Redactieblog

1851 x bekeken 2 reacties

De uitputtende garantieprijs

De garantieprijs van FrieslandCampina zorgt er mede voor dat boeren in Noordwest-Europa een goede melkprijs beuren, maar het instrument put intussen de concurrentie danig uit.

Melkveehouders in Noordwest-Europa mogen blij zijn met hun zuivelcoöperaties, voor het moment. Door de relatief hoge uitbetaalprijzen worden ze nog altijd gespaard voor de gure wind op de echte zuivelmarkt. Hoewel nagenoeg de gehele zuivel in de regio meedoet aan het gunstige beloningsbeleid, mogen de melkveehouders vooral de Nederlandse zuivelreus FrieslandCampina dankbaar zijn, al schuilt hier wel een addertje onder het gras.

Garantieprijs werkt als selffulfilling prophecy

Het addertje is de garantieprijs van FrieslandCampina. Dit instrument is formeel een melkprijs achteraf. Deze is vastgesteld op basis van een 'mandje' van prijzen, die zuivelbedrijven in Nederland, België, Denemarken en vooral Duitsland uitbetalen. FrieslandCampina wacht echter de uitbetaling van deze prijzen niet af, maar maakt een schatting vooraf van de melkprijzen die de concurrenten zullen uitbetalen. Daarmee heeft de garantieprijs de werking van een selffulfilling prophecy. FrieslandCampina schat in en stelt op basis daarvan een eigen prijs vast. De praktijk leert dat die inschatting vaak juist is, voor een belangrijk deel ook omdat andere zuivelbedrijven niet (te veel) willen achterblijven.
In Nederland is dat effect heel duidelijk merkbaar, maar ook daarbuiten. De garantieprijs van FrieslandCampina werkt als referentiepunt en fel schijnend achterlicht van de koploper. Daarmee sleept FrieslandCampina de overige zuivelbedrijven in Noordwest-Europa achter zich aan, zeker de laatste anderhalf jaar.

FrieslandCampina heeft enorm incasseringsvermogen

FrieslandCampina doet dat zonder zichtbare moeite, want de winsten uit China, Nigeria en andere hoogrenderende markten geven het bedrijf een enorm incasseringsvermogen. Naast een hoge uitbetaalprijs kan het ook best nog wat verliezen op andere markten en een de spuigaten uitlopende melkaanvoer verdragen. Het laatste probleem wordt deels afgekocht bij de eigen leden, voor een ander deel wordt capaciteit van concullega's ingehuurd.
Veel van de volgers krijgen echter steeds meer moeite om de Nederlandse zuivelreus bij te benen, maar worden door de eigen leden aangespoord om niet op te geven. Zij moeten toch een (bijna) even goede melkprijs kunnen krijgen als de leden van FrieslandCampina?

Er zal meer dan melk vloeien

Waar dit precies eindigt, is moeilijk aan te geven. Veel zuivelkenners verwachten dat het uitdraait op ongelukken, waarschijnlijk het eerst op de Duitse markt. Daar zijn nog diverse zuivelbedrijven actief die hun productpakket en infrastructuur bepaald niet op orde hebben. Hier en daar worden al problemen gesignaleerd. Als deze bedrijven omvallen, blijven er minder concurrenten over voor een kampioen als FrieslandCampina. Pech voor die bedrijven, maar  ook pech voor die boeren die nu zelf nog geen krimp hoeven te geven en denken dat ze nog wel even veilig zitten.

Het einde van de melkquotering brengt meer dan alleen een enorme melkstroom op gang. Het heeft ook gezorgd voor een verharding van het ondernemersklimaat. Er is een keiharde concurrentiestrijd gaande tussen zuivelcoöperaties en hun leden. Daar vloeit meer uit dan melk.

Laatste reacties

  • Farmer4life2

    100% eens. Maar het zal zo ook wel moeten. RFC heeft de kapitalistische vrijemarkt beter door dan menig ander bedrijf.

  • hansvanbergen

    Zij hebben jarenlang moeite gehad om de gemiddelde melkprijs te halen en kunnen nu een paar jaar mee met de kopgroep. Doc betaald gewoon minder. Rouveen heeft een a en b systeem maar kopen ook gewoon melk bij. Dan is er in Nederland alleen nog maar Delta over. In Duitsland betaald dmk ook gewoon minder zoals altijd Deze bedrijven ontmoeten elkaar gewoon op dezelfde markt. Is ook allemaal niet nieuw. Sudmilch indertijd met hun Sachsenmilch. Tuffi. Andere coöperaties namen het over.

Of registreer je om te kunnen reageren.