Rundveehouderij

Foto & video 3327 x bekeken 5 reacties

Voeding onder de loep voor meer melk

Sjaak Brouwer heeft het gevoel dat zijn koeien meer melk kunnen geven. Om dit te realiseren heeft hij een voedingsdeskundige ingeschakeld. Samen kijken ze kritisch naar het rantsoen en de koeien.

Foto

  • Sjaak Brouwer (39) verhuisde vier jaar geleden van Niekerk, in het westen van Groningen, naar het Duitse Bunde, net over de grens bij Nieuweschans. Hij houdt daar in maatschap met zijn vriendin Deja Westebring (38) 80 melkkoeien en 50 stuks jongvee. De productie ligt op 8.400 kilo melk met 4,40 procent vet en 3,55 procent eiwit. Het melkquotum bedraagt 650.000 kilo. Bij het bedrijf hoort 45 hectare land waar hij gras en mais teelt.



    Foto's: Dennis Beek, tekst: Jacco Keuper

  • Brouwer begon een paar jaar geleden zijn eigen bedrijf. De productie blijft echter met 8.400 kilo per koe duidelijk achter bij wat hij vroeger molk op het bedrijf dat hij samen met zijn broer runde. Hij schakelt daarom voeradviseur Henry van Ittersum in om de melkproductie op te krikken. En er is werk aan de winkel, want de melkveehouder streeft naar een productie van 9.500 kilo.

  • Het probleem zit niet zo zeer in de uiers of in de capaciteit van de koeien. De gezondheid, en dan vooral het beenwerk, kan beter. De grupstalkoeien hebben moeite om zich aan te passen aan de mooie, moderne ligboxenstal die Brouwer voor ze liet bouwen. Veel dieren vallen uit door beenproblemen, waardoor de veehouder niet op melkproductie kan selecteren.

  • Dit is het tweede bedrijfsbezoek van Van Ittersum bij Brouwer. Net als de vorige keer worden verschillende aandachtspunten op het bedrijf bekeken.

  • De analyse begint tussen de koeien. Rustig en goed om zich heen kijkend loopt het duo door de stal. Ze nemen het beenwerk en beengebruik van de dieren goed in zich op en overleggen ondertussen hardop over wat ze waarnemen.

  • Ook op de pensvulling en de conditie van de dieren wordt gelet tijdens de rondgang. Vooral die laatste varieert nogal. Daarbij probeert het duo de oud- en nieuwmelkte dieren te splitsen bij de beoordeling, om eerlijke conclusies te trekken.

  • Het zoeken van oplossingen gaat verder aan achterkant van de koe. Door de mest te beoordelen kan Van Ittersum achterhalen hoe goed de koeien het rantsoen hebben benut. Daarom schept hij een mestmonster van de roosters.

  • Mest draagt namelijk een schat aan informatie bij zich. De eerste beoordeling gebeurt op het oog.

  • De verzamelde mest gaat bovenop een toren van drie zeven, die naar beneden toe steeds kleinere openingen hebben. Vervolgens zet de voeradviseur de waterstraal erop. Hij spoelt alle oplosbare, verteerde organische delen eruit.

  • Wat achterblijft op de zeven is datgene waar de koe niets mee kan. Van Ittersum is duidelijk niet bang voor vieze handen. Hij schept, roert en wrijft. “Van het originele product mag je in de mest eigenlijk niets terugvinden", zegt de adviseur terwijl hij wat van de grofste zeef pakt. Daarop zijn duidelijk grasstengels en -blad achtergebleven. Op de fijnmaziger zeven vindt hij tarwekorrels en witte spikkels van maismeel. ,,Dat is zonde. Zo gaat zetmeel gewoon de kelder in."

  • Deze handeling doet Van Ittersum twee keer. Hij beoordeelt ook een monster met dunnere mest. ,,Dan zijn de extremen bekend en weet je ook wat ertussen zit." Bij dit monster treft hij geen grasresten, maar wel tarwe en maismeel aan.

