook beschikt hij over een eigen luchtballon. Die is meer dan alleen een vliegende reclamezuil, want hij kan er ook zijn (potentiële) afnemers iets bijzonders mee aanbieden.

  • De kleine zuivelaar heeft geen researchafdeling om nieuwe producten te ontwerpen. ,,Dat is bij onze omvang niet te doen.” Desalniettemin probeert hij wel in te spelen op vernieuwingen en trends. Een paar keer per jaar pakt hij zijn koffers om in Londen te kijken. Dan loopt hij met gespitste oren en een scherpe blik grote winkelketens als Sainsbury’s en Tesco binnen. ,,Wat daar gebeurt is over een paar jaar hier.” Ook reist hij wel naar Turkije om nieuwe inspiratie op te doen.

  • In een schuur staat een vulmachine die in een flink aantal onderdelen verspreidt ligt. Met gepaste trots vertelt Hoogenboom dat hij ondanks de bescheiden omvang, wel een eigen technische dienst heeft. Die techneut onderhoudt zijn machines en bouwt ook vervangend materieel. ,,Een nieuwe vulmachine kost €900.000, een gereviseerde €250.000 plus €30.000 aan onderdelen. Voor dat verschil kan mijn medewerker vele uren sleutelen. Je haalt zo ook kennis in huis, waardoor je minder afhankelijk bent van een machineleverancier.”

  • Hoogenboom heeft twee vrachtauto’s op de weg. Daarmee levert hij zijn waar aan winkels, groothandels en distributiecentra in Nederland, maar ook in België en Duitsland. Afnemers in Zweden, Denemarken en Engeland worden via transportbedrijven bevoorraad.

Eén reactie

  • no-profile-image

    R. stieglitz

    Bedank Boerderij Redactie. Van dit soort reportages mogen er meer op de site.
    Eindelijk no-nonsense ondernemers die
    efficent werken en denken. (ik kan de reportages over nieuwe superdure en
    economisch onverantwoorde stallen niet meer zien) Prettige kerstdagen

Of registreer je om te kunnen reageren.