Rundveehouderij

Foto & video 555 x bekeken

Intensief duurzamer dan biologisch

Intensieve bedrijven stoten minder CO2 uit en zijn daardoor duurzamer dan biologische bedrijven. Dat stelde én onderbouwde WUR-bestuursvoorzitter dr. Aalt Dijkhuizen tijdens het tweede congres van Melkvee100plus. 'Om de gevolgen van de geliberaliseerde zuivelmarkt het hoofd te bieden is schaalgrootte en een verdere intensivering, tot soms zelfs grondloos boeren, voor de meeste melkveehouders de beste weg'.

Foto

  • Het Abe Lenstra-stadion in Heerenveen (Fr.) vormde donderdag 2 april 2009 het prachtige decor voor het tweede congres van Melkvee100plus.

  • De opkomst was met ruim 200 mensen prima. De zaal met uitzicht op het voetbalveld van FC Heerenveen zat dan ook bomvol. En dat de melkveehouderij echt niet alleen een mannenaangelegenheid is, bewijst deze foto.

  • Dr. Aalt Dijkhuizen, voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen UR, hield een glashelder verhaal, waarbij hij benadrukte dat het gros van de melkveehouders volgens hem moet kiezen voor schaalvergroting. Waarbij hij grondloos boeren als steeds interessanter wordende optie voorschotelde. Hij was trouwens zeer positief over het perspectief van zuivel: ,,Er is bijna geen product te noemen dat zo’n fantastische toekomst heeft.” Bekijk zijn hele presentatie. hier link naar powerpoint Dijkhuizen.

  • Siem Jan Schenk, LTO-voorzitter Rundveehouderij, noemde de noodzaak van een andere relatie van de melkveehouder met zijn fabriek. Hij vroeg zich hardop af of het niet tijd wordt de vaste zomerheffingen en wintertoeslagen af te schaffen, omdat die de fluctuatie van de melkprijs alleen maar vergroten. Ook moet worden nagedacht over verschillende melkprijssystematieken. ,,Dat kan via een vast basisbedrag aangepast aan de behoefte van leden of een vast bedrag voor een heel jaar.” Leden moeten vooraf ook meer duidelijkheid eisen over de te verwachten resultaten, meent Schenk. Bekijk zijn hele presentatie. hier link naar powerpoint Schenk.

  • Aan het eind van zowel de inleiding van Dijkhuizen als van Schenk volgde een stelling. Via een simpel sms’je kon daarop worden gestemd, waarbij de uitslag meteen in beeld werd gebracht. De uitslag die volgde op de stelling van Siem Jan Schenk: ‘de boeren én de zuivelindustrie zijn onvoldoende voorbereid op de liberale zuivelmarkt’, was verassend. Maar liefst 82 procent van de ruim 200 aanwezige mensen was het daarmee eens. Bekijk hier de uitkomst van alle stellingen.

  • Tijdens de paneldiscussie bekritiseerde Aalt Dijkhuizen de huidige structuur van de zuivelcoöperaties. Hij vindt dat boeren zich harder moeten opstellen richting hun afnemer en duidelijke doelstellingen moeten geven aan de directies, vooral over de melkprijs. Leden moeten minder of zelfs niet mee regeren via de verschillende bestuurslagen. ,,Je laat het publiek in een voetbalstadion toch ook niet meebeslissen over de opstelling van het elftal”, zei hij met een blik op het veld van FC Heerenveen.

  • Voormalig LTO-bestuurder en prominent melkveehouder Jan van Weperen vond de kritiek van Dijkhuizen op de zuivelcoöperaties onterecht. Hij wees er fijntjes op dat de coöperatieve structuur juist nu door menigeen wordt bejubeld vanwege het stabiele karakter ervan. Particuliere bedrijven en banken hebben voor de kredietcrisis gezorgd. Hoge pieken als het goed gaat, maar diepe dalen als het tegenzit. Dat wil je als melkveehouder niet.

  • Uit een totaal van tien workshops, verzorgd door de partners van Melkvee100plus, konden de bezoekers er twee bijwonen. Hier Ron Basten van Lely. Hij ging in op de vraag waar de melkrobot in een bestaande stal moet komen te staan, zodat én het koeverkeer én de arbeidslogistiek goed op elkaar zijn afgestemd.

  • Cees Oomen van Cehave Landbouwbelang putte inspiratie uit Brabantse voetballers die ooit voor FC Heerenveen hebben gevoetbald. Met de bal onder de arm legde hij vervolgens het Rekenmodel Voermanagement uit, waarmee grote melkveebedrijven de voor hen beste voerstrategie kunnen doorrekenen.

Rochus Kingmans

Of registreer je om te kunnen reageren.