Rundveehouderij

Foto & video 428 x bekeken

Kijken en leren op maisdemoveld

Valt mais met een hoge kolf eerder om? Wanneer hakselen bij bladvlekkenziekte? Welk maisras is het beste? Op het demoveld van zaaizaad-leverancier Vlamings in De Mortel wordt telers een spiegel voorgehouden.

Foto

  • Eind september en de eerste dagen van oktober zijn er op tal van plekken open dagen op maisdemovelden. Zo ook bij het veld van handelsonderneming Vlamings in De Mortel.



    Tekst en foto's: Jacco Keuper

  • Maisdemovelden liggen vaak midden in het veld. De ontvangst is op een geïmproviseerd terras op het grasveld.

  • Het is ook klantenbinding voor het organiserende bedrijf, dus de bezoekers worden goed verzorgd. Een kop koffie gaat er altijd wel in.

  • Het is ook een goed moment om even bij te praten met collega's.

  • De vrachtwagen is niet alleen reclamebord en windscherm, maar is met eenvoudige middelen ook prima als magazijn te gebruiken.

  • En als de parkeerplaats te klein blijkt, hark je gewoon nog even door. Zo creëer je ruimte.

  • Stroom is er natuurlijk ook niet. Door het aggregaat een eindje in de mais te plaatsen heb je wel stroom, maar geen last van kabaal of uitlaatgassen.

  • Iedere bezoeker krijgt een tasje met informatie. Handig om later nog eens terug te bladeren.

  • Maar je komt natuurlijk om wat op te steken. Zodra er een groep van een man of tien bij elkaar is gaat een deskundige, in dit geval Giel van Rooij, met hen de rassen langs.

  • De grootste verschillen zitten bij mais in de kolf. Om zijn verhaal kracht bij te zetten plukt Van Rooij bij menig ras een kolf en deelt hij grif van de korrels. Er wordt avonden gepraat over plantverteerbaarheid, maar aandacht voor de kolf is volgens Van Rooij veel belangrijker. ,,De verhouding in droge stof tussen kolf en plant zijn 50:50, maar in energiewaarde is die 70:30. De variatie tussen rassen is 10-15 procent. Dat maakt dus 5 procent verschil. Wie een onrijpe kolf oogst mist zo 20 procent zetmeel. Die is ook nog eens 100 procent verteerbaar. De plant hoogstens voor de helft."

  • Bladvlekkenziekte is uiteraard ook onderwerp van gesprek. Van Rooij houdt de telers voor niet te snel te oogsten. ,,Kijk naar de kolf. Zolang het blad boven de kolf nog groen is, gaat de rijping door." Het is meer dan rasgevoeligheid, ook de omstandigheden bepalen mee of de schimmel kan toeslaan. Secuur rijden bij bemesten en alleen de grond bewerken als deze draagkrachtig genoeg is, is het devies. Op minder goed bemeste randen van percelen en waterplekken of hoeken met structuurschade slaat de schimmel het eerst toe. Vanuit die haard trekt hij verder het perceel in.

  • Mais met hoge kolven valt eerder om? ,,Onzin!" zegt Van Rooij stellig. De kolf zit aan de knoop van het zesde blad. Daarom moet je bij bespuitingen in het zesbladstadium wel voorzichtig zijn. ,,Dat zie je later terug in de ontwikkeling van de kolf."

  • Maar er zijn meer verschillen tussen rassen dan alleen de kolf. Zo zijn de stand en de vorm van het blad niet gelijk. Van Rooij is gecharmeerd van brede bladeren. Bij een juiste stand geeft dat veel bladoppervlak, en dus maximale fotosynthese.

  • Er is ook ruim aandacht voor het juiste oogsttijdstip. Zodra er een hakselaar door de buurt rijdt, begint het te kriebelen bij boeren. ,,Veel boeren laten daarmee de VEM's op het veld liggen." Met een mes wordt een korrel geopend om de melklijn op te zoeken.

  • Optimaal is een harddeegrijpe korrel. Die is donkergeel. De inhoud is stevig en er is geen melklijn te zien.

  • Te vroeg oogsten gebeurt, maar mais kan ook te lang staan. Dan is de kuiluitslag prima, maar kunnen koeien lang niet alle zetmeel benutten. Het mooiste zou zijn: zetmeel dat onbestendig is en toch geleidelijk vrij komt. Dat kan met de dent-types. Deze mais, met het herkenbare deukje in de korrel, was echter vaak erg laatrijp. Maar bij rassen als PR39F58, Kirri en Clariti hoort dat tot het verleden volgens Van Rooij. Hij heeft ook goede hoop op P8000, de opvolger van PR39F58, waar Pioneer volgend jaar mee komt.

  • Denttypes zijn echter niet zo hard en rond (glacé) als flinttypes. Daarom zou er kans op schimmelvorming zijn bij watertoetreding. Daarop heeft de natuur een ingenieuze oplossing gevonden: kolven van het denttype hebben een opvallend lange en flexibele steel.

  • Door die lange steel gaan de kolven hangen als de maiskolf zwaarder wordt doordat de korrels zich vullen. Het is dus ook een teken om de afrijping aan af te leiden.

  • Dan is er nog het verschil in korrelgrootte. Kolven met kleine korrels kunnen een zelfde kolfgewicht halen als een kolf met grove korrels. Dus in voederwaarde geen verschil. Toch spreekt Van Rooij een voorkeur uit voor de grovere korrel. Deze zijn namelijk minder risicovol. Iedere korrel is bevrucht door stuifmeel dat op de bevruchtingsdraden bovenop de kolf valt. Als de bevruchting niet optimaal is, zijn de grofkorrelige rassen in het voordeel, omdat dan bij een gelijk aantal bevruchte draden meer zetmeel wordt gevormd.

  • De moeilijkste vraag die Van Rooij gesteld wordt op dergelijke dagen is zonder twijfel welk ras het beste is. Ondanks dat zijn bedrijf niet gelieerd is aan een kweekbedrijf, valt er niet één topper aan te wijzen. Rassen die hij hoog in het vaandel heeft zijn Ronaldinio, Maibi en PR39F58. Maar de omstandigheden van het veld (regio, droogtegevoelig of laaggelegen) en de mogelijkheden in het rantsoen kunnen de juiste keuze bij een heel ander ras leggen. Wel hamert hij erop niet voor rassen met een erg kort groeiseizoen te kiezen. ,,Niemand wordt er beter van als de groenbemester extra lang op het veld kan staan."

Of registreer je om te kunnen reageren.