Rundveehouderij

Foto & video 1692 x bekeken

Staldak opkrikken

Maatschap Stoltenborg heeft de ligboxenstal verlengd. Om te voorkomen dat de koeien zich in het nieuwe gedeelte verdringen om de plaatsen, nemen de maten een drastische maatregel: het staldak wordt opgekrikt.

Foto

  • Henrico Stoltenborg (36) heeft in maatschap met zijn vader Jan (66) en moeder Trees (66) een melkveebedrijf in Zieuwent (Gld.). De maatschap melkt met 75 koeien een melkquotum van 631.000 kilo quotum vol. De productie ligt op 9.400 kilo melk met 3,55 % eiwit en 4,60 % vet. De ondernemers willen groeien naar een omvang van 90 tot 95 koeien en 800.000 kilo quotum. Vanwege geplande bedrijfsuitbreiding hebben ze al geld gereserveerd om quotum bij te kopen. Ze bewerken 47 ha land, waarvan 25 ha eigendom.



    Foto's: Hans Prinsen, tekst: Jacco Keuper

  • De ligboxenstal zit vol melkkoeien. Er staan er zelfs tien in de jongveestal. Die worden bij iedere melkbeurt overgedreven naar de ligboxenstal. Het bedrijf dat Stoltenborg in 1995 kocht is duidelijk uit zijn jasje gegroeid. Met de groeiplannen in het achterhoofd hebben de ondernemers besloten de stal te verlengen.

  • Daarbij was de mestsilo die achter de stal stond een obstakel. Kwalitatief is de houten silo nog prima, daarom heeft Stoltenborg deze verplaatst. Dat ging simpelweg door de wand onderop door te zagen en op de nieuwe locatie weer in een betonnen vloer te storten. Daardoor is de opslagcapaciteit iets afgenomen, van 630 naar 600 kuub.

  • De uit 1972 stammende ligboxenstal is in 1992 verbreed. Maar de hoogte is duidelijk minder dan bij moderne stallen. Het hoogteverschil tussen oud en nieuw is duidelijk te zien.

  • Om te voorkomen dat koeien zich straks verdringen in het nieuwe gedeelte voor de beste slaap- of vreetplekken, wil Stoltenborg het stalklimaat in het oude en nieuwe gedeelte gelijk hebben. Daarom laat hij het dak van het oude gedeelte 80 centimeter opkrikken.

  • Het liften van het dak is een specialistische klus die veel voorbereiding vergt. Om te voorkomen dat de constructie in elkaar zakt of door de wind wordt meegenomen, worden talloze kettingen en spanbanden aangebracht.

  • Terwijl kettingen en kabels al door de hele stal hangen, wordt de voergang zo lang mogelijk vrij gehouden. Kort voor het liften draait Stoltenborg een dubbele hoeveelheid voor het voerhek. Zo kunnen de koeien nog even vooruit, terwijl de laatste voorbereidingen worden getroffen.

  • Maar dan gaan de banden ook over de voergang.

  • Op de voergang zijn gaten in de beton geboord om de kettingen te verankeren. De bedrijfsvoering gaat ondertussen gewoon door, daarom zijn de gaten nu onder het voer verstopt. Stoltenborg helpt de medewerkers van dakliftbedrijf T.C. van den Dool door de ankerpunten op te zoeken.

  • De voorbereidingen gaan echter verder dan alleen de constructie stabiliseren. Zo zou het liften een grote fontein geven als de waterleidingen, die onder de kap van bak naar bak lopen, niet zouden zijn verlengd. Ook in de stroomkabels hangen dergelijke lussen.

  • Al voor het opkrikken van het dak zijn nieuwe krachtvoerstations met bijbehorende silo en vijzels geplaatst. De kettingen waarmee deze aan de gordingbalken hangen, zijn bewust al een meter langer gelaten. Henrico Stoltenborg stut de vijzels met houten latten, waarna de kettingen losgemaakt kunnen worden.

  • Op het eerste gezicht oogt deze verzameling steigerplanken wat rommelig, maar ze heeft wel degelijk een functie. De voorste gordingbalken steunen op de muur. Aangezien de muur niet met het dak mee stijgt, moet er een oplossing verzonnen worden om de gordingen in het eerste spantvak ook mee de lucht in te krijgen. Ze zijn daarom met een houten regel met elkaar verbonden en geschoord met de steigerplanken.

  • De nieuwe spantpoten liggen al klaar naast de stal. Ze zijn net iets breder en het dak krijgt een overstek dat inregenen voorkomt.

  • Voor het opkrikken start, gaan de koeien naar buiten.

  • Het krikken gebeurt met lange stalen kolommen die onder de spanten worden geplaatst. Hier, bij de voormalige achterwand, worden ze onder de gordingen geplaatst.

  • Het heffen gebeurt met luchtdruk. Een grote compressor naar de stal vult de bolle hefcilinders met lucht. Daardoor schuift een klepel onder de cilinder uit. Als de druk weer wordt afgelaten, trekt de klepel weer in. Zo 'loopt' de hefcilinder langs de stalen binnenhuls van de kolom omhoog en drukt hij de buitenhuls op.

  • De steunen en cilinders zijn in rijen opgesteld. Ze worden met slangen aan elkaar verbonden.

  • Als alle hefkolommen staan, kan het losslijpen van de spantpoten beginnen. De poten in de stal worden boven het voerhek doorgeslepen.

  • Bij de buitenwand volstaat het wegslijpen van de bout waarmee de spant op de fundering is verankerd.

  • Als alle verbindingstukken van de grond los zijn, kan het heffen beginnen. Dit gebeurt heel gecontroleerd en geleidelijk. Het zenuwcentrum ligt achter de stal. Van daaruit bedient een medewerker van Van den Dool de hefcilinders.

  • Door met de voeten kogelkranen om te zetten, komt er druk op de verschillende compartimenten. Rij voor rij klikken de krikken het gebouw een paar centimeter op. Als collega's binnen constateren dat alle krikken hun werk goed hebben gedaan, zet de hefmeester de kraan naar het volgende compartiment open.

  • Van een afstandje ziet het er zo uit. Bij de gevel is goed te zien dat het dak los komt van de ondergrond en langzaam naar het gewenste niveau stijgt.

  • Een vreemd gezicht: zwevende spantpoten. Toch is het geen riskante operatie. Het is gebouw heeft zoveel massa dat het niet bij het eerste zuchtje wind van de plek waait. Alleen bij harde wind, boven windkracht 5, wordt de operatie uitgesteld.

  • Bij de zijgevel waar de nieuwe, bredere spantpoten worden geplaatst, zijn de schroeven tussen de spantliggers en de spantpoten verwijderd.

  • De hefhoogte wordt ondertussen nauwlettend in de gaten gehouden. Binnen een uur is de gewenste hoogte bereikt en kan de montage beginnen.

  • Het gat wordt opgevuld met een stalen I-profiel met dezelfde maat als die van de spantpoot. Als het passtuk er niet tussen past, wordt de laatste centimeter met een hevel op handkracht gewonnen.

  • Het passtuk wordt nauwkeurig op zijn plaats gezet.

  • Daarna wordt het boven en onder vast gelast.

  • Om het verschil te zien: hier nog even de beginsituatie.

  • En hier het eindresultaat. De gevel wordt later opgemetseld tot de gordingbalken weer steunen. De zijwanden blijven volledig open, maar worden wel voorzien van zeil. De hele operatie kost €10.000 tot €15.000. ,,Is zijn geld waard, want het klimaat is nu uitstekend. Het is er lekker fris."

Of registreer je om te kunnen reageren.