  • Daarna verschuift de aandacht naar wat de koe in gaat. Van Ittersum doet een analyse van voer dat voor het voerhek ligt. Dat is al bijna een dag oud, dus hebben de koeien er al flink in geselecteerd. Om van het origineel verstrekte rantsoen ook nog wat te kunnen zeggen, heeft Brouwer dag ervoor wat van het mengsel uit de voermengwagen in een speciekuip opgevangen.

  • Het rantsoen wordt in verschillende onderdelen ontrafeld met schudbox. Dit zijn vier in elkaar geschoven plastic bakken met gaten van verschillende grootte erin. In de bovenste bak blijft alles achter dat langer is dan 2 centimeter (graskuil, graszaadhooi, koolzaadstro). In de tweede bak de fractie van 0,8 tot 1,9 centimeter (snijmais en blad uit graskuil). De derde bak bevat alles tussen 1 en 8 millimeter (heel fijn blad en krachtvoer). De onderste bak bevat alles kleiner dan 1 millimeter (tarwe, soja/raap en maismeel).

  • De fracties van zowel het origineel verstrekte rantsoen als het uitgeplozen rantsoen worden secuur naast elkaar gelegd en met elkaar vergeleken. Daarbij let Van Ittersum op de hoeveelheid van de fracties (wat hebben de koeien vooral opgenomen en wat laten liggen) en naar de hoedanigheid van de fracties. Dat laatste is van belang om bijvoorbeeld te kunnen beoordelen of er een drijflaag van gevormd kan worden in de pens.

  • Er hangt een heerlijke, zoete geur in de stal. In het kantoortje staat namelijk een droogstoof te pruttelen. Om te weten of de koeien voldoende droge stof uit het rantsoen opnemen, en in de juiste verhouding, is het ook van belang om te weten hoeveel droge stof dat rantsoen bevat. De adviseur zet een rantsoenmonster op de stoof, om een half uur later het gewichtsverlies te bepalen Zo kan hij dit vergelijken met het berekende rantsoen en verwerkt tot de werkelijke voerefficiëntie. ,,Hierdoor wordt niet meer gewerkt met aannames maar met feiten.”

  • Brouwer voerde geplet graan in het rantsoen. Bij het vorige bezoek bleken de koeien daar veel korrels van uit te selecteren, door met het voer te schudden en het graan vervolgens op te likken. Daarom is hij overgeschakeld op grof gemalen tarwe. Daar wordt in dit bezoek even naar gekeken.

  • Het meeste blijft achter in de tweede zeef. ,,Op zich is dat goed, alleen zitten er ook hele korrels in." De schudzeef wijst uit dat de grotere graankorrels bij het malen goed geraakt zijn. De kleinere echter niet. Daar kan de koe niets mee, ze zwellen hooguit in het spijsverteringskanaal. Vandaar dat ze groter lijken in de uitgespoelde mestmonsters.

  • Tot slot wordt ook het ruwvoer optisch beoordeeld. Brouwer voert goede kuil, met voldoende stengel erin. De mais is fijn gehakseld en de korrel goed geraakt door de korrelkneuzer. Van Ittersum: ,,Er moet geen hoekje af zijn. Ik vind dat een korrel vier keer door moet zijn. Dan wordt die pas goed opgenomen."

  • Brouwer doet mee aan een haalbaarheidsproef die Van Ittersum uitvoert naar de bruikbaarheid van gecoat ureum. Gewoon ureum komt binnen een kwartier na opname vrij. Nitroshure, zoals het door een vetlaagje omsloten ureum heet, komt na de voeropname aan het voerhek gelijkmatig (lees trager) vrij in de pens. Het komt hierdoor geleidelijk vrij over een traject van vier tot vijf uur na de opname, gelijktijdig met energiecomponenten en de herkauwactiviteiten van het rantsoen.

  • Het omsloten product (links) is duidelijk minder hygroscopisch dan het originele product (rechts). Brouwer gebruikt het vier weken en kan dus de resultaten van de proef nog niet uitdrukken in cijfers. Wel heeft hij de indruk dat de koeien meer melk geven en de mest beter verteerd is. ,,Ik ben er wel tevreden over. Je voert er 50 tot 70 gram per koe van. Het is een goedkope manier om meer eiwit in het rantsoen te krijgen."

