Rundveehouderij

Foto & video 671 x bekeken

Mais hakselen en direct bemonsteren

Praktijkproefvelden van Pioneer worden met een bijzondere hakselaar geoogst. Deze neemt onder het hakselen monsters en meet de opbrengst. Het ideale maisras verschilt per regio.

Foto

  • Een nieuw maisras komt niet zomaar op de markt. Daar gaan jaren van selectie en testen aan vooraf. Dat gebeurt op onderzoeksschaal (zogenoemde screeningsvelden), maar ook op praktijkbedrijven. Maiszaadleverancier Pioneer heeft verspreid over Nederland 22 van deze 'pactsvelden'. Ze worden geoogst met een speciale proefveldhakselaar. Zo verzamelt de veredelaar gegevens van zijn rassen om boeren in iedere regio de juiste rassen te kunnen adviseren.



    Foto's: Joris Telders, tekst: Jacco Keuper

  • De velden hebben allemaal 15 commerciële rassen en 9 aankomende rassen. Van ieder ras worden vier rijen gezaaid. De velden zijn exact 50 meter lang.

  • Pioneer heeft een aantal proefveldhakselaars. Dit exemplaar hakselt de percelen in Nederland, België en Noordwest-Duitsland. De pactsvelden zijn vaak vanaf de openbare weg te zien en doen ook dienst als maisdemovelden. Voordat het hakselen kan beginnen, moeten daarom de bordjes met rasnamen worden verwijderd. De gegevens zijn daarmee niet verloren: een klein paaltje met de rasnaam scheidt de rassen. Bovendien worden ze op elk veld in precies dezelfde volgorde gezaaid en worden bij het zaaien de gps-coördinaten genoteerd.

  • De hakselaar reist van veld naar veld en moet daarom eerst opgebouwd worden. Hier worden de spanbanden van de cycloon losgemaakt.

  • De vulpijp is tijdens transport omlaag, zodat deze onder tunnels door kan. Voor het hakselen gaat die weer omhoog. Om voldoende bewegingsvrijheid te hebben wordt de pijp van de hakselaar met een slang verbonden aan de toevoer van de cycloon.

  • De oogstmachine heeft een bijzonder uiterlijk. In de fronthef hangt een hakselaar. Dit lost in een tussenopslag in het midden van de machine. Deze lost op de kopakkers via een tweede aanjager.

  • Aan de kleurverschillen van de mais is goed te zien dat er verschillende varianten staan.

  • Ras voor ras worden de maisvarianten geoogst. Dit gebeurt in een rustig tempo. Bij dit werk is er geen tijdsdruk; het doel is het verzamelen van representatieve monsters. Het hakselen moet dus goed gebeuren, niet snel.

  • Voor de machine hangt een tweerijige Kemperbek. Deze is aan de achterkant voorzien van twee loopwielen. Die zorgen voor goede bodemvolging, constante stoppellengte en voorkomen vervuiling van de monsters met grond.

  • De gehakselde mais komt in een cycloon. Vanuit dit buffervat voert een vijzel (rechtsonder) mais af voor monstername. Op deze manier kan de onderzoeker zelf geen invloed uitoefenen op de monstername. Schrapers (boven en onder) draaien rond om de opgevangen mais te mengen. Ook dit draagt bij aan het krijgen van een representatief monster.

  • Van de vier gezaaide rijen worden telkens alleen de middelste twee geoogst. De buitenste kunnen namelijk beïnvloed zijn door het ras dat ernaast ligt. Naast een massaal gewas, zal de buitenste maisrij hoger zijn, omdat die de concurrentie is aangegaan.

  • Chauffeur Krijn de Wit trekt geconcentreerd zijn baantjes. Naast hem een heel paneel vol elektronica. De machine is uitgerust met weegunits die de opbrengst registreren. De informatie wordt automatisch geregistreerd op een laptop. Onder de laptop zit ook een printer die de gegevens steeds uitprint. Als de computer staakt, is de informatie altijd nog van papier af te lezen.

  • Naast de chauffeur zit monsternemer Karel Mertens met zijn rug tegen de rijrichting in. Hij neemt tijdens iedere rit van 50 meter twee monsters.

  • De vijzel brengt de mais uit de cycloon in de cabine. Mertens houdt de monsterzakjes onder de opening. Zodra de plastic zak vol is schakelt hij de draairichting van de vijzel in de omgekeerde richting. Die voert de mais in de pijp dan weer terug in de cycloon. Hij maakt het monsterzakje dicht om vervolgens een nieuw zakje onder de opening te houden en de vijzel weer nieuwe mais aan te laten voeren.

  • Als de strook van 50 meter geoogst is, rijdt de hakselaar naast een wagen. In dit geval de voerdoseerwagen van maatschap Te Veldhuis, eigenaar van het proefveld in Borculo (Gld.).

  • Bij het lossen stroomt de mais uit de cycloon via een afvoerband naar de tweede aanjager, achterop de machine. Die blaast de mais in de wagen.

  • Mertens legt de monsterzakjes achter zich neer. Voor het raam van de bestuurder ontstaat na een tijdje al een aardige stapel. Als twaalf rassen geoogst zijn en aan het eind wordt even gestopt om ook de monsterzakjes te wegen. Deze gewichten zijn nodig om uiteindelijk het drogestofpercentage precies te kunnen bepalen. De gemiddelde opbrengst van het perceel in Borculo bedraagt 20 ton droge stof per hectare. De hoogste opbrengst van alle proefvelden in Oost-Nederland. Later wordt in een laboratorium ook de voederwaarde van de verschillende rassen bepaald.

  • Een paar uur later hebben chauffeur en monsternemer de 24 rassen geoogst. Ze rijden de hakselaar weer op de vrachtwagen om naar het volgende demoveld te vertrekken. Als het goed loopt, kunnen ze twee proefvelden (totaal 0,25 ha) per dag oogsten.
    De buitenste rijen staan nog op het veld. Die worden door een gewone hakselaar verwerkt als de loonwerker de overige mais van Te Veldhuis inkuilt.

Of registreer je om te kunnen reageren.