Rundveehouderij

Foto & video 2470 x bekeken 4 reacties

Nieuwe roséstal loopt vooruit op regels

Bennie Ottink bouwde in Beltrum (Gld.) een nieuwe rosékalverstal. Met het Kempfarm-systeem en rubberroosters speelt hij in op komende regelgeving.

Foto

  • Bennie Ottink (57) kocht anderhalf jaar geleden een oud varkensbedrijf en startte op die locatie een rosékalverhouderij met 900 kalveren. De 300 startkalveren staan in een omgebouwde varkensstal, de overige 600 kalveren staan in een nieuwbouwstal. De stal is uitgevoerd met een emissie-arm systeem in de proeffase. De roosters zijn vooruitlopend op regelgeving voorzien van een rubber toplaag. Voor het arbeidsgemak is gekozen voor een voerrobot.



    Foto’s: Hans Prinsen, tekst: Anne-Marie van der Linde

  • De nieuwe stal is op de plaats gekomen van gesloopte varkensstallen. De stal meet 75 bij 20 meter. Ottink hoefde niet emissie-arm te bouwen, maar wilde niet het risico lopen om op den duur alsnog zijn stal te moeten aanpassen. De kosten wil de kalverhouder niet kwijt. De stal is een stuk duurder dan normaal door de ontwikkelingskosten voor de nieuwe systemen. Een subsidie voor innovatie maakt hier veel van goed.

  • Ottink wilde de stal graag uitvoeren met natuurlijke ventilatie. Een klimaatcomputer stuurt de luchtinlaat in de zijgevels.

  • In de stal valt direct het prettige klimaat op. De bekende kalverlucht ontbreekt. Volgens Ottink een prettige bijkomstigheid bij het emissiearme systeem waar de stal mee uit gevoerd is. Ottink is proefbedrijf voor het uit de pluimveehouderij afkomstige Kempfarm-systeem. De kalverhouder wilde niet aan een luchtwasser, omdat deze het stalklimaat niet verbetert en erg veel energie verbruikt. Met het Kempfarm-systeem schat Ottink de jaarlijkse energiekosten op €500, voor een luchtwasser is dat al snel €7.000 tot €8.000.

  • Het Kempfarm-systeem is een mestband die over de hele diepte van de hokken onder de roosters draait. Elke drie uur draaien de banden hun rondje en verdwijnen mest en gier in een afgesloten kelder achter in de stal. Door elke drie uur af te draaien verwacht Ottink een sterke ammoniakreductie: “Ammoniak vormt zich tussen de 2 en 4 uur na urineren. Wij halen de urine weg voordat de ammoniakproductie op zijn hoogst is.” Er moet nog worden gemeten, maar de ammoniakreductie wordt op ruim 70 procent ingeschat.

  • De dunne mestbanden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de levensmiddelenindustrie en zeer duurzaam. Normaal draait zo’n band 8 jaar lang 24 uur per dag zonder mankementen in een aardappelfabriek. Ottink verwacht bij zijn beperkt aantal draaiuren maar weinig problemen. Doet er zich toch een storing voor, dan zijn de banden via luiken bereikbaar.

  • Voor optimale ventilatie is ook de open nok regelbaar.

  • Ook met de vloer loopt Ottink vooruit op toekomstige regels. Een paar jaar geleden wilde oud-minister Verburg op korte termijn rubber op de roosters. Dit is nu volop in onderzoek. Ottink wilde daar niet op wachten en ontwikkelde samen met stalinrichter Van Beek zelf een betonnen roosterbalk met een rubber toplaag. De veel gehoorde klacht dat kalveren nat worden op rubber gaat hier niet op. Zowel roosters als kalveren zijn mooi schoon en droog.

  • De rubberlaag is indrukbaar, wat zorgt voor ligcomfort. Verder is de vloer stug, wat uitglijders voorkomt. De kalveren lopen er in ieder geval net zo gemakkelijk op als op beton of hout.

  • De stal heeft twee voergangen. Doordat de stal is uitgevoerd met een voerrobot blijft de totale breedte beperkt tot 20 meter. Het voordeel van de robot naast tijdsbesparing is dat Ottink nu in groepen kan voeren. De stal is ingedeeld in vier groepen op leeftijd.

  • De robot draait vier keer per dag voer voor. De kleinere hoeveelheden zorgen ervoor dat het voer voor de kalveren vers en smakelijk blijft. Dat verhoogt de voeropname. Ottink kan per twee hokken doseren en daardoor meer op behoefte voeren. Eén maal per dag moet de voergang leeg zijn. De kalveren krijgen ’s avonds om 8 uur voor het laatst voer, dit moet de volgende ochtend om 6 uur op zijn.

  • De voerrobot is voorzien van drie opslagbunkers met daarin snijmais, CCM en een structuurproduct als stro of luzerne. De bunkers worden twee keer per week gevuld. Verder staan naast de stal nog vier krachtvoersilo’s. Een daarvan bevat een eiwitbron, de inhoud van de andere drie wisselt.

  • In een omgebouwde varkensschuur staan de opfokkalveren. De 300 kalveren zijn verdeeld in groepen en liggen op stro. Dit was de gemakkelijkste manier om de varkensstal om te bouwen.

  • De startkalveren krijgen hun melk verstrekt met drinkautomaten. Dit bespaart arbeid en het valt de kalverhouder mee hoe snel de kalveren eraan wennen. De eerste dag moeten ze geholpen worden, daarna heeft nog maar een enkeling moeite met het vinden van de drinkplek.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    woutjan

    een prachtige stal echt mooi om te zien ik werk zelf ook bij een rosemester . en ik vindt het ook leuk dat de boerderij steeds meer aandacht geeft aan deze tak van kalveren houden

  • no-profile-image

    eric

    jammer dat we steeds intensiever gaan fokken. De boer hoeft alleen nog maar zijn bankrekening en de lopende band in de gaten te houden. De dieren hebben ook hier nog steeds geen leven. Niet naar buiten, te vroeg van de moeder af. daar hebben de boeren het niet over. mens en dier ten dienste van de economie, wanneer stopt het???

  • no-profile-image

    wim

    mooie stal en ondernemerverhaal

  • kip

    ik weet niet wat jij hier zoekt eric ??maar, zag je hoe mooi die kalveren er bij lagen?

Of registreer je om te kunnen reageren.