  • De in de stal opgedane kennis wordt aan de keukentafel ingevoerd in de laptop. Samen proberen ze conclusies te trekken. Brouwer heeft na het vorige bedrijfsbezoek zijn bedrijfsvoering op verschillende punten aangepast. Zo is de schoftboom naar voren geplaatst, het rantsoen structuurrijker en de tarwe gemalen in plaats van geplet. De veehouder heeft dan ook de indruk dat de koeien nu meer liggen en beter herkauwen dan bij het vorige bezoek van zijn voeradviseur.

  • Van Ittersum beaamt dat de pensvulling en de conditie serieus beter zijn geworden. Ook zit er meer kleur, meer glans op de dieren. Het lopen gaat gemiddeld wat beter, al hebben de echte probleemgevallen geen vooruitgang geboekt. Tachtig procent van de mest is te dik, maar heeft geen slijmlaagje (dat zou duiden op pensverzuring) en de gevoerde tarwe is nog te grof. Van Ittersum concludeert dat het met de energievoorziening goed zit. ,,Maar je wilt niet dat de koeien groeien in de rug, dus moet er meer eiwit in." Een uitdaging voor de veehouder, die net daarvoor te kennen heeft gegeven dat zijn voornaamste eiwitbron, de graskuil, al vlot op begint te raken. Wellicht dat daarom ook maisgluten in het rantsoen worden opgenomen. Daarmee is Brouwer op de goede weg, maar hij zal de puntjes nog meer op de i moeten zetten om uiteindelijk zijn doel te bereiken.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Jeroen

    Zoveel graan, gebruikt men ook buffers in het voer,zodat de pens het ook aan kan?

  • no-profile-image

    Henry van Ittersum Euro Koe IDEE

    Hallo Jeroen, denk niet direct aan buffers of andere aankopen maar laat de koeien herkauwen en controleer of het ook echt gebeurd (in rust moet 70-80% liggen en herkauwen!!!!!!!!!!!!!!!). In dit voorbeeld met sneller verteerbaar (gemalen i.pv. geplet) graan minder selectie, dus beter pensvulling en meer herkauw activiteit. Is zo 50 liter speeksel meer en dus 1 kg Natriumbicartbonaat, kun je geen buffers tegen voeren.
    Doe er je voordeel mee.
    Gr. Henry (Euro Koe IDEE)

  • no-profile-image

    Petro Pelgrum

    Advies, gooi de tarwe eruit en behandel tarwe met soda ,hierdoor komt het zetmeel later en langzamer vrij zodat de pens veel minder wordt belast, dit werkt perfekt. Trouwens sodabehandelen van graan kun je zelf doen met de voermengwagen, en is zelfs nog goedkoper dan geplette of gemalen graan. Graan pletten kost toch gauw 1,30 euro per 100 kg ,en sodabehandelen kost de helft.Natriumbikarbonaat is in een goed inelkaargezette rantsoen niet nodig. Zonde van het geld. De beste ds % in het totaal rantsoen is 39-40%. Is de ds te hoog dan gaan de koeien selecteren, dus zou je water toe kunnen voegen in de mengwagen.

  • no-profile-image

    C. Koch

    zie wat objectief voederadvies kan doen. Albert Heijn zelf vult toch ook niet UW karretje? Voeradviseurs doen dat vaak wel.

  • no-profile-image

    Jeroen

    Petro ben ik niet met je eens rond de 54 % ds. Water kunnen koeien zelf wel halen.
    Neem een goede nutrien in dienst, die onafhankelijk is van de voerjongens!
    Met bijproducten kan men simpel super produktie halen,die economisch goed zijn!
    Henry ben het met je eens, maar een goed mineraal, laten we daar ook eens mee beginnen. Lees de gemiddelde zakken maar eens na en er zit 35% zout in en dan nog berg calcium en misschien tussen de 2 en 8.5 % mineralen, die ook weer opgedeelt zijn.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.