Rundveehouderij

Foto & video 4602 x bekeken 1 reactie

Nieuwe stal is nadenken en kiezen

Maatschap Jos en Annemarie Verstraten bouwden een doordachte nieuwe ligboxenstal met 150 plaatsen. Doel was om een duurzaamheidsslag te maken.

Foto

  • Jos en Annemieke Verstraten bouwden in Westerbeek (N.-Br.) een doordachte nieuwe ligboxenstal met 155 plaatsen. Doel was om een duurzaamheidsslag te maken. De stal is voorzien van een dichte rubbervloer met mestschuiven en is nauwelijks onderkelderd. Toch is de stal officieel niet als emissiearm gebouwd. Dat is ook niet nodig, want Verstraten combineert zijn duobox melkrobot met weidegang op de 22 hectare huiskavel.
    Tekst & foto's: Matthijs Verhagen

  • De stal is ongeveer een jaar in gebruik en er staan nu een kleine 100 koeien in. Pas onlangs hield het bedrijf een open dag. Door na een jaar een open dag te houden met vee in de stal stel je als veehouder echt kwetsbaar op besefte Verstraten, maar het geeft wel een reëel beeld van de situatie.

  • De bouwtekening van de 4+0-stal met daarin (van links naar rechts): de afstortput van de drie mestschuiven (links), de dwarsoversteek (midden), de wachtruimte (roostervloer) met rechts daarnaast de robot met twee boxen, het tanklokaal, machinekamer en kantoor. Daaromheen het zandhok dat in combinatie met de elf ligboxen dienst doet als separatieruimte. De voergang bevindt zich binnen de stal, aan de onderzijde.

  • Een kijkje in de stal met daarin de drie selectiepoorten op rij voor het gestuurde koeverkeer. De eerste poort bepaalt of de koeien wel of niet naar de robot gaan. De tweede is een driesplitsing tussen zandhok, laagproductief en separatie/hoogproductief. De derde en laatste poort bepaalt of de koeien in separatie gaan, of kunnen vreten van het hoogproductieve rantsoen. De hoogproductieve koeien kunnen daarna door naar het gedeelte waar ook de laagproductieve koeien staan en kunnen ook daar vreten. Niet andersom.

  • De robot werd al gekocht ruim voordat de stal gebouwd werd. Dat was in 2008 nog een Titan-melkrobot. Later was die niet meer leverbaar en werd de order omgezet in een MIone-robot. Het was de vierde robot in Nederland die commercieel geplaatst werd. Verstraten had geen haast met de bouw van de stal. Pas na de bouwhausse in 2008 is gestart met de bouw.

  • In het begin waren er nog veel softwareproblemen met de robot. Vooral het herkennen van de spenen en het aansluiten ging moeizaam. De Westfalia MIone werkt niet met een laser, maar met een TOF-camera. Deze visualiseert zowel speen als beker door middel van lichtstralen. De problemen werden vooral met software-updates opgelost. De begeleiding door de leverancier is goed.

  • De robotarm bedient nu twee boxen en er is ruimte voor een derde. Eventueel kan het kantoor wijken voor een vierde box, maar dat is voorlopig niet aan de orde. Een voordeel van dit type robot vindt Verstraten onder andere dat hij vaarzen en biestkoeien makkelijk handmatig aan kan sluiten.

  • Robotmelken vergt een grote mate van zelfdiscipline volgens Verstraten. Tijdens normaal melken zie je alle koeien en merk je vrijwel intuïtief als er iets niet goed is. Nu werk je meer met de parameters van de robot. Het is de kunst om deze zo in te stellen dat je goede attentielijsten krijgt.

  • Verstraten vindt het een kromme vergelijking als er gekeken wordt hoeveel tijd een robot bespaart. Bij nieuwbouwplannen wordt de oude melkstal vaak vergeleken met een nieuwe robot, maar hij vindt dat een oneerlijke vergelijking. Voor het investeringsbedrag van een robot zou je ook een grote carrousel kunnen nemen. Als je dan vergelijkt hoeveel tijd je bespaart met een robot, dan is dat minimaal. Verstraten: "We hebben de robot dan ook niet zozeer gekozen om tijd te besparen, maar om veel flexibeler te zijn."

  • De boxafscheiding is eigenlijk bedoeld voor gebruik in combinatie met diepstrooisel. Tijdens de bouw was het een bewuste keuze om deze toch in combinatie met de waterbedden te installeren. Achteraf gezien is dit volgens de veehouder nog wel een verbeterpunt binnen de stal. Soms liggen de koeien er schuin in, waardoor ze de waterbedden te veel bevuilen. Daarom wordt er nu in de separatieruimte getest met andere boxen.

  • Zand in de boxen in plaats van een duurder waterbed heeft volgens de veehouder veel voordelen. Met de dichte vloeren was het ook een mogelijke optie geweest. Maar de investering en jaarkosten om het zand in de boxen te brengen en vervolgens de mest zonder zand in de opslag te krijgen weerhield de veehouder ervan. Per saldo heb je dan met waterbedden toch lagere jaarkosten.

  • De waterbedden kennen weinig meerkosten. Zaagsel gebruikt de veehouder niet. Drie emmers Powercal per dag is het enige wat er in de boxen gaat. In vergelijking met diepstrooiselboxen zijn de koeien wel minder schoon. "Maar er loopt hier geen enkele koe met een dikke of kale hak."

