274 x bekeken

Discussie megastallen al decennia aan de gang

Een korte maatschappelijke discussie moet staatssecretaris Henk Bleker inzicht geven in de voors en tegens van megastallen. Het debat over dit onderwerp woedt echter al bijna twintig jaar en de standpunten zijn bekend. De tijd voor een heldere visie is aangebroken.

Niemand weet eigenlijk wat het begrip precies inhoudt en toch is de megastal uitgegroeid tot het symbool van de intensieve veehouderij. Een negatief symbool welteverstaan, want voor velen is groot hetzelfde als slecht. Bedrijven met tienduizenden stuks vee zouden een negatief effect hebben op dierenwelzijn, milieu en humane gezondheid, en bovendien een ontsiering betekenen van soms eeuwenoude cultuurlandschappen. Niet aan beginnen dus, lijkt de heersende opinie.

Maar er zijn ook uitgesproken voorstanders. Zij beweren dat groot juist goed is. Megastallen vervangen doorgaans verouderde schuren en voldoen daarmee bijna per definitie aan de strengste normen. Door de concentratie van veel dieren kan bovendien het aantal transporten flink worden beperkt. De inpassing in het landschap is een potentieel probleem, maar daar is best een mouw aan te passen. Megastallen zijn dan ook megagoed, concludeert Tweede Kamerlid Ger Koopmans (CDA).

Het is vanwege deze diametraal tegenover elkaar staande opvattingen dat staatssecretaris Henk Bleker (landbouw) een maatschappelijke discussie over het onderwerp wil voeren. Die wordt op 11 mei afgetrapt in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. Dan presenteert Bleker de resultaten van een in april uitgevoerd publieksonderzoek en zijn er gesprekken met provincies, sector en maatschappelijke organisaties. Mede op basis hiervan opent Bleker een speciale website waarop iedereen over het onderwerp kan discussiëren. De resultaten zal hij ”een plaats geven” in zijn visie op megastallen, die in oktober het levenslicht zal zien.

Dat laatste is goed nieuws, want een standpunt van het kabinet wordt node gemist. Ruimtelijk beleid ligt bij de provincies en elk college van Gedeputeerde Staten gaat daar – afhankelijk van politieke kleur en specifieke omstandigheden – anders mee om. Het gevolg is grote ongelijkheid in de behandeling van vergunningaanvragen tussen de verschillende landsdelen, en onrust bij zowel boeren als bevolking. Transparante procedures en een duidelijke omschrijving van het begrip megastal kunnen helpen daar een einde aan te maken.

De vraag is wel of deze maatschappelijke discussie daarvoor nodig is. De megastal is al sinds halverwege de jaren negentig onderwerp van verhit debat (zie kader), binnen en buiten de politiek. In de brede waaier aan meningen en opvattingen die dat heeft voortgebracht, is nagenoeg elk aspect gedekt. Gevoegd bij de vele onderzoeken van maatschappelijke organisaties en wetenschappelijke instituten is het moeilijk voorstelbaar dat er over twee maanden, wanneer de website wordt gesloten, plotseling veel meer kennis beschikbaar is.

In 2007 koos toenmalig minister Gerda Verburg voor eenzelfde soort opzet, voorafgaand aan de formulering van haar standpunt ten aanzien van de herziening van het Europese landbouwbeleid. Dat project is nauwelijks geslaagd te noemen. Op het discussieforum werden 150 reacties geplaatst, waarvan een deel door dezelfde personen en deel op uitnodiging van het ministerie. Sommigen grepen de gelegenheid aan hun hart te luchten over heel andere onderwerpen, zoals het bestaansrecht van de productschappen.

Niettemin is dit middel op het ministerie blijkbaar positief beoordeeld aangezien het nu opnieuw wordt ingezet. Uit een brief van Bleker aan de Tweede Kamer, gestuurd in februari, valt af te leiden waarom. Hij schrijft dat het op grootschalige wijze houden van vee volgens hem mogelijk moet zijn. ”Toch leeft in de samenleving de vraag of uitbreiding zo verder kan. Voor mij is de kern dat de veehouderijsector een maatschappelijke legitimatie nodig heeft en houdt om te kunnen produceren.”

Daarmee heeft het er alle schijn van dat Bleker zijn standpunt al heeft bepaald en op deze wijze daarvoor steun zoekt. Het feit dat hij er weinig voor voelde een aangenomen Kamermotie uit te voeren, die gedurende de discussie een moratorium op de nieuwvestiging van megastallen vraagt, was een teken aan de wand.

Is dat erg? Nee, want daarvoor worden bewindslieden ingehuurd. Zij dienen door parlement (en dus bevolking) gedragen besluiten te nemen, ook al zijn die voor sommigen uitermate pijnlijk. Het is dus goed dat Bleker alle meningen zorgvuldig op een rijtje wil zetten. Nog beter zou het zijn dat hij na bijna twee decennia snel een besluit neemt zodat er voor alle betrokkenen duidelijkheid komt. De discussie over megastallen duurt nu al megalang.

Mammoetmesterij

Het begrip megastal dook voor het eerst op in de kolommen van het Agrarisch Dagblad op 4 oktober 1994. De gemeenschap van het Groningse plaatsje Woldendorp was destijds in rep en roep vanwege het voornemen van een Brabantse varkenshouder achtduizend dieren naar het noorden te verplaatsen. Gemeente, burgers en boeren vreesden dat dit bedrijf de samenleving zou ontwrichten. Gesproken werd over een mammoetmesterij, of megastal.

Wietze Pool, akkerbouwer en woordvoerder van officieus woordvoerder van het dorp: ”Met grondgebonden veehouderij heb ik geen problemen. Waar het ons om gaat, is de omvang van deze mesterij; zo’n bedrijf past hier gewoon niet.” De tegenstanders wonnen de strijd, want de Raad van State gaf de milieu-organisaties die een zaak hadden aangespannen gelijk en schorste de vergunning; het bedrijf is er nooit gekomen. De gemeente Delfzijl, waartoe Woldendorp behoort, ging ondertussen aan de slag met het nemen van maatregelen om de komst van grote varkenshouderijen uit overschotgebieden onmogelijk te maken. Kern daarvan was een beperking van de bebouwingsruimte per boerderij. Voor Delfzijlse akkerbouwers die een varkenstak wilden beginnen, bleef wel plaats.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.