  • Het robotmelken wordt gecombineerd met weidegang. "Dat is nog een hele kunst," vindt Jos. Als het warmer is dan 25 graden willen de koeien niet meer echt naar buiten. Of ze gaan wel naar buiten, maar grazen nauwelijks. Hetzelfde verhaal in de herfst. Dan willen ze nog wel naar buiten, maar is het gras niet smakelijk genoeg meer, waardoor ze veel minder vreten. Binnen is altijd voldoende winterrantsoen beschikbaar.

  • Als de koeien 's morgens naar buiten mogen, dan gaan ze vlot de wei in. Frappant is dat vooral jonge dieren al weer vlot binnen staan en dan de rest van de dag nauwelijks meer buiten komen. Alle koeien hebben hierin een vrije keuze via de selectiepoort. Alleen de koeien die nog gemolken moeten worden kunnen pas de stal verlaten na een bezoek aan de melkrobot. "De selectiepoort voor de weidegang had eventueel achterwege kunnen blijven", denkt Verstraten. " Bij voldoende uren weidegang zijn de koeien volgens hem goed in staat om zelfstandig op tijd de robot te bezoeken, als er binnen goed gevoerd wordt."

  • Mest pompen is een tweewekelijkse klus geworden. De veehouder overweegt op termijn de aanschaf van een elektrische pomp. Maar voorlopig gaat het nog prima zo. De mest gaat naar een mestsilo die al op het bedrijf aanwezig was.

  • De open nok van de stal bevindt zich precies boven de middelste gang met mestschuif. Binnenvallend water is dus geen probleem.

  • De stal heeft een geïsoleerd dak, ook in het kader van de Maatlat. Wie goed kijkt ziet dat alleen de staanders verzinkt zijn. De spanten zijn grijs gespoten. Dit voorkomt onnodige bouwkosten.

  • Het zeil in de zijgevel is 2 procent open. Hierdoor vangt het relatief minder wind. Ook komt er wat licht door. In de avond is het andersom. De zeilen geven dan in combinatie met de gele natriumlampen een soort kaseffect aan de stal.

  • Ook over de drinkbakken is nagedacht. Deze zijn naar eigen idee relatief klein en uitgevoerd met grote doorstroomvlotters uit sneldrinkers. "Een koe drinkt graag uit een open bak en zo heb je toch weinig vervuiling en dus altijd fris water". Het water uit de voorkoeler wordt in het drinkwatersysteem opgenomen. Bij de strenge vorst afgelopen winter bleek daardoor de aangeschafte verwarming op het rondpompsysteem overbodig.

  • Een compoststal naar Amerikaans voorbeeld is ook nog even in gedachten geweest. "Bij nader inzien leek het ons financieel toch moeilijk haalbaar. Als je bedenkt dat het in Amerika al de kostprijs verhoogt, zelfs met het goedkope zaagsel daar. Bovendien is het daar met een vrij droog landklimaat al lastig om de bodem voldoende droog te houden." Dat neemt niet weg dat als de huidige initiatieven in Nederland tot een succesvol concept leiden het in zijn ogen dé stal van de toekomst is.

  • Uit het zandhok van 100 vierkante meter worden tweemaal daags de mestflatten verwijderd. Samen met 11 ligboxen en een voerhek waar de koeien vastgezet kunnen worden, dient dit hok als separatieruimte. Het overige deel van de stal heeft geen voerhek, enkel twee buizen. Het zandhok wordt bewust niet als afkalfstal gebruikt, dan wordt het veel te vochtig .

  • De veestapel is verdeeld in drie groepen: de hoog- en laagproductieve koeien en de separatiekoeien. De eerste twee groepen kunnen vrij rondlopen in de stal. Alleen de laagproductieve koeien kunnen door middel van een eenrichtingshek niet bij het hoogproductieve rantsoen komen.

  • De laagproductieve koeien krijgen al het krachtvoer in de robot. Er zijn geen krachtvoerboxen in de stal.



  • De hele stal is voorzien van natuurrubber op de roosters en dichte vloeren. Dat heeft zowel voor- als nadelen. Sommige vaarzen zijn wat bang om in de boxen te komen. Dit komt deels door de waterbedden, omdat ze vaste grond missen bij het betreden ervan. Dan gaan ze op de comfortabele rubberen gang liggen. Het aantal damslapers is hierdoor hoger dan vooraf ingecalculeerd. Ook de klauwbekapper moet vaker langskomen, omdat de klauwen minder hard slijten op de rubbervloer.

  • Aan de andere kant lijkt het een gunstig effect te hebben op de vruchtbaarheid van de koeien. De tussenkalftijd ligt voor het eerst sinds jaren weer onder de 400 dagen.


  • Als tip voor boeren met bouwplannen wil Verstraten nog meegeven om wat marge in de maatvoeringen in te bouwen, om ruim te voldoen aan de Maatlat Duurzame Veehouderij. "De tussenruimte tussen de ligboxen moet bijvoorbeeld 3,00 meter zijn. Bij ons was dat op plaatsen 2,97 meter, door een iets verbogen bekisting. De afwijking mag slechts 0,5 centimeter zijn. Er moest dus gezaagd worden om te voldoen aan de Maatlat."

Eén reactie

  • aakuper

    Mooie stal, en een eerlijk verhaal!

Of registreer je om te kunnen reageren.